Traditionele gedachtegoed CDA zit Balkenende in de weg

Met zijn kritiek op de multiculturele samenleving gaat CDA-leider Balkenende lijnrecht in tegen zijn partij-ideologie van soevereiniteit in eigen kring en vrijwaring van het maatschappelijke middenveld tegen interventie door de overheid, vindt Jan Kees Hordijk.

De opvattingen van CDA-leider Balkenende over een multiculturele samenleving, geuit in zijn lezing voor `CDA-dertigers' (NRC Handelsblad, 25 januari), zijn niet minder dan revolutionair te noemen. Wat Balkenende bepleit is een met name door liberalen al langer aangehangen beginsel, namelijk de onaantastbaarheid van een liberale politieke moraal, die niet voor verandering vatbaar mag zijn. Het is nu juist deze opvatting die door het CDA in de afgelopen jaren krachtig is bestreden, onder andere vanuit het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, waar Balkenende zelf werkzaam is geweest.

Met een foefje probeert Balkenende deze waarheid te ontkennen, door te verwijzen naar ,,het geïndividualiseerde vrijheidsdenken''. Maar dit anti-Paarse veegje uit de pan helpt niet. Het werkelijke probleem, in ieder geval voor Balkenende, zit in de CDA-ideologie zelf.

Het CDA heeft altijd en Balkenende doet het ook hier gepleit voor het oprichten van organisaties die een intermediaire rol vervullen tussen de overheid enerzijds en burgers anderzijds. Het maatschappelijk middenveld, zoals dit is gaan heten, is lange tijd een krachtig CDA-bolwerk geweest. Ook op de migranten die zich in Nederland kwamen vestigen, werd dit idee toegepast. Redenerend vanuit het beginsel van soevereiniteit in eigen kring, waarnaar Balkenende verwijst, werd de oprichting van eigen allochtone organisaties door het CDA aangemoedigd.

De basis voor soevereiniteit in eigen kring is echter een in de negentiende eeuw door antirevolutionairen als Groen van Prinsterer en Kuyper krachtig beleden beginsel van zelfgekozen isolement. ,,In het isolement ligt onze kracht'', was de gedachte.

Deze gedachte is terug te vinden in de geïsoleerde positie die allochtonen juist in hun organisaties hebben bereikt. In plaats van integrerend, werken dergelijke organisaties eerder afschermend. Van een overdracht van waarden waaraan wij in Nederland hechten is geen sprake, hoewel de wegen, of om met Balkenende te spreken, de foefjes, om subsidie aan te vragen snel bekend zijn.

In Balkenendes rede wringt deze realiteit dan ook duidelijk met de CDA-ideologie. Volgens Balkenende heeft de overheid niet het primaat op alle terreinen van de samenleving. Deze opvatting is in overeenstemming met de lijn die het CDA tot nu toe heeft voorgestaan. Tegelijk zegt Balkenende echter dat integratie en samenleven alleen vorm krijgen ,,vanuit aanvaarding van de uitgangspunten van de Nederlandse rechtsstaat en aanpassing aan wezenlijke onderdelen van de Nederlandse cultuur.''

Hoe kunnen deze aanvaarding en aanpassing worden afgedwongen? Aanvaarding van de Nederlandse rechtsstaat kan uitsluitend door de overheid worden afgedwongen. Hier ligt dus duidelijk het primaat bij de overheid, en dit betreft alle sectoren van de samenleving.

Het primaat van de overheid gaat echter nog verder. Bijvoorbeeld bij het toekennen van overheidssubsidies aan organisaties van allochtonen moeten eisen gesteld kunnen worden die aanpassing aan wezenlijke onderdelen van de Nederlandse cultuur afdwingen. Dit laatste is in strijd met de CDA-ideologie en Balkenende durft deze conclusie dan ook niet te trekken. Hierdoor blijft hij met een probleem zitten: hoe kan de vrijheid van allochtone organisaties worden gewaarborgd tegen overheidsingrijpen? Anders gezegd: wanneer en op welke wijze mag de overheid ingrijpen in of bij organisaties die zich niet toeleggen op integratie in de Nederlandse samenleving, maar zich daarvan willens en wetens afwenden? Organisaties dus die basiswaarden van de Nederlandse samenleving, de rechtsstaat en/of bijvoorbeeld de scheiding van kerk en staat afwijzen?

De CDA-ideologie, die zich veel meer thuisvoelt bij het concept van de multiculturele samenleving, komt zichzelf hier tegen.

Het is de overheid, in casu de politiek, die bepaalt wat de normen en waarden zijn waaraan wij ons te houden hebben. De Grondwet is hierbij van groot belang, maar tevens een bron van spanning. Juist in de Grondwet zijn bepaalde rechten vastgelegd die kunnen worden misbruikt tegen diezelfde grondrechten.

Een sterk voorbeeld was onlangs op de Belgische televisie te zien in de documentaire Jihad in Amerika. Die toonde op welke wijze extremistische moslims in de Verenigde Staten misbruik maken van grondrechten als vrijheid van vereniging en meningsuiting om hun anti-Amerikaanse/anti-westerse gedachtegoed uit te dragen.

Zolang het primaat van de overheid beperkt blijft tot het handhaven van rechtsnormen en zich niet uitstrekt tot een inhoudelijke beoordeling van opvattingen, normen en waarden uit andere culturen die zich hier manifesteren en organiseren, heeft zij geen middel om integratie af te dwingen.

Het pleidooi van Balkenende voor een duidelijke uiteenzetting en handhaving van zowel rechtsnormen als culturele waarden tegenover immigranten die deze niet delen, is mijns inziens juist. Maar zonder een drastische aanpassing van de CDA-ideologie van de vrijheid van het maatschappelijk middenveld, blijft dit pleidooi een loffelijk, maar voor het CDA onbereikbaar streven.

Dr. J.C. Hordijk is politicoloog.