Pleitbezorger van een minimale staat

De Amerikaanse politiek filosoof Robert Nozick, verdediger van een vrijzinnig conservatisme, is vorige week woensdag in zijn woonplaats Cambridge, Massachussets, op 63-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van maagkanker.

Nozick, geboren in Brooklyn (New York), was sinds 1965 verbonden aan Harvard en werd daar in 1969 hoogleraar. Hij werd in één klap beroemd met zijn eerste boek Anarchy, State and Utopia (1974), een weerwoord tegen de destijds zeer populaire sociaal-democratische ideeën die zijn collega John Rawls ontvouwde in diens veelbesproken A Theory of Justice.

Nozick, in de jaren zestig betrokken bij de studentenbeweging maar later een bekeerling tot een libertair conservatisme, ontwikkelde in polemiek met Rawls een politieke filosofie die grote vrijheden toekent aan de individuele burger maar een zeer beperkte rol weggelegd ziet voor de staat. De overheid zou nog wel moeten zorgen voor openbare veiligheid, de bescherming van de meest kansarmen en de bestraffing van misdadigers, maar diende zich volgens Nozick niet in te laten met bijvoorbeeld de herverdeling van inkomen, onderwijs of eigendom. Nozicks minimale kijk op de rol van de staat als nachtwaker sloot aan bij zijn pleidooi voor vrije marktwerking en kapitalisme.

Het boek leverde Nozick dan ook, mede door zijn scherpe argumentaties en zijn heldere schrijfstijl, grote faam op bij neoconservatieve politici als Ronald Reagan en Margaret Thatcher, die in hem een filosofische bondgenoot zagen in de strijd tegen uitwassen van de verzorgingsstaat. In andere, levensbeschouwelijke zaken stond Nozick echter ver af van de conservatieve opvattingen van `nieuw rechts'. Zo was hij voor legalisering van drugs en voor gelijke rechten van homoseksuelen, omdat dit strookte met de individuele keuzevrijheid die hij ook in politiek en economisch opzicht verdedigde.

Nozick liet zich dan ook niet meeslepen door zijn populariteit onder politici, maar wierp zich weer op de filosofie. Onder vakgenoten werd hij vooral gewaardeerd om zijn tweede boek, het omvangrijke Philosophical Explanations (1981), dat allerlei wijsgerige onderwerpen behandelt. In The Examined Life: Philosophical Meditations (1989) bundelde hij essays over het leven, over geluk, en over kwesties van goed en kwaad. The Nature of Rationality (1993) behandelt de aard van rationaliteit. Zijn meest recente boek, Invariances (2001), gaat over de status van wetenschappelijke kennis.