Hindoes eisen snelle bouw tempel

Extremistische hindoes eisen van de Indiase regering dat er een tempel wordt gebouwd op de plek waar zij tien jaar geleden een moskee verwoestten.

Gewapend met speren, drietanden en knotsen kwamen enkele duizenden hindoe-fanatici naar New Delhi om een onderhoud te eisen met premier Vajpayee.

Hoe de geest weer in de fles te krijgen, moet premier Vajpayee zich hebben afgevraagd. Meer dan twee uur lang luisterde hij naar een delegatie van elf man, bestaande uit sadhoes (heilige mannen) en swami's (hoge priesters). De delegatie maakte duidelijk dat er onmiddellijk moest worden begonnen met de bouw van een hindoetempel in Ayodhya, op de plek waar tien jaar geleden de Babri-moskee met de grond gelijk werd gemaakt. De Babri-moskee zou precies hebben gestaan op de geboorteplaats van de god Rama, en de verwoesting ervan werd in 1992 openlijk gesteund door de BJP, de hindoenationalistische partij van premier Vajpayee.

Ayodhya ligt in de deelstaat Uttar Pradesh en over enkele weken zijn daar verkiezingen. Uttar Pradesh telt 139 miljoen inwoners, onder wie 22 miljoen moslims. De hindoes zijn evenwel sterk verdeeld: de lagere kasten hebben een eigen politieke partij, die de grootste dreigt te worden. Tenzij de BJP hindoes van alle kasten kan verenigen, met de moslimminderheid als gemeenschappelijke vijand.

Daarom had de BJP het niet zo erg gevonden dat hindoe-extremisten vorig jaar opnieuw begonnen over de bouw van de hindoetempel in Ayodhya. Het is in de afgelopen tien jaar een goede zet gebleken om de hindoes tot eenheid te brengen en de verkiezingen te winnen. Maar de situatie is veranderd sinds de aanslag op het Indiase parlement op 13 december.

De BJP had de hindoe-extremisten ineens niet meer nodig. Er was een veel grotere gemeenschappelijke vijand gevonden: Pakistan. De dreigende oorlog tussen India en Pakistan brengt hindoes automatisch bijeen en zelfs veel moslims in India scharen zich achter het officiële Indiase standpunt dat Pakistan geen recht heeft op het betwiste Kashmir. Een verkiezingsoverwinning in Uttar Pradesh voor de BJP leek reëel.

Maar Vajpayee had niet gerekend op het geheugen van de hindoe-extremisten. Zij herinnerden zich dat Vajpayee een jaar geleden zei dat de bouw van een hindoetempel in Ayodhya een kwestie was van `nationaal sentiment'. En dat een besluit over de bouw vóór 12 maart dit jaar moest zijn genomen. Het had toen misschien een goede wortel geleken, waar het hindoe-kiesvee achteraan zou hollen.

Maar nu zeggen de sadhoes en swami's dat Vajpayee woord moet houden. Vorige week begonnen ze een `Yatra', een mars van Ayodhya naar de hoofdstad New Delhi. De bonte stoet van halfnaakte sadhoes met lange baarden, in saffraan-kleurige gewaden gehulde priesters en jonge volgelingen die wapens uit de tijd van de goden droegen, vond echter minder bijval dan verwacht. Door de zware regens kreeg de stoet iets treurigs en de bevolking van Uttar Pradesh is de tempel-kwestie intussen meer dan beu. Er is armoede, zieken worden niet verzorgd en zonen trekken massaal weg. Wie maalt er nu om een tempel?

Bovendien valt hindoefanatisme slecht, in deze tijd van oorlog tegen terreur. De hele wereld kijkt mee en als India de mogelijke hindoeterreur niet in de hand kan houden, is de laatste troef tegen Pakistan verspeeld.

Om zowel de seculiere coalitiepartners in de regering, als de fanatieke hindoeleiders tevreden te stellen, zei Vajpayee zo diplomatiek mogelijk dat het besluit over de bouw van een hindoetempel in Ayodhya niet kan worden genomen vóór een uitspraak van het Hooggerechtshof, dat zich momenteel over de zaak buigt. Hij zou de minister van Justitie verzoeken de zaak te laten bespoedigen, maar de datum van 12 maart wordt waarschijnlijk niet gehaald.

Waarop de hindoedelegatie aan de leider van 's lands grootste hindoepartij een lastig ultimatum stelde: direct na 12 maart zal de bouw van de tempel beginnen, ook zonder toestemming van de BJP of het hof. Vajpayee hoorde het ultimatum aan, alsof hij bad om een mogelijkheid om al dit fanatisme weer in de fles te krijgen.