Moskouse 911 luistert maar doet niets

Een mobiele telefoon kan het verschil tussen leven en dood betekenen. De 25-jarige Moskoviet Taras Sjoegajev moet in de nacht van 9 januari gehoopt hebben dat het apparaat zijn leven zou redden. Maar dan moet men aan de andere kant wel willen luisteren.

Sjoegajev had die avond stevig ingenomen in een café. Op weg naar huis viel hij in slaap; rond zes uur 's ochtends werd hij wakker in een rijdende vuilniswagen. Hij kroop weg van de pers en de roterende messen die het afval tot pulp maalden, greep zijn telefoon en belde alarmnummer 911.

De tekst van de drie gesprekken die volgden, zijn in Komsomolskaja Pravda gepubliceerd en vormen een monument voor de vergaande botheid van de Russische ambtenarij: terwijl Sjoegajev stierf, deden de hulpdiensten niets. ,,Dit is het. Ik geloof dat ik stik. Dit is het'', waren zijn laatste woorden.

Om 6.20 uur komt het eerste telefoontje binnen. Operator 23 neemt op. Sjoegajev legt de situatie uit en smeekt: ,,Bel de verkeerspolitie.''

De telefonist wil weten welke kant de vuilniswagen oprijdt. Daar breekt het gesprek af.

Om 6.31 uur krijgt operator 57 Sjoegajev aan de lijn. Ook hij wil weten waar Sjoegajev zich bevindt.

,,Hoe kan ik dat nou weten?'', schreeuwt hij. ,,Het is hier pikdonker.''

De operator adviseert hem tegen de cabinewand te kloppen zodat de chauffeur van de vuilniswagen hem hoort.

,,Hij hoort me niet, dat weet ik al'', zegt Sjoegajev.

Operator 57, met vermoeide stem: ,,Hoe bent u toch in die vuilniswagen terecht gekomen?''

Om 6.35 uur het laatste gesprek. Sjoegajev, huilend: ,,Ik lig onder de pers.''

Operator 57: ,,Klopt u toch met iets tegen de wand van de truck.''

Sjoegajev: ,,Ik klop en schreeuw, niemand hoort me.''

Operator 57: ,,Klop met iets van metaal. Heeft u geen schoen?''

Sjoegajev: ,,Ik heb niets, ik word verpletterd.''

Operator 57: ,,Dat begrijp ik wel, maar uw handen zijn toch vrij? U kunt tenslotte ook naar dit nummer bellen.''

De operator is inmiddels danig geïrriteerd. Hij wijst Sjoegajev erop dat men moeilijk elke vuilniswagen in Moskou kan aanhouden. Dan vraagt hij de telefoonnummers van zijn moeder en zijn vrienden. Sjoegajev valt weg. ,,Jongeman, antwoord'', beveelt operator 57. Aan de andere kant klinkt gekrijs, het geluid van malende messen, zwaar geadem en gehuil.

,,Wie heeft deze grap met u uitgehaald?'', vraagt de operator nog eens. ,,Hoe bent u in die vuilniswagen beland?''

De alarmdienst zegt later de verkeerspolitie te hebben gebeld en wijst erop elke dag 300 valse meldingen te krijgen. De verkeerspolitie zegt geen telefoontje te hebben gehad – was dat wel gebeurd, dan had men de vuilniswagen binnen een kwartier gevonden.

Van het lichaam van Sjoegajev is op vuilnisbelt Saraljevo niets teruggevonden. Hij staat nu formeel op de lijst van vermisten.

Sjoegajev was de zoon van een hoge ambtenaar bij de Rekenkamer. Ex-premier Sergej Stepasjin, hoofd van de Rekenkamer, leidt het onderzoek. Komsomolskaja Pravda vreest dat de zaak met een sisser afloopt. Want ,,njet tela, njet dela'': geen lijk, geen zaak.