Spanje favoriete hang-out Al-Qaeda

Een half miljoen moslims telt Spanje, onder wie, zo is na 11 september gebleken, een harde kern van Al-Qaeda terroristen.

De Abu Baker moskee ligt aan de M30, de binnenste rondweg om Madrid, ingeklemd tussen een rouwcentrum en de nieuwbouw van de stedelijk periferie. Een in wit marmer verpakte kolos met een gebedscentrum, een bibliotheek, vergaderzalen en een restaurant. Met gepaste trots geven de islamitische gidsen rondleidingen in de moskee, de grootste op het Iberisch schiereiland. Voor het vrijdagmiddaggebed verzamelen zich hier makkelijk zo'n 3.000 gelovigen.

Maar sinds de `operatie Dadel' in november vorig jaar is de stemming wat bedrukt. Onder leiding van Spanjes `superrechter' Baltasar Garzón werd de veronderstelde Spaanse cel van het Al-Qaeda netwerk opgerold. Een tiental arrestaties werd verricht, waaronder die van Imad Eddin Barakat, beter bekend als Abu Dahdah, volgens de aanklacht leider van Osama bin Ladens organisatie in Spanje.

Volgens Garzón hadden Abu Dahdah en zijn mannen onder andere geprobeerd de Abu Baker moskee onder een meer radicaal bewind te brengen. Moskeewoordvoerder Mohamed el-Afifi, een gedistingeerd grijzende Egyptenaar, zucht eens diep als de kwestie in zijn kantoortje ter sprake komt. Een groepje criminelen is het, het kan wat hem betreft niet vaak genoeg gezegd worden, maar voor het overige houdt de zaak hem niet uit zijn slaap. Nooit heeft hij iets gemerkt van Abu Dahdah en zijn mannen. ,,We zijn hier een open huis'', zegt Afifi. ,,En zolang je je volgens de normen gedraagt, kan iedereen zo binnenlopen. We gaan hier ook niet als een soort politie de mensen in de gaten houden.''

Wat opviel aan Abu Dahdah was zijn onopvallendheid. Een kalende man van Syrische oorsprong met een baardje, 38 jaar, sinds 1986 in Spanje, getrouwd met een Madrileense, vier kinderen, sappelend als een kleine importeur van textiel. In het restaurant in de multiculturele volksbuurt Lavapies, waar hij met vrienden koffie dronk, gelooft men simpelweg niet dat Abu Dahdah een fanatieke moslim was. Maar volgens het onderzoeksdossier van rechter Garzón was de verdachte opmerkelijk veel onderweg voor een kleine handelaar. In vier jaar tijd reisde Abu Dahdah zeker twintigmaal naar Londen, waar hij volgens de onderzoekers contact had met de Britse Al-Qaeda cel. Op het lijstje reisbestemmingen bevinden zich tevens Indonesië, Turkije, België, Denemarken, Maleisië en Jordanië.

De politie had Abu Dahdah al langer in de peiling. In afgeluisterde gesprekken met ene `Shakur' in augustus wordt met veel geheimzinnigdoenerij gerefereerd aan een op handen zijnde gebeurtenis en aan iets dat met vliegen en vogels te maken heeft. Het lijstje van beschuldigingen van Garzón bevat voorts het ronselen van commando's die werden opgeleid in kampen in Afghanistan, Bosnië en Indonesië, het inzamelen van gelden en het organiseren van een infrastructuur in Spanje.

Spanje lijkt een niet onbelangrijke rol te spelen in het Al-Qaeda netwerk. In het Hamburgse appartement van Mohamed Atta, die wordt verdacht een van de vliegtuigen het World Trade Center in New York te hebben binnengevlogen, werden aanwijzingen gevonden voor contacten met de Spaanse cel van Abu Dahdah. Atta vloog in juli van Miami naar Madrid. Vervolgens bracht hij twee dagen door aan de oostkust bij Salou, midden tussen de Europese toeristen die er hun goddeloze strandvakantie aan het vieren waren. Van angst voor vervolging was toen in ieder geval geen sprake: Atta bracht samen met een onbekend gebleven kameraad een bezoek aan de gevangenis van Tarragona, waar een van moord verdachte Algerijn werd opgezocht. Zijn kameraad mocht de man bezoeken, Atta niet, omdat hij niet de vereiste week tevoren een verzoek had ingediend. Verder is niets bekend gemaakt over deze mysterieuze Algerijn, behalve dat hij veiligheidshalve naar een andere gevangenis is verplaatst.

Een en ander geeft stof voor het vermoeden dat de Spaanse kusten, die al Russische onderwereldtsaren, Italiaanse maffia en Franse en Britse penose gastvrijheid bieden, tevens zijn uitgegroeid tot favoriete hang-out van moslimterroristen. Niet onbegrijpelijk: het is er warm en aangenaam, politie stelt over het algemeen geen fluit voor en vanuit Alicante en Almeria is er een directe bootverbinding met Algerije. Onder de vaste bezoekers van het zuidelijk gelegen Marbella bevindt zich traditioneel een ruime collectie wapenhandelaars, zodat er ook nog zaken gedaan kunnen worden.

De behoefte aan historisch gekleurde heroïek valt ook niet geheel uit te vlakken. Meer dan andere landen spitste Spanje de oren, toen Osama bin Laden in zijn eerste televisietoespraak vol nostalgie terugblikte op het oude Al-Andalus. Het Andalusië dat eeuwen onder Moors bewind stond, bleek plotseling weer opgediept uit het gemeenschappelijk islamitisch bewustzijn. In afwachting van het herstel van de oude glorie had de voorhoede alvast een verkennende positie ingenomen, zo leek het.

De arrestaties van verdachten van moslimterrorisme, in totaal een twintigtal in de afgelopen maanden, komen goed van pas in de strategie van premier José Maria Aznar om de strijd tegen het terrorisme een centrale plaats te geven in het voorzitterschap van de Europese Unie dat thans door Spanje wordt bekleed. Aanvankelijk was hierin de hoofdrol weggelegd voor de Baskische terreurbeweging ETA, maar na de elfde september kreeg het thema onverwachts een geheel nieuwe dynamiek. Aznar presenteert zich daarbij als een trouw bondgenoot van de Verenigde Staten wat niet wegneemt dat er waarschijnlijk geen uitleveringen zullen volgen. De in de VS geldende doodstraf staat dit in de weg.

Dat het onderzoek van operatie Dadel nog niet voltooid is bleek vorig weekeinde, toen opnieuw arrestaties plaatshadden van veronderstelde Al-Qaeda medewerkers, ditmaal in een arbeiderswijk nabij Barcelona. Ook hier verbaasde buren, die moeilijk konden geloven jaren naast een terreurcel te hebben geleefd. ,,Vriendelijke mensen'', aldus een van hen. ,,Ze zeiden me altijd gedag.''