Wintersportbruin in een buitenwijk

`Skiën is een gewone Nederlandse sport geworden. Zomer en winter.'' Ellen de Bruin bezoekt een skihal.

Het is net echt, skiën in een sneeuwhal. Het is er koud. Je hebt er lieve, blozende blonde skileraresjes en gebronsde skileraren met het lichaam van een jonge god. Je hebt er botteriken die voordringen in de rij bij de skilift en lieverds die je gevallen skistok aangeven. In het houtbetimmerde après-skicafé staat een paard in de gang en als je haar maar goed zit kunnen we straks weer met-ze-alle meedeinen op jaren-negentigdiscomuziek. Wie zelfs binnen wintersportbruin wil worden, moet gewoon even doorlopen naar de zonnekanonnen. De totale wintersportbeleving, maar dan op een zondagmiddag aan de rand van een Nederlandse stad.

Mensen skiën al vele duizenden jaren (zie kader), maar pas in de vorige eeuw zijn we georganiseerd gaan wintersporten, en pas in de jaren tachtig massaal. Skiliefhebbers die voorafgaand aan hun dure vakantie alvast hun techniek willen oefenen, kunnen al enkele decennia terecht op borstelbanen of op rollerbanen - een soort lopende band met tapijt eroverheen. Veel leuker is het natuurlijk om je op je skivakantie voor te bereiden op `echte' sneeuw. Er zijn nu zes sneeuwhallen in Nederland waar dat kan.

Sneeuwhalsneeuw is zo echt als kunstmatig gemaakte sneeuw maar zijn kan. Heel fijn verneveld water wordt tot piepkleine kristalletjes bevroren, die wit neerslaan op de bevroren ondergrond; de temperatuur in de hallen wordt op ongeveer min vijf graden gehouden. Na sluitingstijd schrapen de sneeuwmakers regelmatig de vies geworden bovenlaag weg. Honderden kilo's sneeuw gaan er dan af. Dat wordt opnieuw bijgesneeuwd, zodat er weer een mooie witte baan onstaat met van die krakende kersverse sneeuw waar je ook goed sneeuwballen van kunt maken. Al doet vrijwel niemand dat.

Het is allemaal net echt. En geweldig leuk, vinden Joachim (14) en Tobias (13), ervaren wintersporters die een middagje komen skiën in Snowdome in Den Haag. Maar het haalt het natuurlijk niet bij een echte skivakantie. De lucht in de hal voelt vreemd droog aan, merkt Joachim op. En Tobias vindt het er ook wel erg druk. Op vakantie in Italië is het weliswaar nog drukker, ,,maar zo'n berg is ook veel groter, dus dan geeft het minder''. Dat er geen hele Alp in zo'n hal past, vindt hij sowieso een nadeel. ,,Je moet de hele tijd heen en weer met het liftje. Dus je kunt niet lekker lange tochten maken.''

Wel kun je er goed je techniek oefenen. Al is het maar omdat mensen zich beter kunnen concentreren, als ze `niet worden afgeleid door het mooie uitzicht over de bergen', zegt een skileraar in het Snowdome-huisorgaan.

De Nederlandse Ski Vereniging (opgericht in 1927) is dan ook blij met de sneeuwhallen. ,,Als mensen beter kunnen skiën, hebben ze op vakantie meer plezier en minder blessures'', zegt Ronald Kooren van de NSV. ,,En dankzij de sneeuwhallen wordt skiën steeds meer gewoon één van de sporten die je in ons land kunt doen, óók in de zomer, dan zijn ze ook open.''

Hij kan niet zeggen welke van de Nederlandse sneeuwhallen de beste is. ,,Ze zeggen allemaal dat ze de grootste of de langste zijn. Wij bemoeien ons daar maar niet mee. Het lijkt allemaal op elkaar, ze heten ook allemaal Snowworld of Snowplanet.'' Inderdaad. De Nederlandse sneeuwpretparken heten, om precies te zijn, Snowcenter (Westerhoven), Snowdome (Den Haag), Snowplanet (Spaarnwoude), Snowworld (één in Zoetermeer en één in Landgraaf) en Skidome (Rucphen) en ze zijn allemaal razend populair – en druk.

Je moet ook eigenlijk op een doordeweekse dag komen, om een uur of tien 's ochtends, zegt Snowdome-skilerares Mirjam, van wie ik een uur privéles heb. ,,Dan is er vrijwel niemand.'' Dat ik in mijn lesuur op zondagmiddag maar twee keer onderuit ga, heb ik vast ook aan de drukte te danken – we kunnen niet vaker dan een keer of acht met het beginnersrolbandje naar boven.

Toch werkt zo'n les wel. Aan het begin van het uur ram ik (nooit eerder op ski's gestaan) nog genadeloos de snowboardleraar van wie Mirjam zei dat ik vóór hem moest proberen te stoppen; aan het eind ski ik geheel zelfstandig een enorme afstand. Minstens vijftien meter!

Mirjam lacht tevreden en gaat dan snel met het meisje mee dat haar net aan haar skijack trok. ,,Mevrouw, mijn vriendin zit boven bij de lift en ze durft niet meer naar beneden.''