Belangen houden Saoedi-Arabië en VS nog bij elkaar

Saoedi-Arabië en de VS ruziën aldoor. De Saoediërs zien Amerika's pro-Israël beleid niet zitten, en de Amerikanen de Saoedische islamitische gevoeligheden niet. Toch is een scheiding nog niet aan de orde.

De ooit zo hechte relatie tussen Saoedi-Arabië en de Verenigde Staten is sinds 11 september zover gedegenereerd dat inmiddels alles wat de een doet of zegt bij de ander publiekelijk in het verkeerde keelgat schiet. Hoorde Bill Clinton bijvoorbeeld wel op het Economisch Forum in Jeddah te zijn, vroegen prins Talal bin Abdelaziz, halfbroer van koning Fahd, en de Saoedische pers zich vorige week af. Was de Amerikaanse ex-president niet een paar weken tevoren nog in Londen om geld in te zamelen voor joodse nederzettingen?

Met name Washingtons pro-Israël beleid valt dezer dagen slecht in Riad. President Bush had vrijdag nauwelijks gezegd dat Arafat ,,terrorisme versterkt'', of de Palestijnse leider werd in de hoogste Saoedische kringen als ,,man van vrede'' geprezen. In een vraaggesprek met de New York Times waarschuwde prins Nawaf bin Abdelaziz, directeur van de Saoedische inlichtingendiensten, de Amerikanen hem niet te straffen. Washington denkt alleen aan de belangen van Israël, aldus prins Nawaf. Maar als Arafat er niet meer is, is er geen andere Palestijn die vrede zal sluiten.

Maar het gaat niet alleen om de steun voor Israël. Een paar dagen eerder hadden Saoedische religieuze autoriteiten buitengewoon bits gereageerd op het besluit van de Amerikaanse strijdkrachten om vrouwelijke militairen in het land voortaan zelf te laten bepalen of ze buiten hun basis al dan niet de allesverhullende abayah plus hoofddoek zouden dragen. De Amerikanen konden niet veel anders, nadat luitenant-kolonel Martha McSally een rechtszaak tegen het Pentagon had aangespannen waarin ze betoogde dat haar godsdienstvrijheid werd geschonden door het opleggen van de islamitische kledingregels. McSally, eerste Amerikaanse gevechtspilote, kreeg onmiddellijk verscheidene vooraanstaande Congresleden aan haar zijde. Maar het machtige Saoedische Comité ter Bescherming van de Deugd en ter Voorkoming van het Kwaad was niet geamuseerd. Een woordvoerder verklaarde vorige week dat alle vrouwen de abayah moeten dragen. ,,Iedereen is gelijk onder de islam. Wie dat niet zint, moet maar vertrekken.''

Tot slot de imam van de Grote Moskee van Mekka, heiligste plek van de islam. Hij noemde de VS niet met zoveel woorden, begin deze maand in zijn vrijdagse preek, maar iedereen wist wie hij bedoelde. De wereldorde, zei hij, wordt gekarakteriseerd door ,,tirannie, onderdrukking van volkeren en staten, dominantie en het monopolie. [..] De dominantie en het geweld zijn des te erger omdat ze worden uitgevoerd onder het mom van de internationale legitimiteit''.

Aan Amerikaanse zijde zijn het de media en het Congres die voortdurend kritische uitlatingen doen over Saoedi-Arabië. Het is immers het land waar Osama bin Laden en 15 van diens 19 commando's van 11 september vandaan komen – is het dus wel te vertrouwen? – en dat het ook nog eens waagde geen toestemming te geven voor Amerikaans gebruik van zijn eigen basis bij Riad, met het dure, nieuwe commandocentrum, voor de aanvallen op Afghanistan. Senator Carl Levin, voorzitter van de Senaatscommissie voor de Strijdkrachten, zei twee weken geleden dat de VS de basis maar moesten opdoeken, en hun militaire contingent (circa 5.000 man) naar een ander land in het Golfgebied verplaatsen. ,,Ik heb een ongemakkelijk gevoel over onze aanwezigheid in Saoedi-Arabië'', zei hij. ,,Ik denk dat we een plaats kunnen vinden waar we openlijk veel meer worden verwelkomd.''

Daar had senator Levin zonder twijfel gelijk in. Tegelijk met het vraaggesprek met prins Nawaf publiceerde de New York Times de uitkomst van een Saoedisch onderzoek volgens hetwelk 95 (!) procent van de opgeleide mannen tussen 25 en 41 jaar oud Bin Laden steunt. Er stond niet bij vermeld waarom men deze extremistische moslimleider steunde en waarin, maar het zal diens anti-Amerikanisme en verzet tegen de Amerikaanse militaire aanwezigheid zijn, en niet diens even luid beleden afkeer van het Saoedische koningshuis. Een onderzoek waaruit blijkt dat vrijwel alle opgeleide Saoediërs Bin Laden als kalief wensen, zou vast heel diep zijn weggestopt, en niet door prins Nawaf zijn bevestigd.

Loopt het 60 jaar oude huwelijk tussen Saoedi-Arabië en de VS op de klippen? Zowel de Saoedische als de Amerikaanse autoriteiten verzekeren officieel van niet. Beide partijen hebben dan ook nog steeds aanzienlijke belangen bij voortzetting van de relatie. Misschien mag de Amerikaanse luchtmacht de Saoedische basis, om de lokale gevoeligheden te sparen, eigenlijk nergens voor gebruiken. Maar haar aanwezigheid is voor Washington wel erg handig in het geval van een – nooit volledig uit te sluiten – Iraakse aanval, reden waarom de Amerikanen zich in 1990 door de Saoediërs hebben laten uitnodigen. De Amerikaanse regering geeft zich daarbij goed rekenschap van het feit dat Saoedi-Arabië de grootste bewezen oliereserves herbergt. Tegelijk is het land een van de belangrijkste klanten van de Amerikaanse wapenindustrie.

Op zijn beurt weet het Saoedische koningshuis dat dit nauwelijks het goede moment is om Bin Laden zijn eerste, grote overwinning te schenken door de Amerikanen te verzoeken weg te gaan. Daarna zijn de Saoedische prinsen immers zelf aan de beurt. Aanpassing van de Amerikaanse militaire aanwezigheid is denkbaar; voor echtscheiding is nog het te vroeg.