`Britse landbouw werkt niet'

Britse boeren moeten Europese landbouwsubsidies in toenemende mate gebruiken voor milieu- en landschapsbeheer, in plaats van om productie te stimuleren. Supermarkten moeten meer plaatselijk geproduceerd voedsel verkopen en het verbouwen van organic (biologische) producten moet worden aangemoedigd.

Dat wil een officiële commissie die in opdracht van de regering de toekomst van de Britse landbouw heeft onderzocht in de nasleep van de BSE- en MKZ-crises. Het rapport, dat vandaag verschijnt, heet revolutionair, omdat de samenstellers groepen met potentieel tegengestelde belangen vertegenwoordigen: boeren, supermarkten, de vleeslobby en milieuorganisaties. Eendrachtig noemen ze de Britse landbouw ,,disfunctioneel''.

Het rapport valt samen met een bredere Europese roep om hervorming van het subsidiebeleid in de landbouw, voorafgaand aan de EU-uitbreiding naar het oosten. Nick Brown, de voormalige minister van Landbouw, zei vorig jaar al dat hij landbouwsubsidies meer wilde gebruiken als premie voor landschaps- en milieubeheer dan als productiestimulans. De Britten ontvangen nu 2 miljard pond (3,2 miljard euro) aan directe subsidies uit Brussel. De beleidscommissie wil in 2004 tien procent van dat geld `omleiden' naar de nieuwe prioriteiten.

De export van Brits rund- en lamsvlees ligt zo goed als stil, terwijl supermarkten veel geïmporteerd voedsel verkopen. Boeren zijn gedemoraliseerd en veel bedrijven worden kunstmatig met subsidies in leven gehouden. En de publieke opinie verzet zich steeds meer tegen industriële veeteeltpraktijken, die een relatief klein aantal grote boeren bevoordelen, maar leiden tot milieuschade, het verdwijnen van kleinschalig boeren en het ontstaan van de voedselcrises.