EU moet verantwoordelijkheid nemen in conflict M-Oosten

De Europese Unie heeft genoeg eigen mogelijkheden om druk uit te oefenen op Israël en de Palestijnen. Zij moet bereid zijn die te gebruiken nu het beleid van de VS steeds meer vragen oproept, vindt Hans van den Broek.

Het conflict in het Midden-Oosten escaleert en degenereert met de dag. Palestijnse zelfmoordaanslagen met minder dan tien doden worden steeds minder prominent nieuws. De reacties van partijen zijn volkomen voorspelbaar en zinloos geworden. Ook de buitenwereld doet niet meer dan met haar oproepen en veroordelingen in hulpeloze herhalingen vervallen. Hoofdrolspeler de VS weet zich als machtigste land ter wereld steeds minder in te leven in de positie van de machteloze.

Indien de VS het conflict, en met name het in de regio dominante Israël, even politiek ferm en principieel tegemoet zouden treden als de oorlog tegen het terrorisme, dan zouden de kansen op vrede snel ten goede keren. Het gaat hierbij vanzelfsprekend niet om militaire, maar om politieke interventie. Tot dusver blijft het bij oproepen om het geweld te stoppen, zonder de partijen en met name bondgenoot Israël te dwingen naast heftige vergeldingsacties ook stappen te zetten om de grondoorzaken van het conflict weg te nemen. Het blijft bij symptoombestrijding, gepaard aan een toenemende demonisering van Arafat.

Israël is in zijn bestaan nog nooit zo langdurig onveilig geweest. Voor de Palestijnen geldt dat de miserabele gevolgen van kolonisatie al generaties voortduren. De Palestijnen willen onderhandelen maar zijn niet in staat het geweld uit te bannen, en de Israëliers willen niet onderhandelen voordat het geweld van Palestijnse zijde ophoudt.

Het is moeilijk voor te stellen hoe deze patstelling, die als een smeulend lont over de rand van een regionaal kruitvat kruipt, door partijen zelf kan worden doorbroken. Arafat kan niet en Sharon wil niet. Sharon denkt het verzet tegen bezetting en onderdrukking te kunnen breken met liquidaties, vernieling van infrastructuur, blokkades en vernedering van het Palestijnse leiderschap, ondanks de onstuitbare reeks bloedige bewijzen dat deze tactiek niet werkt. Arafat zal nooit voldoende, laat staan afdoende, actie van zijn volk tegen de zelfmoordenaars kunnen mobiliseren, zolang elk perspectief op een rechtvaardige oplossing ontbreekt. En wat voor Sharon als rechtvaardig geldt, wordt niet als zodanig gezien door de Palestijnen. Het is evenmin in overeenstemming met het internationale recht of een reeks van VN-resoluties die onder meer sinds jaar en dag de bezetting en het nederzettingenbeleid veroordelen.

De VS hebben zich, met internationale steun, de afgelopen tien jaar diplomatiek enorm ingespannen om partijen tot elkaar te brengen. Men herinnert zich de vredesconferentie '91 in Madrid, het door de Noren gebakerde Oslo-proces in 1993 en de bemiddeling eind `99 van president Clinton in Camp David, aan het einde van zijn ambtstermijn. Allemaal vredesinitiatieven waar Sharon overduidelijk niets mee had en ook niets van wil weten. Zelfs een bevriezing van (de uitbreiding van) de nederzettingen als eerste stap kan er niet af.

De VS staan voor een groot en gevaarlijk dilemma. Er is slechts kans op een doorbraak als beide partijen middels harde sancties tot vrede gedwongen kunnen worden. En alleen de VS beschikken daarvoor over voldoende invloed, al maakt het verschil of zij optreden met of zonder internationale steun. Indien de financiële steun aan de partijen en de militaire steun aan Israël aan strikte vredesvoorwaarden zou worden gebonden, in combinatie met de aanwezigheid van internationale waarnemers, dan zouden de tot dusver louter verbale internationale inspanningen in het Midden-Oosten aanzienlijk aan kracht en geloofwaardigheid winnen.

Ja, voor de VS ligt hier het dilemma dat stevige druk op bondgenoot Israël op binnenlands-politiek verzet stuit. Nog zorgelijker zijn de jongste geluiden uit Washington die de banden met Arafat willen verbreken en begrip tonen voor Sharons pogingen Arafat iedere bewegingsruimte, letterlijk en figuurlijk, te ontnemen. Betekent dat in feite niet dat ook de VS in een militaire oplossing geloven? Men vraagt zich af welke strategie de VS volgen. Hoelang zal de VS- coalitie tegen het terrorisme bestand zijn tegen toenemende eenzijdige steun aan de regering-Sharon, die alles doet om het geweld te vergelden maar niets doet om de diepere oorzaken van het geweld aan te pakken? De Israëlische vergeldingsoperaties in de bezette gebieden op één lijn willen stellen met het militaire antwoord op de onbenoembare terreur van Al-Qaedaterroristen, gaat voorbij aan de bezettingsgeschiedenis in het Midden-Oosten.

En de Europese Unie? Die heeft al twee decennia lang verklaringen uitgegeven, oproepen gedaan, diplomatieke missies uitgevoerd. Daarnaast beschikt de EU wel degelijk over nog ongebruikte drukmiddelen: Israël geniet belangrijke handelspreferenties van de EU krachtens een samenwerkingsverdrag, en lidstaten (waaronder Nederland) kopen voor honderden miljoenen wapensystemen van Israël. Aan de Palestijnen geeft de EU aanzienlijke humanitaire en economische hulp. Voorts zou de druk op beide partijen stellig kunnen worden opgevoerd door omschrijving van voorwaarden en tijdpad voor de erkenning van een onafhankelijke Palestijnse Staat.

Zonder betrokkenheid van de VS zal de sanctiedruk met name op Israël minder effectief zijn. Maar ook als hernieuwd EU-overleg met de VS over een gezamenlijke aanpak (bij voorkeur inclusief Rusland) geen resultaat oplevert, mag dat voor de EU geen vluchtweg blijven voor het afzien van krachtiger signalen. De Europese Unie moet dan haar eigen verantwoordelijkheid tonen, door het niet bij vruchteloze verklaringen en oproepen te laten. `Business as usual' is al te lang een gevaarlijke dooddoener.

Mr. H. van den Broek is oud-minister van Buitenlandse Zaken en voormalig eurocommissaris.