Anders gokken met de euro

Nieuwe regels en nieuwe munten voor gokautomaten in het nieuwe jaar. Menig bedrijf in de speelautomatenbranche houdt het voor gezien. De kosten zijn te hoog.

Een klein bedrijventerrein in Amsterdam-Noord naast een scheepswerf. Vanuit zijn kantoor op de eerste verdieping kijkt Taco Dragtstra van het bedrijf Taco Automaten uit op het water en hijskranen bij de werf. Dragtstra handelt al dertig jaar in allerlei speelautomaten: pooltafels, flipperkasten, olifanten waar kinderen op rijden in de supermarkt en fruitautomaten. Hij koopt de machines, regelt de vergunning, plaatst en onderhoudt ze.

Het bedrijf van Dragtstra telt twee verdiepingen. Naast het kantoortje bevindt zich een ruimte waar onderdelen worden gerepareerd. Ontelbare schroefjes, gekleurde draden en lampen liggen keurig gerangschikt in kasten. Onderdelen van speelautomaten, zoals de `wielen' van fruitautomaten waarop kersen en kroontjes, liggen her en der verspreid. Beneden staan de kasten die onderhoud behoeven.

Dragtstra heeft twee medewerkers in dienst. Maar in deze periode huurt hij freelance technici in. Het is druk. De apparaten moeten klaargemaakt voor de euro en belangrijker nog, aangepast voor de nieuwe wet op de kansspelen. Deze wet moet gebruikers stimuleren bewuster te spelen. Zo duurt een spel op een fruitautomaat 4 in plaats van 3 seconden en geeft de gokker aan het begin aan hoeveel er verspeeld gaat worden, met een maximum van 40 euro. Na het bereiken van de limiet gaat de gokkast 15 seconden uit. Flikkerende lichtjes en geluiden die de speler moeten lokken als er niet op de kasten gespeeld wordt, mogen niet meer, de startknop moet keer op keer ingedrukt worden: een kaartje ertussen is niet meer mogelijk. Bovendien mogen gokkasten alleen nog geplaatst worden in `hoogdrempelige' uitgaansgelegenheden. Dus niet meer in een poolcafé (de snackbar was al eerder verboden). De wet is samengesteld door vertegenwoordigers van gemeentes, overheid, verslaafdenzorg en de speelautomatenbranche.

In de reparatieruimte laat Dragtstra zien wat er moet gebeuren. Hij pakt een zogenaamde muntproever, het apparaat waar de munten ingeworpen worden. Pasten er eerst vijfjes, rijksdaalders, guldens en kwartjes in, vanaf januari zijn dat de munten van 20 en 50 eurocent en 1 en 2 euro. Een spel is hiermee duurder geworden, volgens Dragstra de schuld van de inflatie, niet de euro. Bovendien duurt het spel één seconde langer. De muntproever is uitgerust met drie spoelen en een minicomputer. Door de munt verandert de zelfinductie van deze spoelen als deze er langsglijdt, alleen die met de correcte veranderingen worden door de minicomputer doorgelaten. Wanneer een munt verbogen is, valt deze weer terug in de geldbak: de samenstelling wordt niet herkend. Omdat euromunten worden gemaakt in verschillende landen en onderling minieme verschillen hebben, moet de computer nu geschikt zijn voor 72 munten. Opnieuw instellen van de muntproevercomputer is noodzaak. Deels kan Dragtstra dat zelf, deels moet hij het uitbesteden.

Na het herkennen van de munt, wordt deze door een zogenaamde separator naar de buis van de 1 of 2 euro, de 50 of 20 eurocentmunt geleid. Daarna krijgt de computer die is ingebouwd door op hoeveel spelen de gokker recht heeft. De geldbuizen zijn bijgevuld als een kast wordt aangezet. Als de gokker zich laat uitbetalen, komt het geld hier vandaan. Wanneer een buis vol is, valt de overvloedige munt in de geldbak van de exploitant. In het geval van Dragtstra krijgt de exploitant vijftig procent van de winst. Die is niet oneindig. De plaatjes op de spoelen zijn zodanig ingesteld, dat er een uitbetalingspercentage is van 77,78 procent. Maximaal uurverlies is 40 euro. De vereniging Verispect, controleert in opdracht van het ministerie van Economische Zaken bij steekproeven of dat ook werkelijk zo is. Als er iets niet blijkt te kloppen, raakt de exploitant zijn vergunning kwijt.

Behalve de muntproever, moest ook de kern van de automaat, de computer, opnieuw geprogrammeerd. Deze is al twintig jaar de spil van de fruitautomaat, die vroeger mechanisch was en later elektromechanisch. De computer, volgens Dragtstra niet vergelijkbaar met een simpele pc, zit ingebouwd in een wirwar van kleurige, fijne draadjes en lampjes. Opnieuw programmeren was bijvoorbeeld nodig omdat het langer gaat duren: 1 euro is goed voor 5 spelen, waar de gulden nog vier keer gespeeld kon worden. Dragtstra moet dit uitbesteden. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het glas van de fruitautomaat dat vervangen moet worden: alles is nog gericht op de gulden.

Ombouwen van een fruitautomaat kost ongeveer 2.000 euro. Maar veel machines kunnen niet worden aangepast, er zijn geen ombouwpakketten beschikbaar. Een nieuwe kost al snel 4.500 euro. Gesloopte machines kunnen niet zomaar naar het stort: het laten verwerken van een wagen vol speelautomaatresten kost 500 euro. Verkopen van oude automaten is bovendien niet mogelijk, omdat exploitatie- en aanwezigheidsvergunningen niet overgedragen kunnen worden.

In Nederland zijn zo'n 20.000 tot 60.000 gokverslaafden. Het is goed mogelijk dat de fruitautomaat door de nieuwe maatregel minder aantrekkelijk wordt. Duitsers, al sinds jaar en dag gewend aan 15 seconden per spel, waren altijd gek op gokken in Nederland. Dragtstra: ,,Wij zijn niet blij met gokverslaving, het geeft veel ellende.' Hij is dan ook niet onverdeeld negatief over de nieuwe wet. Keerzijde is dat hij afgelopen jaar en komend jaar geen winst te verwachten had. Ombouwen kost veel, het aantal plaatsen waar machines mogen staan, is bijna gehalveerd. Dragtstra: ,,Voor de branche is de nieuwe wet een groot drama.' Veel kleinere bedrijven zijn al gestopt.