Tussen Ankara en Brussel zitten de Koerden

Initiatieven om de Koerden eigen culturele rechten te geven, wat de Europese Unie graag zou zien, worden teruggedraaid.

Op het eerste gezicht leek het een gewone agenda, met elke dag er netjes in vermeld en ruimte om afspraken in te schrijven. Maar volgens een Turkse rechtbank was dat maar schijn. Want waarom waren de dagen en maanden in het Koerdisch? En waarom stond 15 februari – de dag dat de leider van de Koerdische Arbeiderspartij, Abdullah Öcalan, drie jaar geleden door Turkse commando's vanuit Kenia naar Turkije werd gebracht – in het zwart, de kleur van rouw?

,,Separatische propaganda'', oordeelde de rechtbank deze week en gaf de politie opdracht om alle agenda's in beslag te nemen. Inmiddels is ook een aantal leden van de Koerdische HADEP-partij gearresteerd omdat ze de agenda's in hun bezit hadden.

Is de affaire een incident of markeren de agenda's een nieuw tijdperk van officiële strijd tegen pogingen van Koerden om hun sociaal-culturele rechten te vergroten? Een ding staat vast: de agenda-affaire staat niet op zich, de afgelopen weken staat de strijd om het Koerdisch weer in het brandpunt van de Turkse politiek.

Zo is het al enige tijd onrustig op scholen en universiteiten, nadat daar petities begonnen te circuleren waarin werd gevraagd om onderwijs in het Koerdisch. Meer dan vijftig studenten werden gearresteerd wegens vermeend lidmaatschap van de Koerdische Arbeiderspartij en op een universiteit in Afyon konden 49 studenten vertrekken.

Belangrijker nog was de reactie van de minister van Binnenlandse Zaken, Rüstü Kazim Yücelen, op de petities. Aan de plaatselijke autoriteiten liet hij weten dat de Turkse grondwet onder geen beding geschonden mocht worden en gaf hij hun opdracht op te treden. Volgens de autoriteiten komt de opdracht voor de petities van de PKK en is het een nieuwe poging van de beweging om het Koerdisch op de Turkse – en internationale – agenda te zetten.

Veel Europese waarnemers maken zich inmiddels grote zorgen over de nieuwe ontwikkelingen. In Europa werd enige maanden geleden positief gereageerd toen Turkije zijn grondwet op een aantal belangrijke punten veranderde. Voor het eerst leek het Turkije ernst om de Koerden sociaal-culturele rechten te geven.

Dat optimisme van toen is behoorlijk getemperd. Zo blijft het beruchte artikel 312 gehandhaafd. De Turkse autoriteiten gebruikten dit artikel, dat het oproepen tot haat door het onderstrepen van ,,religieuze'' of ,,regionale'' factoren strafbaar stelt, vaak om moslim-fundamentalisten of Koerdische activisten aan te pakken. Veel liberale Turken hadden gehoopt dat de autoriteiten op weg naar lidmaatschap van de Europese Unie dat gewraakte artikel eens en voor altijd zouden elimineren.

Maar volgens critici is het nieuwe artikel 312 nauwelijks beter dan het voorafgaande en misschien zelfs wel slechter. De regeringscoalitie is overigens van mening dat het nieuwe artikel voldoet aan Europese eisen.

En er zijn problemen. Over niet al te lange tijd zal het Constitutionele Hof bepalen hoe het verder moet met de HADEP-partij, die vooral in het Koerdische zuidoosten grote aanhang heeft. De aanklager wil de partij verbieden omdat zij niets anders zou zijn dan een dependance van de PKK. Veel Europese waarnemers vinden dat het Koerdische probleem nooit opgelost kan worden als Koerden geen kans krijgen zich politiek in alle vrijheid te uiten.

De Turkse autoriteiten, daarentegen, vinden dat de Europese Unie nog steeds niet voldoende beseft wat voor bedreiging Koerdisch separatisme, en dan met name de PKK, voor de stabiliteit van Turkije vormt. In plaats van Turkije te bekritiseren zou de EU eerst zelf eens in de spiegel moeten kijken. Waarom, aldus de autoriteiten, heeft de Europese Unie de PKK bijvoorbeeld niet op de lijst van terroristische organisaties gezet?

In Turkije is het inmiddels een gemeenplaats geworden dat de weg van Ankara naar Brussel via het (Koerdische) Diyarbakir loopt. Een ding is de afgelopen week duidelijk geworden: die weg is erg lang, veel langer dan zelfs pessimisten al dachten.