De terugkeer van een vergeten hockeyvariant

Minder dan twee maanden na de heroprichting dwong de Nederlandse vrouwenploeg gisteren promotie af naar de hoogste afdeling van het Europese zaalhockey. Over de rentree van een vergeten variant.

Wat doet een bondscoach die slechts kan gissen naar de kracht van zijn tegenstanders? Die surft wat rond op internet, raadpleegt uitslagen van voorgaande titeltoernooien en komt vervolgens tot de conclusie dat ,,het zelfs voor een niet-hockeyland als Wit-Rusland niet zo heel moeilijk moet zijn om zes goede speelsters op de been te brengen''.

Vier dagen later blijkt Eric Verboom (31) niets te veel gezegd te hebben. Al weet Wit-Rusland, de ongeslagen groepswinnaar die zaterdag nog met 7-6 te sterk is voor Nederland, een dag later niet voor een verrassing te zorgen in de finale van het EK zaalhockey voor B-landen. Met 7-3 zegeviert de ploeg van Verboom in het ondanks de gratis toegang matig gevulde Topsportcentrum in Rotterdam. Deelname aan het eerste officiële WK voor A-landen, volgend jaar in Leipzig, is daarmee een feit, nadat eerder al promotie naar de hoogste afdeling van het Europese zaalhockey is veiliggesteld.

Om dat laatste was het Verboom vooral te doen, nadat de vrouwenploeg vijftien jaar geleden voor het laatst uitkwam op het hoogste niveau. Vraag was hoe realistisch die doelstelling was. Minder dan twee maanden geleden immers volgde de heroprichting van de nationale selectie, die in de aanloop naar het EK slechts negen oefenduels en achttien trainingen afwerkte.

In vrijwel elke andere sport zou zo'n korte voorbereiding onmiddellijk worden afgestraft. Niet in het zaalhockey, een discipline die in Nederland eind jaren tachtig op last van de toenmalige bondscoaches moest wijken omwille van het olympische veldhockey. Verboom zag in de winst van zijn ploeg niet zozeer het bewijs van het onvolwassen karakter van het zaalhockey, alswel ,,een bevestiging dat Nederland over enorm veel hockeytalent beschikt''.

Veldhockeytalent welteverstaan, want het optreden van zijn ploeg in Rotterdam was niets anders dan veldhockey met een dak erboven. Toch signaleerde Verboom lichtpunten. ,,We hebben in twee maanden een stoomcursus zaalhockey gehad. We hebben nog een lange weg te gaan, maar de eerste stappen zijn gezet'', zei hij gisteren, na de ontsnapping (3-3) tegen Polen.

Over geluk had Verboom toch al niet te klagen. Nadat Griekenland en Denemarken al eerder hadden afgezegd, liet rond de jaarwisseling ook Kroatië weten wegens geldgebrek geen team af te vaardigen. Het uitgedunde deelnemersveld (slechts vijf ploegen) lijkt illustratief voor de bescheiden status van het zaalhockey. Het gaat hem te ver het driedaagse evenement af te schilderen als `een veredeld schooltoernooitje'. ,,Daarvoor is de kwaliteit te groot.''

Ook veldbondscoach Marc Lammers wenste de eindoverwinning geenszins te relativeren. Integendeel zelfs. ,,In de zaal is de concurrentie groter dan op het veld. Wit-Rusland speelt acht maanden per jaar in de hal. Hetzelfde geldt voor veel andere Oost-Europese landen. Die meiden weten niet beter. Dat zijn echt geen recreanten die je zomaar even verslaat.''

Zelf was Verboom naar eigen zeggen ,,een redelijke zaalhockeyer''. Maar van de internationale krachtsverhoudingen wist de oud-speler van onder meer MEP en Den Bosch weinig tot niets, toen hij begin december begon als trainer-coach van de vrouwenselectie. Om over de nieuwste technieken en -inzichten maar te zwijgen. ,,Een van de eerste dingen die ik daarom ben gaan doen, was een kijkje nemen in Duitsland.'' Nergens is de overdekte variant zo populair. Zelfs het veldhockey legt het daar af tegen het Hallenhockey. In Nederland daarentegen gold en in sommige gevallen geldt zaalhockey als een bezigheidstherapie ter overbrugging van de wintermaanden. Slechts in het zuiden kon de zes-tegen-zes-discipline nog rekenen op enige sympathie.

Vorig jaar ging het roer om en besloot de hockeybond, aangemoedigd door de Europese clubsuccessen van Venlo (mannen) en Rotterdam (vrouwen), het zaalhockey te reanimeren. Een eerste aanzet daartoe vormde, zestien jaar na dato, de heroprichting van de mannenploeg. Komend weekeinde gaat bovendien een topcompetitie van start, met deelname van de meeste grote clubs.

De hernieuwde liefde voor het indoorhockey past in het beleid van de bond die met alternatieve varianten (zoals six-a-side en bedrijfshockey) het ledenaantal verder hoopt op te krikken. Maar een loopjongen van de beleidsmakers uit Bunnik voelt Verboom zich niet. Ook de assistent-veldbondscoach ziet immers louter voordelen in de terugkeer in de hal. ,,Zaalhockey komt het veldhockey ten goede. Goed laag verdedigen bijvoorbeeld, diep door de knieën met de stick bijna plat op de grond, is een foefje dat in de zaal vereist is, en waar spelers op het veld hun voordeel mee kunnen doen.''

Bestond de eveneens naar de A-poule gepromoveerde mannenselectie uitsluitend uit veldinternationals, Verboom selecteerde slechts vier speelsters uit de A-veldploeg. De overige acht recruteerde hij uit het schaduwteam, aangevuld met één speelster uit Jong Oranje. Lammers: ,,Meiden met de potentie om na het WK (eind dit jaar in Australië, red.) de fakkel van de huidige veldinternationals over te nemen.''

Vraag is evenwel of `het filiaal van de veldploeg' volgend jaar in Leipzig van de partij is bij het WK. Zowel Lammers als Verboom wenste gisteren niet vooruit te lopen op die discussie. Verboom: ,,Deze meiden hebben in elk geval één groot voordeel: internationale ervaring in de zaal.''