Politici zeggen sport ruime steun toe

Zelden beleefde de Nederlandse sport zo'n opbeurende dag als gisteren in de Haagse Ridderzaal, waar de toezeggingen en de miljoenen over tafel rolden. Eensgezind, met hier en daar slechts een enkel voorbehoud, onderstreepten de lijsttrekkers van vijf partijen (PvdA, CDA, D66, GroenLinks en SP) het maatschappelijk belang van sport.

Afgaande op de fraaie beloftes die werden gedaan tijdens het eerste van een reeks lijsttrekkersdebatten in de aanloop naar de Tweede-Kamerverkiezingen van 15 mei, kan de sport de komende kabinetsperiode (2002-'06) rekenen op een overheidsbijdrage van 50 tot 100 miljoen euro. Dat is een verdubbeling van het huidige budget, dat de afgelopen vier jaar onder staatssecretaris Vliegenthart (Sport) steeg van 25 naar 50 miljoen euro. Daarnaast werd 22,7 miljoen euro gestort in een speciaal daarvoor in het leven geroepen fonds voor de aanleg van (topsport)accommodaties.

Stond het maatschappelijk belang van top- en breedtesport bij het vorige debat nog ter discussie, vier jaar na de eerste sportdiscussie is sport een algemeen geaccepteerd beleidsterrein. ,,We moeten en we willen de groei (van het budget) doorzetten'', zei PvdA-leider Melkert. ,,Ik beschouw de afgelopen periode als een doorbraak.'' Voor het eerst in de geschienis zal, aldus de toezegging van de vijf, in het regeerakkoord een paragraaf aan sport worden gewijd.

Verheugd stelde NOC*NSF-voorzitter Blankert naderhand vast dat ,,de boodschap is overgekomen''. Want: ,,Twee jaar geleden riepen de politici nog: Blankert, wat loop je toch te lullen over meer geld en wat wil je nu eigenlijk? Nu komen de miljoenen als vanzelf. Dat is zeker ook de kracht van ons manifest geweest.''

Om de overheid over de streep te trekken stelde de sportkoepel anderhalf jaar geleden een ambitieus document op dat als titel Manifest Nederland Sportland meekreeg. Vijf thema's staan centraal in het meerjarenplan: sport in het onderwijs, sport in de verenigingen, sport in het bedrijf, topsport en het speelveld. Scholen, clubs en topsportorganisaties moeten in de toekomst de fundamenten vormen van een klimaat, dat `sportland Nederland' in staat moet stellen om de luidbejubelde `Sydney-prestaties' 25 medailles en de achtste plaats in het eindklassement te evenaren.

Unaniem onderschreven de lijsttrekkers de conclusies uit het rapport, waarin de sportkoepel hamert op sport als maatschappelijk bindmiddel en zich sterk maakt voor synergie. Vooral de voorgestelde samenwerking tussen sport en onderwijs, met de inzet bijvoorbeeld van een gemeenschappelijke vakleerkracht, kan rekenen op brede steun. Al was het maar om de schrijnende `bewegingsarmoede' onder de jeugd tegen te gaan. ,,Sportbeoefening onder jongeren bevindt zich op een glijbaan naar beneden'', stelde Rosenmöller vast.

Van de vijf politici ging de fractieleider van GroenLinks het verst. Honderd miljoen euro is zijn partij bereid om in de kas van VWS te storten ter ondersteuning van de top- maar vooral de breedtesport. Schoolzwemmen en gymnastiekles, beide in de verdrukking gekomen, dienen weer een vaste plaats op het lesrooster te krijgen, betoogde Rosenmöller voorts. Bijval kreeg hij op dat punt van de overige vier panelleden.

Melkert bepleitte 50 miljoen extra voor de recreatieve sport, op voorwaarde dat rijk en gemeente de kosten delen. Het verkiezingsprogramma van de PvdA maakt verder melding van 40 miljoen voor het accommodatiefonds. D66 kwam bij monde van fractieleider De Graaf tot respectievelijk 23 en 25 miljoen euro. Voor beide partijen geldt dat de 1.500 Melkert-banen in de sport behouden en, waar mogelijk, uitgebreid moeten worden.

Het enige voorbehoud kwam van CDA-leider Balkenende. Hij ziet niet veel in professionele krachten, zoals `verenigingsmanagers', om de afkalving van het leger van circa één miljoen vrijwilligers op te vangen. Veeleer staat hem ,,een herwaardering van de vrijwilliger'' voor ogen, bijvoorbeeld met fiscale voordelen. Als overheidsbijdrage noemde hij een bedrag van 45 miljoen.

Voor SP-leider Marijnissen staat de breedtesport centraal. Zijn partij zet in op een verdrievoudiging van de middelen voor breedtesport. Hij plaatste een kanttekening bij de huidige verdeling van de overheidsuitgaven. Een kwart daarvan is bestemd voor topsport. Marijnissen vindt dat ,,wat aan de hoge kant''.

In navolging van Blankert was ook Ruud Vreeman, burgemeester van Zaanstad en binnen NOC*NSF verantwoordelijk voor breedtesport, tevreden met de uitkomsten van het debat. ,,Geen algemeenheden meer als `Leve de vrijwilliger', maar eindelijk concrete cijfers.'' Toch zou de oud-voorzitter van de PvdA graag zien dat ,,de muren tussen sport en onderwijs verder worden afgebroken''.

Opvallende afwezige bij het debat was VVD-leider Dijkstal. Hoewel de afspraak ervoor reeds in oktober was gemaakt, gaf de fractieleider van de liberalen tot ongenoegen van Blankert de voorkeur aan een bezoek aan een Haagse school.

Het ontbreken van een andere lijsttrekker, Pim Fortuyn van Leefbaar Nederland, betreurde Blankert daarentegen geenszins. ,,Die heeft geroepen: met sport heb ik niets, want ik ben een intellectueel.''