Overschot op de begroting flink gedaald

Het begrotingsoverschot over 2001 is verder gedaald en komt uit op slechts 0,3 procent (1,35 miljard euro) van het bruto binnenlands product. In november ging het Centraal Planbureau nog uit van een overschot van 0,7 procent. Het CPB verwachtte op Prinsjesdag zelfs nog een begrotingsoverschot van ruim 1 procent.

Dat heeft minister Zalm (Financiën) gisteren bekendgemaakt op een VVD-campagneavond in Franeker. Het kleinere overschot wordt met name veroorzaakt door tegenvallende belasting- en premie-inkomsten als gevolg van de verminderde economische groei vorig jaar. Zalm: ,,Er komt minder belasting binnen omdat de werkgelegenheid minder hard toeneemt dan verwacht.''

Bij de uitgaven deden zich volgens de minister slechts ,,geringe tegenvallers'' voor. Het kleinere overschot is volgens Zalm geen reden de reeds gemaakte begrotingsafspraken voor 2002 te herzien. De begrotingsregels schrijven voor dat alleen bezuinigd hoeft te worden als tegenvallers aan de uitgavenkant van de begroting optreden. Ook de Europese afspraken voor de begrotingen (het zogenoemde stabiliteitspact) komen niet in gevaar. Daarvan is pas sprake als het overschot omslaat in een tekort van 3 procent of meer.

Toch is de neerwaartse bijstelling niet helemaal zonder consequenties, zei Zalm. Door de lagere groeiverwachting zullen de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen aangepast moeten worden. Zalm verwacht niet dat het CPB de laatste bijstellingen al in de doorrekeningen van de programma's, die komende weken zullen verschijnen, zal verwerken. De bijstelling wordt volgens hem ,,formatiewerk''.

Zalm zei dat zijn partij nog redelijk goed wegkomt met de neerwaartse bijstelling. ,,Die drie à vier miljard die we nu tekortkomen vinden we door op andere posten te bezuinigen'', zei hij laconiek. Andere politieke partijen (CDA, PvdA, D66) lijken grotere problemen te hebben. Zij zijn er in hun programma's vanuit gegaan dat Paars II de boeken zou kunnen afsluiten met een overschot van zo'n 10 miljard euro (1 procent van het bbp). Een dergelijk overschot is nodig om nu de staatsschuld versneld af te lossen om zodoende geld vrij te maken voor de stijgende kosten van de vergrijzing. Om weer op 1 procent overschot uit te komen moeten zij een deel van hun geplande uitgaven aan bijvoorbeeld zorg en onderwijs nu in aflossing van de staatsschuld stoppen.