Wezenloos staren bij Bolomey

Stadhouder Willem V heeft geen goede pers. Hij staat te boek als een weinig krachtdadige man, wiens weke fysionomie veelvuldig in spotprenten werd verwerkt. Zijn vlucht uit de Republiek op een koude januaridag in 1795 is ook niet bevorderlijk geweest voor een heldenmythe rond zijn persoon. Anderzijds schijnt hij snel van begrip te zijn geweest en had hij een energieke en schrandere vrouw, prinses Wilhelmina van Pruisen. Misschien was zijn ongeluk dat hij niet beschikte over een krachtdadige pr-machinerie, wat in zijn tijd in de eerste plaats zou zijn neergekomen op een voortreffelijke hofschilder. Menig verderfelijk vorst is als briljant staatsman de geschiedenis ingegaan, omdat zijn schilders hem zo mooi en intelligent hebben neergezet.

Waren de Nederlandse schilders in de zeventiende eeuw voortrekkers op het gebied van de portretkunst, in de achttiende eeuw deed de elite een beroep op buitenlandse kunstenaars. Willem V heeft een aantal jaren genoegen genomen met de Duitser Christian Haag als hofschilder en met de Zwitser Benjamin Bolomey, die incidenteel opdrachten kreeg. Aan deze laatste wijdt het Haags Historisch Museum een tentoonstelling.

Bolomey werd geboren in Lausanne en trok al op zijn twaalfde naar Parijs, waar hij een klassieke schilderopleiding kreeg aan de gerenommeerde, maar behoudende Koninklijke Academie. In 1761 ging hij naar Den Haag en een paar jaar later kreeg hij al opdrachten van Willem V. Deze eer bracht hem meer opdrachtgevers uit de kringen rond de stadhouder, en van voorname burgers in Den Haag en Amsterdam.

Bolomey's portretten blinken niet uit in oorspronkelijkheid: zijn compositie, weergave van stoffen en huid, en kleurgebruik in het algemeen zijn niet uitgesproken. In het beste geval zijn het bekwame, maar conventionele portretten. Op de grotere formaten lijden de voorgestelden aan een nadrukkelijke wezenloosheid. We zien personen die uitmunten in een dul en wezenloos staren, en bij uitstek voedsel geven aan het idee dat de achttiende eeuw saai en geestloos was. De burgers die Bolomey schilderde, zette hij iets levendiger neer. Door een lichte neiging van het hoofd, een nonchalante arm op een leuning of door ze een brief, waaier of boek in handen te geven, gaf hij hun een zekere levendigheid. Slechts een enkel portret springt eruit, zoals dat van Rachel Diaz in een elegante melancholieke pose.

Het werk van Bolomey zoals het hier wordt gepresenteerd, maakt geen overrompelende indruk. Misschien kon een aantal bruiklenen niet naar Den Haag komen. Dat is zeker het geval met het portret van Wilhelmina van Pruisen uit het Rijksmuseum, dat daar nu op de mooie Rococo-tentoonstelling hangt. Als een toegift liggen er ook kleine, getekende portretten van Bolomey die hij na zijn Nederlandse periode vervaardigde. Daar komt hij naar voren als een fijnzinnig tekenaar, die meer individualiteit in zijn portretten legt dan in de schilderijen.

De tentoonstelling is interessant omdat Bolomey in zijn context wordt getoond. Er staan gebruiksvoorwerpen opgesteld, er hangen stadsgezichten van Den Haag en is er werk van contemporaine collega's. De twee besten van hen zijn ook buitenlanders: Jean-Etienne Liotard en Johann Friedrich August Tischbein. De laatste concurreerde Bolomey weg en kreeg vanaf 1789 opdrachten van het hof. Hij was een veel subtielere vakman. Maar omdat hij doorgaans in pastel op klein formaat werkte, had zijn werk ook niet de uitstraling die Willem V als een krachtig staatsman in het geheugen van de natie zou planten.

Tentoonstellig: Benjamin Samuel Bolomey (1739-1819). Een Zwitsers schilder aan het hof van stadhouder Willem V. T/m 17-3 in: Haags Historisch Museum, Korte Vijverberg 7, Den Haag. Open di-vrij 11-17u, za-zo 12-17u. Catalogus E34,–. Inl. 070-3646940 of haagshistorischmuseum.nl