Een VVD-probleem: naar rechts of niet?

Het rijtje is al aardig vertrouwd: Er is te veel achterkamertjesoverleg, er blijven te veel dingen liggen. Aan de WAO is acht jaar lang niets gebeurd, de gezondheidszorg kent wachtlijsten. Er zijn grote problemen in het onderwijs en de veiligheid is een stiefkind, de inflatie is hoog en de werkloosheid loopt weer op. Niemand wil het kabinetsbeleid tot inzet van de verkiezingen maken, Paars II is nu van niemand meer.

In een ruime vergaderzaal nabij het ministerie van Buitenlandse Zaken klinkt dit harde judicium deze (vorige) woensdagochtend uit de mond van het zestigjarige VVD-erelid Hans Wiegel, oud-minister, oud-fractieleider in de Tweede Kamer, die in 1982 afscheid van de actieve politiek nam maar nog steeds graag en geregeld voor actuele politieke analyses zorgt. Deze keer doet hij dat als spreker voor het partnerprogramma naast de jaarlijkse ambassadeursconferentie. En omdat je maar heel zelden op jonge leeftijd ambassadeur wordt en er in diplomatenkring qua partnerkeuze en rolverdeling de afgelopen kwart eeuw niet zo heel veel is veranderd spreekt hij dus een zaal toe die overwegend gevuld is met naar het middelbare neigende dames. Dames die zich Wiegels politieke gloriejaren nog aardig kunnen herinneren en die zijn naam vermoedelijk vroeger wel eens zullen hebben aangekruist in het stemhokje. Toen hun latere partners nog naar `het klasje' van Buitenlandse Zaken gingen.

Kortom, Wiegel speelt een thuiswedstrijd van het type dat, met excuses voor de elementen in de vergelijking die niet opgaan, doet denken aan de jaarlijkse wedstrijden die oud-Oranje op nieuwjaarsdag speelt voor een licht nostalgisch publiek ,,hij is wat zwaarder geworden, maar hij ziet het nog steeds goed'. Dat ligt anders bij Wiegels leeftijdgenoot en medespreker van deze ochtend, de PvdA'er Bram Peper, oud-burgemeester van Rotterdam (1982-'98), die twee jaar geleden minder vrijwillig afscheid nam als minister en die misschien vooral in verband met het broodnodige politieke evenwicht uitgenodigd is. Peper, wiens cynische tussenzinnen af en toe enig onverwerkt leed verraden (,,Ik zal u niet vermoeien met mijn heldendaden'), introduceert zichzelf dan ook met zelfspot, en een lachje naar zijn meegekomen vrouw Neelie Kroes, als iemand die vandaag `politieke randgroepoudere te Wassenaar' is.

Wat bij Wiegel opvalt is hoezeer hij zichzelf gebleven is. Niet alleen als een vaardige spreker, die tussen zijn grappen door in korte zinnen naar conclusies gaat die in het belang van helderheid en effect eventueel ook best een beetje overdreven mogen zijn. Voorbeeld: ,,Er is veel misnoegen over de politiek, er zou wat meer geregeerd mogen worden'. Onveranderd is hij ook als het om zijn voorkeuren gaat. Zijn voorkeur voor samenwerking met het CDA bijvoorbeeld, die past bij de anti-PvdA-rol die hij altijd voor de VVD weggelegd zag. Hoewel die voorkeur niet meer zo goed past bij de omstandigheid dat het CDA (alleen), en onder meer door Wiegels eigen toedoen, te klein geworden is om de VVD aan een meerderheid te helpen. Misschien is het ook wel daarom dat Leefbaar Nederland, ,,de partij die in het door onbehagen veroorzaakte gat is gesprongen', wat Wiegel betreft ,,ik geef mijn partij een tip' niet als partner moet worden uitgesloten of ,,laatdunkend' moet worden afgedaan. Zelf moet de VVD ,,meer aan haar profiel doen' en zich ,,beter positioneren'. Dan is het ook niet zo erg dat zij in de peilingen is gezakt. ,,Want dat maakt je scherp en dan kan het beeld in zes weken weer helemaal veranderen, dat heb ik zelf meegemaakt'.

Kan het zijn dat zulke tips van Wiegel ten behoeve van de rechterflank van de VVD ook plaagstoot zijn in de richting van lijsttrekker Dijkstal, die zoveel mogelijk ,,inhoud' in zijn campagne wil steken en zoveel mogelijk in de buurt van het centrum lijkt te willen blijven? En die daarom niet lijkt te voelen voor een uitgesproken campagne tegen die eigensoortige, qua Kamerkandidaten haastig bijeengetelefoneerde, club van heren Fortuyn en Nagel. Je zou zeggen: dat siert Dijkstal, neem het hem maar eens kwalijk dat hij er niet voor voelt zijn campagne af te stemmen op het bestrijden van Leefbaar Nederland. Van een club dus die zó door bredere antiparlementaire rancunes gevoed wordt dat de kennismaking met de politieke werkelijkheid straks pijnlijk beloofd te worden en die zó heterogeen is dat interne conflicten, voor of na de verkiezingen, welhaast onontkoombaar zijn. Maar daar staat tegenover dat er weinigen zijn die als Wiegel weten wat de stemming in het volk voor de VVD kan betekenen.

Peper slaagde er in zijn bijdrage in om de verwarring over dit vraagstuk te vergroten. Hij bracht in herinnering dat de kiezers in 1994 voor de grootste (electorale) revolutie van de vorige eeuw hebben gezorgd en die revolutie bij de Kamerverkiezingen van 1998 hebben voortgezet. In 1994 groeide D66 met 100 procent (van 12 naar 24 zetels), de VVD met 40 procent (22-31) terwijl het CDA (54-34) met 40 en de PvdA (49-37) met 25 procent krompen. In 1998 viel D66 45 procent terug (24-14), het CDA nogmaals 15 procent (34-28) terwijl de PvdA (37-45) met 20, de VVD (31-38) nog eens met 25 en GroenLinks (7-16) zelfs met meer dan 100 procent groeiden. Alsof hij Wiegel bijviel zei Peper: De kiezers hebben altijd gelijk. Maar, voegde hij daaraan waarschuwend toe: De kiezers zijn sinds de jaren negentig op drift, misschien als gevolg van de val van de Muur en de ,,deïdeologisering van Nederland en de PvdA'. Anders gezegd: op hun gedrag is geen peil meer te trekken, niet door Wiegel en niet door Dijkstal.

De moeilijkheid is niet zozeer, zei Peper, dat er in het Nederlandse openbaar bestuur zoveel mis is, maar dat 40 tot 50 procent van de kiezers dat denkt, en dát telt. ,,In mijn schaarse cynische buien zeg ik wel eens: in dit land moet alles even perfect geregeld zijn als in de vroegere DDR. We moeten leren leven met een zeker tekort, maar dat lukt niet meer. Jan Nagel heeft dat door, hij is de echte chef van Leefbaar Nederland, Machiavelli was vergeleken met hem maar een tuinkabouter. Maar Leefbaar Nederland voert in feite al sinds vorig najaar campagne. Dat is lang, dat geeft risico's, nog ongerekend dat gedoe met die kandidatenlijst.' Dat klonk, halverwege Wiegel en Dijkstal, niet hoopvol, al kreeg de Wassenaarse randgroepoudere ook een mooi applaus van de partners van onze diplomatieke chefs de poste.

Gerectificeerd

Kamerzetels

In het artikel Een VVD-probleem: naar rechts of niet? (dinsdag 29 januari, pagina 8) is de omvang van de Tweede-Kamerfracties van GroenLinks en CDA onjuist weergegeven. Het zetental van het CDA is niet 28 maar 29, dat van GroenLinks niet 16 maar 11.