`Enclave' strandt in politieke retoriek

`De enclave' waagt zich aan het politiek geladen thema van het gedrag van de Nederlandse soldaten in Srebrenica. Helaas overtuigt de uitwerking niet helemaal.

Het duurde even voordat Hollywood zijn eerste speelfilm over de trauma's van de Vietnamoorlog produceerde; na meer dan zes jaar verschijnt in Nederland de eerste fictieproductie over de nasleep van in Srebrenica. In april zendt de VARA de driedelige dramaserie De enclave uit, geschreven door Hein Schütz en Alma Popeyus en geregisseerd door Willem van de Sande Bakhuyzen (Oud geld, Bij ons in de Jordaan).

Rotterdam had gisteren de première van de op het laatste moment geselecteerde `film' (voorlopig met van een andere film geleende muziek, want de soundtrack was nog niet helemaal klaar). De enclave blijkt politiek dynamiet: impliciet wordt de vraag opgeworpen of het wel verstandig is het Joegoslaviëtribunaal te huisvesten in een land dat min of meer direct verantwoordelijk gesteld kan worden voor de dood van duizenden moslims in Srebrenica. Het is jammer dat in de zorgvuldig geregisseerde productie het dynamiet uiteindelijk ontploft in het gezicht van de scenarioschrijvers, die de geloofwaardigheid te ver oprekken in een controversiële finale.

Elk van de afleveringen beziet de moordpartij door de ogen van een ander fictief, maar op een werkelijk bestaand iemand gebaseerd personage. De eerste twee delen spelen zich af in 2003, acht jaar na de val van de enclave, tijdens een vooronderzoek en proces tegen een Servische sergeant, die de leiding zou hebben gehad bij de slachting in Potocari, onder de ogen van de Nederlandse blauwhelmen. In fictie kun je laten zien wat er op verdwenen fotorolletjes of videotapes (een is door een Dutchbatter `Schindler's List part 2' gedoopt) zou hebben kunnen staan. Overtuigend authentiek gefotografeerd door Melle van Essen zien we hoe de Serviërs verkrachten en martelen, en de Dutchbat-militairen, een beetje suf van het blowen, er niets tegen ondernemen. Geloofwaardig is eveneens de suggestie dat getuigen uit voormalig Joegoslavië in Den Haag onder druk worden gezet door de Servische maffia. Ook de gijzeling in het Haagse gebouw van het tribunaal van de wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken verdachte Servische sergeant (Frank Lammers) door een Bosnische tolk (Ramsey Nasr) is voorstelbaar. Zelfs kan men geloven dat de nieuwe Haagse burgemeester George Verhoef (Johan Leysen), onderhandelaar bij de gijzelingsactie, in 1995 minister van Defensie geweest zou kunnen zijn.

In het laatste deel krijgt de fictie echter een groteske wending. In 2007 is Verhoef lid van een Europese delegatie die het toerisme in de Republika Srpska wil bevorderen. Met een projectontwikkelaar buigt hij zich over de plannen om bungalows te bouwen bovenop een pas blootgelegd massagraf. Terwijl Verhoef met vrouw en tienerdochter logeert in het hotel waar kolonel Mladic met overste Karremans proostte, timmeren de Dwaze Moeders van Srebrenica op hun autoruit en voltrekt de voormalige tolk van Dutchbat zijn ultieme wraak op de enige hoofdverantwoordelijke, de Nederlandse minister van Defensie die hem zo vaak met een kluitje in het riet stuurde wanneer hij informeerde naar wat er met zijn familie gebeurd was. De naam van het personage verschilt maar een paar letters van die van de echt verantwoordelijke minister Voorhoeve (VVD), en de uitzending van kort voor de Kamerverkiezingen lijkt al evenmin toeval.

Zo strandt een moedige en respectabele poging om in een fictieve vorm een opinie te formuleren over de recente vaderlandse geschiedenis op de klippen van goedkope politieke retoriek. Zelfs het onberispelijke acteren blijkt niet altijd bestand tegen zulk scenariogeweld, zodat ook in bijrollen clichéduiveltjes de kop opsteken. De door Schütz en Popeyus opgeworpen vragen zijn zinnig, en kunnen door de excessen in de dramatisering nu veel te gemakkelijk terzijde worden gelegd. Maar de selectie van De enclave door een filmfestival, dat politieke kwesties weer op de filmagenda wil plaatsen, verdient niets dan lof, omdat het debat over schuld en boete rond de laatste oorlog waar Nederland een belangrijke rol in speelde nog maar nauwelijks begonnen is.

De Enclave, Ned.3, 14, 21, en 28 april