Slingeren

Vijfenveertig jaar is een kritische leeftijd. Je staat er 's ochtends mee op en voelt onmiddellijk de dubbele cijfers door je aderen strompelen. Je kunt natuurlijk fier blijven roepen dat de teller in je hoofd op zestien lentes is blijven steken, maar er is altijd wel een spiegel in een badkamer om je zachtjes uit te lachen. Dan besef je dat je een flink dosis antigif nodig hebt om de lagedrukgebieden en de depressiekrullen op afstand te houden. Om de nazomer te rekken.

Zoiets bereik je niet met een wereldreis, een jonge maîtresse of verse haarinplant. De nieuwe uitdaging moet haar naam verdienen, van Spartaanse consistentie zijn en een hoge moeilijkheidsgraad hebben. Op de leeftijd dat je nog hooguit kunt leren golfen of pijltjes gooien, zul je toch met een grote bocht om de vanzelfsprekendheid heen moeten lopen. Met de wetenschap dat in augustus de EK atletiek voor veteranen worden gehouden, ging ik internetten.

Ik trof er een wereld van statistieken aan en begon de uitslagen van het vorige EK met zorg te bestuderen. Het meest aansprekende, niet olympische en dus origineelste onderdeel leek de mysterieuze gewichtvijfkamp te zijn, bestaand uit de vier olympische werpnummers aangevuld met het slingeren van een blok van zestien kilo ijzer. Bijna afschrikwekkend: mijn queeste leek vorm te krijgen. Twee jaar geleden won de Griek Vasilios Maganas het onderdeel met maar liefst vierhonderd punten voorsprong op de Rus Serguei Lobynia. Beide onbereikbaar.

Een snelle rekensom leerde me dat een plaats in de top vijf toch wel tot de mogelijkheden behoorde. Drie van de vijf nummers beheers ik redelijk tot goed. Alleen die vreselijke slingerkogel en, afgeleid daarvan, het blok van zestienduizend gram. Slingeren is een vak apart waarvoor ik een diepe aversie koester. Het enige werpnummer waar je niet duwend achter je projectiel moet staan. Het is trekken, draaien en loslaten. Krankzinnig en onnatuurlijk in de uitvoering en technisch even ingewikkeld als het repareren van een uurwerk met tuinhandschoenen aan. De kogelslingeraar is het zwarte schaap van de atletiekfamilie. En niet alleen omdat zijn instrument verwoestender voor een grasmat is dan een legertje doorgeschoten mollen. Als er jaarlijks in de wereld een of twee doden op een atletiekbaan vallen dan kun je er zeker van zijn dat er een slingeraar in de buurt is geweest. De gespierde draaitol is een potentiële moordenaar en geen kooi die voor hem garant kan staan. Daarom ook worden kogelslingeraars meestal naar bijvelden verbannen.

Op zo'n desolaat bijveld stond ik afgelopen zaterdag met het existentialistische gewicht van de jaren op mijn schouders. Mijn eerste les. In druilerig weer, zakkend tot aan de enkels in de zompigheid, struikelend in de verraderlijke putjes die een vorige sessie slingeren had achtergelaten. Ik besloot het bolle beestje met lange staart met geweld te temmen. Luisterde maar half naar de aanwijzingen die ik kreeg: armen gestrekt houden, niet verkrampen, snel met de rechtervoet om de linker. In plaats daarvan begon ik het diertje met koud bloed te maltraiteren: ik vervloekte het, trok eraan, verkrampte vol woede en verloor telkens mijn evenwicht.

Mijn haat was grenzeloos. En het gevecht niet om aan te zien. Het ding van 7,26 kilo lachte me uit, vals sissend en mijn hersenen centrifugerend. En iedere keer dat ik dacht winnend uit de strijd te komen, liet ze me los om maar twintig meter verder neer te ploffen. May day, may day! De vlucht leek op die van een neerstortende 747. Tragisch en onherroepelijk. Dan volgde weer de gang door de modder en de putjes vol regenwater om het kreng op te halen. Ik werd moe en per worp ouder. Droomde van golfballen en pijltjes. Van droge schoenen en jonge maîtresses. Plots gaf ik me gewonnen en liet me door het diertje temmen. Trok er niet meer aan en strekte mijn armen. De slingerkogel bracht mijn hoofd op hol en ik voelde haar snelheid door mijn spieren stromen. Toen ik haar met spijt losliet vloog ze zwiepend door de lucht en landde bijna dertig meter verderop. In een nieuwe romance moet je leren je soms passief op te stellen.