In Afrika is het stadion nog een swingpaleis

Voetbal in Afrika is een verademing. Geen hoge hekken en geen agressie, maar respect, frivool uitgedoste supporters en héél veel muziek. Tijdens de Africa Cup wordt het stadion getransformeerd in een swingpaleis.

Afrika is een weldaad als het om voetbal gaat. Gelukkig bestaat er op deze wereld nog een plek waar het stadionbezoek een feest is. Een week Africa Cup maakt een ander mens van je; alle negatieve associaties met voetbal verdwijnen. In Mali zijn de tribunes niet gevuld met haat en agressie. Nederlandse voetbalvandalen zouden verplicht op `Afrikaanse les' moeten worden gestuurd.

Natuurlijk bestaat er ook onder de Afrikaanse supporters rivaliteit en hebben er incidenten plaats, maar bovenal heerst wederzijds respect. In het stadion worden de aanhangers niet van elkaar gescheiden door hoge hekken; het is een fleurige smeltkroes van nationaliteiten. Er staat wel een hek rond het veld, maar dat is om te voorkomen dat de supporters na afloop in hun enthousiasme het veld bestormen. De Afrikaan heeft namelijk de onbedwingbare behoefte voetballers in zijn adoratie te laten delen. Dat is aandoenlijk, maar niet zonder gevaar.

Zitplaatsen in de stadions zijn alleen voor de vips. Stoeltjes zijn aan de merendeel exotisch uitgedoste supporters niet besteed. Die willen staan om te kunnen dansen op de opzwepende ritmes van de vele percussie-instrumenten die de tribunes opgesleept worden. En dat moeiteloos drie uur achter elkaar.

Tijdens de Africa Cup wordt een stadion getransformeerd in een swingpaleis, waarbij het thuisland Mali vanzelfsprekend meer mensen op de been brengt dan pak 'm beet Zambia. Maar een feest blijft het, elke wedstrijd opnieuw.

Zo er al de neiging tot geweld bestaat, broeit die onderhuids. Vorige week donderdag werd gevreesd voor een nederlaag van Mali tegen Nigeria, omdat de omvangrijke Nigeriaanse kolonie in Mali allerminst geliefd is en repercussies in dat geval niet werden uitgesloten. De 0-0 eindstand voorkwam volgens mensen die vertrouwd zijn met de Malinese verhoudingen etnische conflicten. Of anders wel de enorme politiemacht die op de been was gebracht.

De enige waarneembare vechtpartij ontstond nota bene op de perstribune, waar een Malinees en een Nigeriaan elkaar in een twist over een zitplaats met een stoel te lijf gingen. Toen vrijwel alle Malinese en Nigeriaanse journalisten zich met de ruzie bemoeiden en de situatie na veel geschreeuw uit de hand dreigde te lopen, greep de oproerpolitie in en werden de ergste heethoofden hardhandig afgevoerd. Het tafereel werd vanaf de eerste ring gadegeslagen door verbaasde voetbalsupporters uit beide kampen.

Het enige dat bij de Afrika Cup aan Europa herinnert, is de spelopvatting. De meeste Afrikaanse voetballers zijn onmiskenbaar gevormd in de buitenlandse competities waar resultaat boven de schoonheid van het spel gaat. In zestien wedstrijden is slechts vijftien keer gescoord, minder dan een gemiddelde van één doelpunt per wedstrijd. Daar staat tegenover, dat het met de gewelddadigheden op het veld meevalt; er is nog niet één rode kaart gegeven.

Met de professionaliteit buiten het veld is het slechter gesteld, want het toernooi kent al enkele incidenten. De Ghanees Samuel Kuffour en de Marokkaan Abdessalam Ouadou zijn om disciplinaire redenen naar huis gestuurd, terwijl het Senegalese team na een bezoek aan een nachtclub door de trainers en vrijwel alle spelers het middelpunt van een rel werd. Een journalist was er getuige van dat de voetballers in de club bijna op de vuist gingen met lokale bezoekers en maakte melding van het incident.

Het Senegalese thuisfront reageerde verontwaardigd en de minister van Sport moest er aan te pas komen om de gemoederen te sussen. Hij verklaarde dat de spelers, die op drie na allen in Frankrijk spelen, gewoon zijn een overwinning in een nachtclub te vieren. Hij riep bovendien dat zoiets moet kunnen. Conflict gesust en nadat Senegal zich zaterdagavond kwalificeerde voor de tweede ronde was alles in het westelijk buurland van Mali vergeten en vergeven.

De Africa Cup onderscheidt zich van vergelijkbare sportevenementen door de losse organisatie. Een spelershotel is een zoete inval, waar iedereen die maar iets met een nationale ploeg denkt te maken te hebben welkom is. Bij Nwanko Kanu kun je moeiteloos op zijn hotelkamer aankloppen en de grote George Weah komt dagelijks met Jan en alleman een praatje maken in de lobby. En wie bij het zwembad gaat kijken, treft altijd wel voetballers aan die bereid zijn tot een praatje of een dolletje.

In Bamako tref je na twaalven Liberiaanse spelers aan op een terras zonder dat er iemand van opkijkt. Waarom zou je ook, want diezelfde voetballers joegen op het veld wel hun Malinese en Algerijnse tegenstanders de stuipen op het lijf.

Afrikaans voetbal speelt zich voor een deel af in andere sferen, omdat het omgeven is met fetisjisme en met name voodoo. Wie daar echter niet cultureel mee belast is, ontgaat de spiritualiteit die ervan uitgaat. Vooral als Mali speelt spoken er medicijnmannen en verdrijvers van geesten door het stadion, die met hun occulte machten het thuisland moeten stimuleren en de tegenstander moeten deprimeren. Fascinerend om te zien, met één probleem: het heeft Mali (nog) niet geholpen.