Bier bij een Vivaldi-deuntje

Pas toen Paul Huf allang niet meer voor Grolsch werkte, heeft hij lachend het geheim achter zijn reclamefoto's voor de bierbrouwerij onthuld. Als hij naar het juiste camerastandpunt zocht in de werkplaats van de houtdraaier of de beitelmatrijzenmaker, de draaiorgelbeeldensnijder of de klompenmaker, de schrijnwerker of de porseleingarneerder, deed hij vanzelfsprekend zijn uiterste best om te laten zien hoe zulke ambachtslieden hun beste krachten aan hun specialisme wijdden – de foto's moesten immers suggereren dat ook bij Grolsch het vakmanschap tot meesterschap was uitgegroeid. Maar als hij voor de zoveelste keer zo'n schuimend glas bier moest fotograferen, schonk Huf dat graag vol met Heineken. Zo'n privé-grapje hield hem op de been, zei hij.

In het Rijksmuseum in Amsterdam, in een zaaltje naast de Nachtwacht, hangen nu 26 zwartwitfoto's uit de Vakmanschap is meesterschap-campagne die kortgeleden door het museum werden aangekocht. Ze worden geëxposeerd onder de nuchtere aanduiding `nieuwe aanwinsten', maar fungeren ook als hommage aan Paul Huf, die kortgeleden op 77-jarige leeftijd overleed. De advertentiecampagne voor Grolsch behoorde tot zijn bekendste werk. De brouwerij was 25 jaar lang een van zijn beste opdrachtgevers. De fotograaf kreeg goeddeels de vrije hand in de keuze van zijn onderwerpen; het is veelzeggend dat hij de Grolsch-directie pas voor het eerst ontmoette toen de campagne al een jaar of vijf liep. Meer contact vonden ze niet nodig.

Huf heeft aan het bier altijd een goede inkomstenbron gehad. Kort na de Tweede Wereldoorlog was hij jarenlang de vaste fotograaf voor de reclamecampagne Het bier is weer best, waarin de gezamenlijke bierbrouwers het volk lieten weten dat de tijd van het laffe, waterige oorlogspilsje voorgoed voorbij was. Maar halverwege de jaren vijftig achtten de brouwers zo'n collectieve campagne niet langer nodig; voortaan ging elk merk weer zijn eigen reclame maken. En zo werd Huf in 1957 opgebeld door een heer, die zei: ,,Mijn naam is Brummer, ik wilde u even zeggen dat u voortaan voor mij gaat fotograferen.''

Grolsch-directeur G.E.K. Brummer was – net als zijn grote concurrent Heineken – iemand die zich persoonlijk intensief met de reclame bemoeide. Hij verzon zelf de slagzin Vakmanschap is meesterschap, waarmee het toen nog regionale Grolsch tot een nationaal biermerk moest worden gemaakt. Huf kreeg de vrije hand om de ambachtslieden te vinden wier nijverheid op één lijn kon worden gesteld met die van de bierbrouwers uit Groenlo. Dat het bier in werkelijkheid uit een geoliede fabriek kwam, werd behendig verdoezeld door het brouwersvak te koppelen aan de eeuwenoude handarbeid van de klompenmaker, de fluitbouwer, de steendrukker en de zaaghandvatmaker.

De campagne paste geheel bij de tijdgeest, want juist in de jaren zestig groeide alom de belangstelling voor oude ambachten. Opeens begon men waarde te hechten aan opa's rieten stoel, de verroeste Friese doorlopers, de toverlantaarn en al die andere stoffige spullen op zolder die een paar jaar eerder nog bij het vuilnis belandden. Huf herontdekte de vaklieden van wie men nauwelijks meer wist dat ze nog bestonden. Zelf vertelde hij, blijkens een begeleidende tekst in het Rijksmuseum, dat hij in elke vakman meteen het juiste type zag – hij hoefde nooit, om de foto schilderachtiger te maken, naar een ander uit te wijken: ,,Iemand die werkelijk in zijn vak zit, heeft daar het type bij. Een bakker, echt nog zo'n bakker in een dorp, die heeft het meel op zijn gezicht, die is wit aan zijn ooghaartjes.''

De tentoongestelde foto's dateren vooral uit de jaren zestig. In de jaren zeventig begon Huf in kleur te werken; allengs liet hij de ambachtslieden in de lens kijken en ook fotografeerde hij meer stillevens. ,,Die foto moest een blikvanger zijn'', zei hij in het jubileumboek Vakmanschap is meesterschap (1992), ,,de mensen moesten gaan denken: wat zal Grolsch ons deze week weer voorschotelen?'' Voorts maakte Huf in die tijd reclamefilms volgens dezelfde formule, waarbij Clous van Mechelen een passend – en klassiek geworden – muziekje componeerde met een Vivaldi-achtige sfeer.

Tot begin jaren tachtig ging het zo door; de Grolsch-campagne was een van de langstlopende uit de Nederlandse reclamegeschiedenis. Toen moest alles anders, en agressiever. Hippe jongens en meiden met een glas in de hand staken nu hun wijsvinger uit onder het motto: ,,Op een dag drink je geen bier meer, maar drink je Grolsch.'' Maar of ook die foto's later in een museum zullen hangen, is de vraag.

Paul Huf: Vakmanschap is meesterschap. Rijksmuseum, Amsterdam t/m 1 april.