Notaris moet klare wijn schenken

Het moet voor comparanten volstrekt duidelijk zijn in welke hoedanigheid de notaris hun zaak behartigt: als notarieel adviseur of als notaris, meent R.C. Gisolf.

De notaris als partijadviseur versus de onafhankelijke notaris: dat is, kort samengevat, de kern van de recente discussie over de notariële aspecten van interdisciplinaire samenwerking. In hun bijdragen op de Opiniepagina van 22 januari refereerden P.P.de Quay (`Notaris kan goed ook partijadviseur zijn') en P. Gerver (Onafhankelijke notaris dreigt te verdwijnen') aan wat ik eind december tegen het Financieele Dagblad heb gezegd, namelijk dat partijnotarissen bij de grootste kantoren zich geen notaris moeten noemen.

Mijn inbreng in de discussie laat zich samenvatten onder het adagium: Gij zult als notaris het publiek klare wijn schenken over de wijze waarop men in een bepaalde zaak staat: óf als openbaar en onafhankelijk ambtenaar, óf als juridisch adviseur van een bepaalde partij. Schending van dat uitgangspunt kan een tuchtrechtelijke inbreuk vormen.

Voor een goed begrip: naar huidig recht mág een notaris als adviseur optreden voor één partij, al dan niet tezamen met andere juridische rechtshelpers als advocaten en fiscalisten. En al evenzeer maakt dit heden ten dage een maatschappelijk waardevol bestanddeel uit van het notariële vakgebied. Mijn hieronder te verantwoorden standpunt ziet op toekomstig wenselijk recht.

Ik heb tegenover het Financieele Dagblad niet aangegeven dat aan de partij-notaris, die ik in het vervolg als `notarieel adviseur' zal aanduiden, de bevoegdheid actes te verlijden zou willen ontzeggen. Het moet echter tegenover de comparanten volstrekt duidelijk zijn in welke kwaliteit hij dit doet: als notarieel adviseur of als notaris. De notaris is in deze tweedeling de beoefenaar van het klassiek notariaat dat zijn wortels in het latijns notariaat heeft; een openbaar ambtenaar aan wiens onafhankelijkheid gelijksoortige eisen moeten worden gesteld als aan rechters; een rechtshelper die persoonlijk geen enkel financieel belang bij zijn notarieel handelen heeft dan de fee, en niet op enigerlei wijze verbonden met juridische adviseurs van de betrokken partijen. Een notarieel adviseur is de juridische deskundige die een cliënt in het bijzonder ook op notarieel terrein begeleidt, al dan niet in samenwerking met vertegenwoordigers van andere beroepsgroepen.

`Notarieel adviseur' zou een beschermde titel moeten zijn. Aan de vakbekwaamheden dienen dezelfde eisen als aan de notaris te worden gesteld; een kandidaat-notaris die optreedt als notarieel adviseur zou de eveneens beschermde titel notarieel adviseur `i.o.' mogen voeren. Zowel de notaris als de notarieel adviseur zouden het monopolie van het verlijden van authentieke actes mogen uitoefenen.

Door deze duidelijke affichering maakt de betrokken notariële rechtshelper de positie duidelijk waarin hij tegenover de cliënt staat, wat deze al dan niet van hem mag verwachten en op welke wijze zijn optreden tuchtrechtelijk beoordeeld moet worden.

Naar mijn stellige overtuiging is het nodig om op deze wijze het notarisambt en het notarieel adviseurschap, zoals dit in grote ondernemingsrechtpraktijken wordt uitgeoefend, uit elkaar te halen. Dat in grote multidisciplinaire samenwerkingsverbanden zowel de klassieke notaris op het gebied van personen- en familierecht en onroerende zaken optreedt, als in geheel andere constellatie notariële adviseurs op het gebied van het ondernemingsrecht, schept verwarring bij cliënten en niet alleen bij hen. Natuurlijk is het zo dat zeer zorgvuldig opererende notariële beroepsbeoefenaren erin zullen slagen cliënten steeds een helder inzicht in hun positie te verschaffen, maar deze groep is niet de norm waarop het beleid gebaseerd moet zijn. Alleen al in Amsterdam hebben zich de laatste jaren bizarre voorbeelden van notariële rolvervaging voorgedaan, ook daar waar men het niet aanstonds zou verwachten.

Een ander aspect lijkt te wijzen op de wenselijkheid van de bepleite tweedeling. Het bestuur van de beroepsvereniging maakt zich sterk voor de integrale beroepsbeoefening, waarmee bedoeld is dat iedere zich mede als notariskantoor afficherende samenwerkende groep professionals ook het hele scala van notariële diensten aan het publiek zou moeten aanbieden. Dat deze wens een vrome is kan hardop beleden worden; uurtarieven, zoals berekend bij een aantal kantoren, waarin notarissen met andere beroepsgroepen als advocaten, fiscalisten en/of accountants samenwerken, of daarmee annex zijn, zijn prohibitief voor een cliënt met een verlangen naar notariële bijstand op familierechtelijk terrein. Het beleid ten aanzien van voorschotten is een andere belemmering. Het vrijmaken van de gebonden tariefstructuur laat zich niet meer terugdraaien.

En waarom zouden wij de notariële adviseurs dwingen het hele pakket te voeren? Dit te willen veronderstelt een zakelijke samenwerking tussen notarissen en notariële adviseurs die zeker in angelsaksische tradities, waarmee we in ons land in toenemende mate worden geconfronteerd, niet bestaat.

Formeel luidt de voorgestelde tweedeling niet de doodsklok over de klassieke notaris in de multidisciplinaire samenwerking. Denkbaar is dat in een multidisciplinair samenwerkingsverband zowel notarissen als notariële adviseurs een plaats vinden. De titels die zij dan in mijn gedachtegang zouden voeren, zou het publiek voldoende tegen de nu heersende notariële verwarring beschermen. Praktisch ligt dit lastiger. Aan de (klassieke) notaris worden eisen gesteld van onafhankelijkheid waaraan hij de facto moeilijk zal kunnen voldoen. Dat hij geen andere financiële binding met één der partijen mag hebben, betekent dat hij cliënten van het kantoor die zich door een advocaat uit die groep laten bijstaan, beter niet kan bedienen, omdat in geval een affaire wat ongunstiger uitpakt voor een wederpartij van een cliënt van zijn kantoor, deze de rekening bij de notaris zal willen leggen omdat hij zich in vergelijking tot zijn wederpartij tekort gedaan zal voelen. Deze regel, die de notaris in een multidisciplinaire samenwerking ten aanzien van zijn onafhankelijkheid moet respecteren, bestaat overigens ook nu al en zal, als de tekenen niet bedriegen, in toenemende mate een nog knellender keurslijf gaan worden.

Mr. R.C. Gisolf, voorzitter kamer van toezicht Amsterdam.