Onzekere VVD

De politieke koers van de VVD is er na de algemene ledenvergadering van het afgelopen weekeinde niet helderder op geworden. Op vrijdagavond, na de eerste vergaderdag, leefden de afgevaardigden nog in de veronderstelling het programma op het punt van het asielzoekersvraagstuk te hebben aangescherpt. Maar een dag later bagatelliseerde de pas gekozen lijsttrekker Dijkstal de wijzigingsvoorstellen van het VVD-kader alweer. Het was niet zo dat de VVD om nieuwe regelgeving vroeg; de partij wilde slechts een stringente uitvoering van de wet. En zo profileert de VVD zich op het politiek en electoraal zo gevoelige terrein van de vreemdelingen opnieuw vooral in toon, maar niet in daden.

De roep om aanscherping van de asielzoekersparagraaf in het verkiezingsprogramma was symptomatisch voor de onzekerheid waarin de VVD momenteel verkeert. Nog maar enkele maanden geleden verkeerden de liberalen in de veronderstelling de grootste partij van het land te worden. Maar volgens de recente peilingen is die kans verkeken en blijkt de VVD niet zozeer met de PvdA in een strijd om de kiezersgunst verwikkeld, maar met nieuwkomer Leefbaar Nederland. De jongste enquêtes van vlak voor het weekeinde verschillen in uitkomsten weliswaar aanzienlijk, maar de trend die zowel het NIPO als bureau Interview/NSS aangeeft, is eenduidig: de VVD verliest aan de club van Fortuyn.

De grote vraag is hoe de VVD hierop denkt te anticiperen. Getuige het vlakke verhaal dat hij zaterdag afstak, is bij VVD-leider Dijkstal het moment voor de tegenaanval nog niet aangebroken. Naar buiten toe wenst Dijkstal zich nog niet al te veel zorgen te maken over Leefbaar Nederland. In de vele interviews die de liberale lijsttrekker de afgelopen dagen gaf, wees hij er telkens op dat de campagne nog moet beginnen. Wellicht schuilt hier een van de grootste problemen van alle gevestigde partijen die verrast zijn door het succes van de `amateurs' van Leefbaar Nederland. Politiek die bestaat bij de gratie van een steeds minder vanzelfsprekend draagvlak, moet het hebben van een permanente campagne. Anders gezegd: politici kunnen het zich niet permitteren alleen als de verkiezingen in aantocht zijn bij de kiezer langs te gaan.

Waar het voor het overige op aankomt, is helderheid. Dat geldt nu in het bijzonder voor de VVD. Het is in Dijkstal te prijzen dat hij vooralsnog zichzelf wenst te blijven en niet onder druk van de omstandigheden wil vluchten in populistische retoriek. Zijn zakelijke toespraak voor de ledenvergadering was vooral een authentiek verhaal. Maar Dijkstal doet onnodig schimmig over zijn eigen toekomstige aspiraties. Is de nummer één van de VVD-lijst ook de kandidaat-premier? Dijkstal komt niet verder dan de uitspraak dat hij dit niet uitsluit.

Formeel gesproken heeft Dijkstal het grootste gelijk wanneer hij stelt dat op 15 mei aanstaande een Tweede Kamer wordt gekozen en geen minister-president. Maar tegelijkertijd is de gegroeide praktijk een andere en is in een verkiezingsstrijd het minister-presidentschap wel degelijk aan de orde. Niet voor niets afficheerde Dijkstals voorganger Bolkestein zich vier jaar geleden wél als de kandidaat-premier van de VVD. Goedkope duidelijkheid moet worden vermeden. Maar nodeloze onduidelijkheid is evenmin gewenst.