Nieuwkomers in EU krijgen later steun

De Europese Commissie wil boeren uit nieuwe lidstaten slechts geleidelijk laten profiteren van directe inkomenssteun. Kandidaat-lidstaten reageren woedend op dit voorstel.

Terwijl de eerste nieuwe lidstaten in 2004 zullen toetreden, wil de Europese Commissie de inkomenssteun aan de boeren uit die landen pas in 2013 gelijk trekken met die van de boeren in de huidige lidstaten. Dat blijkt uit nog niet gepubliceerde voorstellen van de Eurocommissarissen Fischler (Landbouw) en Verheugen (Uitbreiding). Alle boeren in de Europese Unie krijgen directe inkomenssteun, gekoppeld aan de grootte van hun landbouwareaal.

In 2004 zouden de boeren in de nieuwe lidstaten 25 procent krijgen van de inkomenssteun die hun collega's in de huidige lidstaten wordt toegekend, waarna er in de twee volgende jaren telkens 5 procent bijkomt. De Eurocommissarissen kiezen voor deze geleidelijkheid, omdat onmiddellijk 100 procent inkomenssteun ,,niet de juiste prikkel'' zou geven aan de noodzakelijke herstructurering van de weinig efficiënte landbouw in de kandidaat-lidstaten. Ook wijzen zij op de sociale ongelijkheid die ontstaat als boeren ineens veel geld krijgen.

Voor Polen, van de kandidaten veruit de belangrijkste producent van agrarische goederen, zijn de voorstellen van de twee Eurocommissarissen onacceptabel. ,,Wij kunnen geen genoegen nemen met een tweederangs lidmaatschap van de Europese Unie'', zei de Poolse minister Jaroslaw Kalinowski gisteren. De Hongaarse staatssecretaris Péter Gottfried (Europese Zaken) zei: ,,Wij willen gelijke kansen op de interne markt. Agrarische producenten die kunnen concurreren mogen niet verzwakt worden.''

Van de huidige lidstaten zijn met name de nettobetalers tegen inkomenssteun aan boeren in de nieuwe lidstaten. Minister Zalm (Financiën) onderstreepte nog vorige week dat Nederland tegen directe inkomensteun is, waarbij hij ook wees op de financiële risico's in latere jaren. Ook Duitsland is terughoudend.

Fischler en Verheugen onderstrepen dat zij de financiële kaders ,,respecteren'' die de regeringsleiders in 1999 hebben vastgesteld voor de periode 2000-2006. Zij reserveerden toen geld voor landbouwuitgaven en structuuurfondsen voor nieuwe lidstaten, waarbij niet specifiek werd voorzien in directe inkomenssteun.

Volgens beide commissarissen gaat in 2006 zo'n 4 miljard euro landbouwgeld naar nieuwe lidstaten, waarvan 1,5 miljard aan inkomenssteun, 1,7 miljard voor ruraal beleid en 800 miljoen voor marktordening. Het EU-landbouwbudget ligt op ruim 40 miljard euro per jaar.

De voltallige Europese Commissie moet komende woensdag nog instemmen met de voorstellen. Daarna moeten de vijftien EU-lidstaten op één lijn komen om het onderhandelingsmandaat voor de Europese Commissie vast te stellen. Het Spaanse EU-voorzitterschap wil hierover nog dit half jaar een akkoord binnen de EU bereiken, maar Brusselse diplomaten twijfelen of dit lukt.