Energiesector Canada wijst VS de deur

Canada probeert een van de grootste energieconcerns ter wereld te formeren. Doel is een dam op te werpen tegen Amerikaanse bedrijven, die via overnames verlekkerd de gas- en oliemarkt in Canada afstropen.

De voorgenomen fusie van de Canadese olie- en gasbedrijven Alberta Energy en PanCanadian Energy, die een van de grootste onafhankelijke energieconcerns ter wereld moet opleveren, vormt een tegenzet op een golf van overnames in de Canadese energiesector door Amerikaanse concerns in de afgelopen twee jaar.

PanCanadian Energy, in omvang de vierde olieproducent in Canada, en Alberta Energy, het vijfde olie- en gasbedrijf, kondigden dit weekeinde aan samen te willen gaan onder de naam EnCana. Het nieuwe concern wordt de grootste producent van aardgas in Noord-Amerika, met aangetoonde reserves van 220 miljard kubieke meter aan aardgas en 1,3 miljard vaten olie. EnCana's gecombineerde marktwaarde bedraagt meer dan 20 miljard Canadese dollar (ongeveer 15 miljard euro).

EnCana wordt het vlaggenschip van de Canadese energiesector, een ,,onafhankelijk olie- en gasbedrijf met een Canadees hoofdkwartier'', zei David O'Brien, president van PanCanadian bij de bekendmaking van het fusieplan. Gwyn Morgan, topman van Alberta Energy, voegde toe: ,,Waarom zouden twee Canadese bedrijven niet samenkomen ter vorming van een powerhouse?''

Beide concerns ontkenden dat ze vreesden ten prooi te zullen vallen aan buitenlandse opkopers als ze alleen zouden blijven. Niettemin werd vooral PanCanadian beschouwd als een aantrekkelijke aanwinst voor andere gegadigden sinds het vorig najaar werd losgemaakt van het conglomeraat rond spoorbedrijf Canadian Pacific (CP). CP verwierf grote lappen overheidsland in het olierijke West-Canadese Alberta in de negentiende eeuw, in ruil voor de aanleg van een transcontinentale spoorweg. PanCanadian erfde die begeerde grond.

De afgelopen twee jaar zagen Alberta Energy en PanCanadian een groot aantal van hun concurrenten in westelijk Canada worden opgeslokt door dorstige Amerikaanse energieconcerns met belangstelling voor Canadese olie- en gasvoorraden. In 2001 sleepten Amerikaanse kopers, in belangrijke mate geholpen door de zwakke Canadese dollar, voor ongeveer 17 miljard Amerikaanse dollar aan Canadese energiebelangen in de wacht. Canadese energiebedrijven als Gulf Canada, Westcoast Energy, Anderson Exploration en Canadian Hunter kwamen stuk voor stuk in handen van concerns in de Verenigde Staten.

EnCana zal niet alleen beter in staat zijn te concurreren op de Noord-Amerikaanse energiemarkt het officiële doel van de samenvoeging maar zal bovendien te groot zijn om te worden ingelijfd door buitenlandse koopjesjagers.,,Er zou nu een bedrijf als Exxon, Chevron of Total aan te pas moeten komen'', aldus analist Jim Hall van Mawer Investeringen.

Voor andere bedrijven met belangstelling voor een van de twee partners is het dan ook nu of nooit voor een vijandig tegenbod. Een zak Amerikaanse dollars tegen een hogere waarde dan de voorgestelde aandelenruil zou verleidelijk kunnen blijken voor aandeelhouders. Om te voorkomen dat een van de partners doelwit wordt van een tegenbod voordat de fusie dit voorjaar rond komt, is er een boete van 350 miljoen dollar gezet op het verbreken van de transactie.

Morgan en O'Brien benadrukten bovendien het langere-termijn groeipotentieel dat ze in EnCana zien, om hun aandeelhouders aan boord te houden. EnCana zal grote belangen hebben in het Canadese westen en voor de Canadese oostkust, alsmede in de Amerikaanse Rockies.

Bovendien zal het actief zijn in de Golf van Mexico, de Noordzee en Ecuador, en heeft het vooruitzichten in het Canadese noorden, Alaska, Australië, het Midden-Oosten en Brazilië.