Alles komt net goed

Het verhaal van Life as a House is zo merkwaardig als het alleen in Hollywood kan zijn. Een vervelende man met een saaie baan, een vervallen schuur als huis, een van hem vervreemde zoon en ex-vrouw is aan het eind van de film een man zonder werk maar met een schitterend door hemzelf gebouwd huis, een liefhebbende zoon die al zijn piercings en make-up heeft verloren en een ex-vrouw die weer verliefd op hem wordt. Zelfs de zoontjes uit haar nieuwe huwelijk zijn dol op hem. Het enige nog overgebleven probleem is dat de man niet lang van al deze heerlijkheden kan genieten. Aan het begin van de film krijgt hij te horen dat hij kanker heeft en nog maar kort in leven zal blijven. Dakzij de lange traditie van dit soort films valt eigenlijk niet eens op hoe merkwaardig zo'n plot is.

Het scenario van Life as a House werd geschreven door Mark Andrus, die eerder meeschreef aan As Good As It Gets, een tearjerker die, mede dankzij Jack Nicholson, die voor zijn spel een Oscar won, niet zo absurd zoet was als de meeste films in dit genre. Zoiets leuks als de opmerking die As Good As It Gets zijn titel gaf (Nicholson bijt de patiënten in de wachtkamer van een psycholoog toe: ``What if this is as good as it gets?'').In Life as a House wordt het alleen maar beter. Hoofdrolspeler Kevin Kline gaat er dankzij zijn ziekte zelfs steeds beter uitzien; ingevallen wangen staan hem goed. Life as a House is wel absurd zoet, ondanks pikanterietjes als de scène waarin de moeder van de vriendin van de zoon het bed deelt met een van diens vriendjes. Dit alles is best bevredigend; evenals er wel waardering valt op te brengen voor de manier waarop Andrus werkelijk alle draadjes uit zijn verhaal op het laatst aan elkaar weet te knopen. Het moet een gelukkig man zijn die alle personages uit zijn film in de laatste scènes gelukkig weet te maken.

Life as a House. Regie: Irwin Winkler. Met: Kevin Kline, Kristin Scott Thomas, Hayden Christensen, Mary Steenburgen, Jena Malone. In 35 bioscopen.