Twaalf boeken

Anton van Hooff suggereert in zijn artikel (NRC Handelsblad, 19 januari) dat de eisen die aan Nederlandse scholieren van het vwo gesteld worden, veel te laag zijn. Het absolute dieptepunt in het eindexamenprogramma Nederlands voor de Tweede Fase van het vwo zou bereikt zijn.

Niets is minder waar. Het aantal verplicht te lezen boeken mag dan flink gereduceerd zijn, van Hooff `vergeet' daarbij dat de nadruk op het maken van een uitgebreid leesverslag wordt gelegd. In het huidige eindexamenprogramma is het namelijk zo dat naast het lezen van het boek het vergaren van kennis wat betreft literaire stroming en kenmerken ook een zeer belangrijk doel is, evenals het toepassen van verschillende vaardigheden die door de Tweede Fase nagestreefd worden.

De vergaarde kennis wordt dus getoetst in twaalf zeer uitgebreide leesverslagen, die niet ,,zomaar van internet geplukt kunnen worden''. Een goed, compleet verslag dat aan alle benodigde eisen voldoet is namelijk nergens te vinden en daar komt bij dat de leerlingen van het hoogste scholingsniveau slim genoeg zijn om te bedenken dat je op die manier bij het schoolexamen door de mand valt. Daarnaast is het zo dat bij het maken van de boekverslagen een vorm van `learning by doing' optreedt die door de scholier als plezierig ervaren wordt. Je leert hoe een goed verslag opgezet moet worden, hoe je secundaire literatuur verwerkt en uiteindelijk hoe je kennis op de juiste manier schriftelijk en mondeling overbrengt. Hiermee wordt het hoogste leerdoel, communicatie, wat door Van Hooff `alles' genoemd wordt, ook als zodanig bereikt.

Ook wat betreft de kennis van de oudere literatuur die de vwo-scholier verplicht is te vergaren, heeft Van Hooff het mis. In het huidige literatuuronderwijs komt niet alleen het door Van Hooff genoemde Van den Vos Reynaerde uit de middeleeuwse literatuur aan bod; van de Renaissance tot het naturalisme, van de Verlichting tot de Nieuwe Zakelijkheid en van de Romantiek tot de Beweging van Tachtig; alles wordt gelezen en met enthousiasme nader toegelicht.

Het mag dus duidelijk zijn dat in het eindexamenprogramma Nederlands juist niet het absolute dieptepunt is bereikt, zeker als men daaraan titels toevoegt als De Ontdekking van de Hemel en De tandeloze tijd.

De manier waarop de twaalf te lezen boeken op het hoogste scholingsniveau in de Tweede Fase worden behandeld, zorgt voor een gedegen kennis van de vaderlandse literatuur.

Wij jongeren, de eigenaars van de toekomst, hebben na ons vwo-examen absoluut voldoende literaire bagage om de zo belangrijke rol van cultuurdrager op ons te nemen.