Carel ter Linden en het grote geheim

Met één alinea kan dominee Carel ter Linden vijf categorieën gelovigen bereiken, zegt zijn zoon. De dominee moet die eigenschap zaterdag zeker aanspreken. Dan trouwt hij de hervormde kroonprins Willem-Alexander en de katholieke Máxima. Portret van een `dragelijke' dominee.

Vijf jonge mannen in zwarte pakken onder zwarte paraplu's, ze hebben net de avondvierdaagse gelopen. Het is een foto van de Utrechtse Senaat uit 1956. Huib van Walsum is abactis en loopt tussen zijn jongere broer Peter, rector van de Senaat en Carel ter Linden, vice-abactis. Huib werd later burgemeester, Peter diplomaat en Carel dominee. Zaterdag zal hij kroonprins Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta trouwen in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. ,,Kijk hoe formeel Carel erop staat,'' zegt Huib van Walsum. ,,Zijn motoriek was houterig. Hij streed tegen de nadelen van dat serieuze voorkomen. Het duurde even voordat wij doorhadden dat hij minder stijf was dan zijn uiterlijk suggereerde. Reuzegek, hij had een denkseconde. Als je hem iets vroeg, zweeg hij. En na een seconde gaf hij een perfect geformuleerd antwoord met een geweldig geestige draai erin.''

Van Walsum laat een foto zien van Carel ter Linden nu, als dominee op de kansel tijdens de huwelijksdienst van Van Walsums dochter. ,,Kijk die pretoogjes. Nu twijfelt geen mens eraan dat die man ook kan lachen.'' Carel kon altijd het bloedserieuze met het ridicule vermengen, zegt Peter van Walsum. ,,Dat maakt hem als dominee dragelijk.''

Huib van Walsum gaat rechtop staan, trekt een serieus gezicht. ,,Ready? Play!'' Hij geeft een demonstratie van het Vlinderiskapellenspel dat Ter Linden bedacht toen hij een vlindernet vond in de Senaatskamer. Vrij naar Prikkebeen, het kinderverhaal uit 1858 over een vlindervanger en zijn gemene zuster Ursula. Van Walsum: ,,We droegen altijd jacquet met hoge hoed en begonnen zo plechtig mogelijk met een minuut stilte voor de doden die bij dit spel gevallen waren.'' Dan schiet Van Walsum in de schaatshouding, flarden van de sketch die hij samen met Ter Linden speelde bij het Utrechts Studentencabaret komen boven. ,,Het was meer Wim Kan dan Freek de Jonge.''

Carel ter Linden was rechtenstudent toen hij de Senaat inging, hij kwam er als theoloog uit. ,,Het lijkt voorbestemd, maar dat was het niet,'' zegt zijn jongere broer Nico ter Linden, jarenlang dominee in de Westerkerk in Amsterdam en schrijver van Het verhaal gaat, waarin hij de Bijbel opnieuw vertelt. ,,Onze grootvaders waren dominee.'' Grootvader ter Linden in de Overtoomkerk in Amsterdam, grootvader Ledeboer was directeur van de reclassering en de christelijke drankbestrijding. ,,Mijn vader was jurist bij de Hervormde Kerk. Mijn moeder was neerlandica. We werden godsdienstig opgevoed, maar zonder enige dwang. Ze zeiden: onderzoekt alle dingen en behoudt het goede. Ze kerkten in de Duinoordkerk in Den Haag, de voorloper van de Kloosterkerk.'' Nico werd daar later vicaris, Carel was er zestien jaar predikant. ,,We zijn niet ver van onze ouders geëindigd. Misschien juist omdat we niet tegen ze hoefden te steigeren.''

Studentenpredikant Ernst Beker is een sleutelfiguur, zeggen Peter en Huib van Walsum. Hij heeft tegen Carel gezegd dat rechten niks voor hem was. Dat hij theologie moest gaan doen. Beker is nu tachtig. ,,Ik schrok me rot dat hij het nog ging doen ook.'' ,,Op verzoek van mijn vader maakte hij eerst zijn rechtenstudie af,''zegt Nico ter Linden. Beker: ,,Zijn ouders hadden het echt niet breed, maar vonden het goed dat hij nog een studie begon.''

Het was een mieterse tijd, zegt Beker. ,,De jongens uit de Senaat waren hevig bevriend. Nog steeds. Ze hebben elkaar opgevoed. Ze konden me vreselijk in de maling nemen. Vooral Carel had een heerlijk subtiel gevoel voor humor. Op catechesatie deed hij zo leuk mee, hij las de bijbel met gein. Wat idioot eigenlijk dat we in Onze Lieve Heer geloven, zei hij dan. Zat nooit te zeuren over geloofsmoeilijkheden. Ja, hij was verrekt geschikt als predikant.''

Ter Linden werd begin jaren zestig lid van Secor Dabar, een oefendispuut voor theologiestudenten. Beker: ,,Studenten improviseerden voor elkaar op de kansel. Verder was de kerk leeg. Het was jolig, niet dat vervelende vrome.'' Er werden huisgemeenten opgericht, kleine groepjes studenten die elkaar `bevraagden' over de rol van de kerk en hoe het moest met de oecumene. Huib van Walsum: ,,In die tijd was het al heel oecumenisch als een hervormde en een gerefomeerde door een deur konden.''

Hijzelf deed er niet aan mee. Vond het `modisch gedoe'. Beker en Ter Linden stortten zich er juist in. Beker: ,,We droomden ervan het kerkelijk leven een nieuwe wending te geven. De gezapigheid van na de oorlog schudden we af, we interpreteerden het evangelie opnieuw, vonden het idioot dat er zoveel verschillende kerken waren. We kregen de gereformeerden mee en later de katholieken en zelfs de zogenoemde heidenen. De kerk begon weer leuk te worden.'' Koningin Wilhelmina nodigde de studenten uit op Het Loo om erover te vertellen. Huib van Walsum: ,,`Het eten was heerlijk', zei Carel na afloop.''

Het was een enorme teleurstelling toen Johannes Paulus II paus werd en de katholieken direct afhaakten. Beker: ,,Sindsdien is de relatie zo lullig geworden, zo zanikerig. De Hervormde kerk is ook weer saai.'' De huwelijkdienst voor Alexander en Máxima – zij is katholiek – zal hervormd zijn. Beker: ,,Zo jammer. Als de inhoud dan maar oecumenisch is. Dat kan Carel wel.''

Ter Linden heeft van de Haagse Kloosterkerk ook weer een menselijke, meer oecumenische kerk gemaakt, zeggen Beker en de broers Van Walsum. Hij was er van 1983 tot 1999 dominee. De kerk aan het Lange Voorhout stond bekend als bontmantelkerk, er kwamen ministers, professoren. En de koningin. Die kwamen ook nog toen Ter Linden predikant was. Beker: ,,Maar het werd minder bekakt.''

Hij vindt het verduveld vervelend als hij hofpredikant of elitedominee wordt genoemd, zegt Peter van Walsum. ,,Hij vond het wél prachtig, al die mensen in de kerk,'' zegt Huib van Walsum. ,,Maar hij pocht er nooit over'', zegt Ernst Beker. Natuurlijk vond hij het leuk, zegt Ernst ter Linden, Carels zoon, die is vernoemd naar de studentenpredikant. ,,Maar hij deed er normaal over. Ik weet alleen niet of hij ook zo vaak voor het koningshuis had gebeden als hij dominee op Texel was geweest.''

Carel ter Linden begon als legerpredikant in Ossendrecht, in 1964. Een jaar later trouwde hij met Diede Beversluis. Ze had Russisch gestudeerd en was de assistente van professor theologie Hoekendijk. Hij leerde haar in augustus kennen, in december trouwden ze. Beker: ,,Diede was de enige die het innerlijk van Carel écht kende.''

Na Ossendrecht werd Ter Linden predikant in Hoogvliet. Dat bleef hij tot 1975. Ernst ter Linden: ,,Hij kon dominee in Oegstgeest te worden. Dat vond hij fantastisch. Daar wonen veel academici van de Leidse Universiteit. Hij was er nog meer op zijn plek. Dat ze hem gevráágd hadden, was voor hem een bevestiging: zie je wel dat ik wat kan.''

Carel is een geweldige dominee, zeggen zijn vrienden en zijn zoon, maar hij heeft wél een platform nodig. Beker: ,,Een conferencier heeft ook een podium nodig.'' In een dorpsgemeente had hij niet dát gehoor gevonden, zegt Huib van Walsum. De Kloosterkerk was het beste podium voor hem, zoals de Westerkerk in Amsterdam het beste podium was voor zijn broer Nico. Ernst ter Linden: ,,Mijn vader had niet gepast in de Westerkerk. Dan was hij een briljante spits in het verkeerde elftal geweest.'' Het verschil tussen Den Haag en Amsterdam zegt alles over het verschil tussen de twee broers. Beker: ,,Introvert tegenover extravert.'' Peter van Walsum: ,,Carel kijkt op tegen Nico. Ik heb nooit goed begrepen waarom. Nico heeft flair, is handig. Carel is solide, tobberiger, maar ook dieper.'' Huib van Walsum: ,,Ik ben meer een Carel- dan een Nicoman.''

Ernst ter Linden: ,,Mijn vader bereidt zijn preek altijd gedegen voor. Pas dan durft hij te improviseren. Als er na de preek geen reactie kwam van gemeenteleden, werd hij zenuwachtig. Hij had de erkenning nodig. Mijn twee zusjes en ik gingen niet zo vaak mee, mijn moeder wel. Vaak hielp ze hem zaterdagnacht de preek door. Hij moest zijn preek altijd toetsen. Mensen zeggen wel dat hij na haar dood minder goed preekte. Anderen vonden zijn preken juist rijper.''

Beker: ,,Zijn preken zijn uiterst verzorgd, hij heeft iets van een dichter in zich. En zijn stem is prachtig.'' Maar, zegt hij, het woord is ook zijn verdedigingswerk. ,,Hij is geen waaghals. Ik denk dat hij geen auto kan rijden, zo'n type. Carel laat weinig zien van zijn eigen worsteling. Ik heb hem nooit horen zeggen: gelooft u dat nou?

Peter van Walsum vroeg dat wel, in zijn boek Verder met Nederland. Hij gelooft niet meer in de wonderen van de Bijbel. Het Paasverhaal, waarin Jezus opstaat uit de dood en ten hemel vaart, is voor hem `het schoolvoorbeeld van een legende'. Sindsdien gelooft hij helemaal niet meer. Ter Linden antwoordde hem in een brief in deze krant. Het Paasverhaal, schrijft hij, ís ook een soort legende. `Maar je moet het verhaal niet letterlijk nemen en vervolgens verwerpen als ongeloofwaardig. Dan mis je de boodschap en de diepere betekenis.'

Peter van Walsum: ,,Hij begrijpt niet dat iemand met mijn achtergrond zo Staphorsterig en fundamentalistisch doet over het geloof. Maar als je de opstanding metaforisch uitlegt, begeef je je toch op een hellend vlak? Carel heeft mij niet kunnen uitleggen waarom Christus dan nog de enige weg is. Kennelijk worstelt hij daar zelf ook mee.''

Beker heeft Carel een kritisch briefje geschreven. ,,Ik heb me reuze geërgerd. Carel maakt van het Paasverhaal een mythe, hij legt het allegorisch uit. Pasen is het meest gevoelige van het hele christelijke geloof, alles hangt ermee samen. De opstanding is niet een mooi, diep verhaaltje. Dat is iets waar je ja of nee op moet zeggen. Juist Carel zou dat moeten begrijpen.''

Beker heeft het nooit met Carel durven bespreken. ,,Volgens mij hangt zijn opvatting onlosmakelijk samen met de dood van Diede. Daar is hij door gebroken. Hij kan niet meer geloven in het oerplan van God dat de aarde een lusthof zal worden.'' Ter Linden schreef een boekje over rouwen, Een land waar je de weg niet kent. Omgaan met rouwenden. Toen het net af was, in 1995, bleek Diede ongeneeslijk ziek, een jaar later overleed zij.

Beker vind het boekje `ge-urm'. ,,Hij spreekt over dood en lijden, maar nergens noemt hij de cruciale betekenis van de opstanding.'' Huib van Walsum haalt zijn schouders op zodra het over de Paasdiscussie gaat. ,,Ik heb er nooit energie in gestoken het met Carel oneens te zijn. Zoals Carel gelooft is goed voor mij. Als mijn broer vaker bij hem in de kerk was geweest, had hij nooit deze stap gezet.''

,,Ik denk dat mijn vader niet gelooft in een leven na de dood,'' zegt Ernst ter Linden. ,,Hoewel het zijn diepste wens is mijn moeder terug te zien. En ja, hij is voorzichtig. Bang om het verkeerde te zeggen en bang om te laten zien wie hij is. Hij wil altijd iedereen te vriend willen houden. Hij had veel krediet in de Kloosterkerk, maar hij kon niet álles zeggen. Hij is een koning in het bereiken van de goede verstaander. Met één alinea kon hij vijf categorieën gelovigen bereiken. Zoals mijn vader de bijbel en het Paasverhaal uitlegt, vind ik te doen. Het is heel kinderlijk om te blijven geloven in een God die alles ziet vanuit de hemel.''

Toen hij vijftien was vroeg Ernst zijn vader of hij dat geloofde. ,,Hij heeft toen met neen geantwoord. Hij zei dat de G van God ook de G van het grote Geheim kan zijn. Hij heeft stevig geworsteld. Hij heeft alle takken van het geloof gezien. Nu is er een kale stam over. Die is dun maar diepgeworteld. Hij is op zoek naar de diepste, laatste werkelijkheid. Hij heeft nog geen idee wie of wat het is. In zijn laatste preken in de Kloosterkerk zegt hij wie Carel ter Linden is. Het is voor hem een bevrijding dat hij nu alles kan denken en zeggen wat hem eigen is.''

Ter Linden is nu ruim twee jaar met emeritaat. Hij woont samen met Tineke van der Wey in Leidschendam. Eens in de vier weken heeft hij de `bijbelclub' met twaalf oud-studenten uit Leiden. Tien jaar geleden werd de club opgericht, zijn zoon Ernst en Willem-Alexander zitten erbij. ,,We hebben Genesis behandeld, de islam, het jodendom. Maar het moet wel gezellig zijn. Dus goed eten en een glas wijn erbij.'' Ter Lindens jongste dochter Antoinette heeft nu ook zo'n groepje met vriendinnen uit Groningen bij haar vader.

Willem-Alexander heeft belijdenis gedaan bij Ter Linden. Hij heeft hem ook gevraagd voor zijn huwelijksdienst, komende zaterdag. Ernst Beker denkt dat Ter Linden de preek zal beginnen met een fragment uit de Noorse sage Peer Gynt. ,,Hij heeft een lijstje gemaakt met zeventig Spaanse woorden. Dat Máxima in elk geval de preek kan volgen.''

Voorgaan in een trouwdienst is prachtig, zegt broer Nico ter Linden. Hij trouwde prins Maurits en Marilène. ,,Maar het is ook een ingewikkelde klus. Je moet subtiel manoeuvreren, of het nu om de familie Van Oranje gaat of Pietersen. Máxima's ouders zullen er niet bij zijn. Dat is natuurlijk een groot verdriet. Een goede herder moet dat benoemen. Touch gently the place that hurts.''