Dualisering

In NRC Handelsblad van 19 januari staat een artikel van prof.mr. H. Koning `Dualisme is slecht voor de gemeentelijke democratie'. In dit artikel spreekt Koning de hoop uit dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel betreffende dualisering van de lokale overheidsbesturen zal verwerpen.

Als gemeenteraadslid hoop ik van harte dat de Eerste Kamer dit niét zal doen.

In het huidige monistische stelsel is de vervlechting van wethouders die tezamen met de burgemeester het dagelijks bestuur van een gemeente vormen, maar die net als de raadsleden ook deel uitmaken van het algemeen bestuur van de gemeente, een groot blok aan het been van de gemeentelijke democratie. Keer op keer blijkt de fractiediscipline van de raadsfracties die door wethouders in het College van B&W vertegenwoordigd zijn zo hardnekkig, dat de democratie niet goed kan functioneren. Van raadsleden wordt verwacht dat zij het door hun wethouder ingenomen standpunt in het College van B&W vierkant verdedigen, vaak tegen beter weten in.

Koning verwacht dat de band tussen het ambtelijke management en de wethouders na de invoering van dualisering een veel grotere bedreiging zal zijn van de lokale democratie dan de vervlechting van wethouders en raadsleden. Tegelijkertijd stelt Koning dat de raad wethouders na dualisering van het lokaal bestuur, kan ontslaan. Is het dan niet veel belangrijker dat de raad over goede instrumenten beschikt om zijn controlerende functie te kunnen uitoefenen, zodat bij een eventuele `bedreiging' van de gemeentelijke democratie door de band tussen het ambtelijk management en de wethouder, de laatste ontslagen kan worden? En wordt het ook niet tijd om roulatie van de ambtelijke top te stimuleren?

Dualisering van het lokale bestuur is niet alleen bedoeld om bestuurlijke processen te versnellen, maar ook om de controlefunctie van de raad ten opzichte van het college te versterken; zo krijgen gemeenteraden het recht van enquête. Koning veronderstelt dat van dit recht in de praktijk nauwelijks gebruikgemaakt zal worden omdat enquêtes tijdrovend zijn en raadsleden niet over voldoende tijd beschikken om ze uit te voeren. Is het niet beter om in dit kader raadsleden naar behoren te faciliteren zodat zij hun rechten die de controlefunctie versterken daadwerkelijk kunnen benutten?

Ook het instellen van lokale rekenkamers behoort tot de versterking van de controlerende functie van de gemeenteraad. Ervaring met lokale rekenkamers bestaande uit gemeenteraadsleden, leert dat het voorleggen van onderzoeksonderwerpen alleen al, sterk politiek getint is. Dualisering van het lokaal bestuur zal hopelijk een bijdrage leveren aan de depolitisering van de lokale rekenkamers.

Tijdgebrek van raadsleden om hun controlefunctie naar behoeven te kunnen uitoefenen en het feit dat het monisme in de lokale besturen al anderhalve eeuw bestaat, mogen geen reden zijn om de dualisering van het lokaal bestuur niét door te voeren.

Beter is het om het staatsrecht zodanig aan te passen dat gemeenteraadsleden hun zo belangrijke controlefunctie echt goed kunnen vervullen. Wat dat betreft is er nog veel werk te verrichten voor staatskundigen