Sukkel kan net, jeetje is fout

Kees Hazeleger gaat voor de Bond tegen het vloeken de scholen langs. `Als je vloekt verbreek je een beetje de relatie die je met God hebt opgebouwd.'

Hanneke is negen jaar. Ze is blond en heeft twee vlechtjes. Als ze écht boos is op haar vader zegt ze wel eens `bulldozer' tegen hem, vertelt ze giechelend. Echt vloeken probeert ze niet te doen, hoewel ze dat best wel moeilijk vindt. ``Maar mijn vader is dominee, dus die let er wel op.''

Hanneke zit in groep zes van de christelijke basisschool De Koepel in Ede. Vandaag krijgt ze een les over vloeken, of beter over niet vloeken. Kees Hazeleger, scholenwerker van de Bond tegen het vloeken stapt met een doos vol folders, stickers en de bekende poster met de papegaai het lokaal binnen. Hij begint een verhaaltje te vertellen over dieren die de wereld op zijn kop zetten. De koe mekkert, het varken loeit en het paard knort. ``Natuurlijk kunnen dieren geen verkeerde geluiden maken, maar mensen kunnen dat wel. Wie weet wat ik bedoel?'' Roy (10) kopt de voorzet braaf in. ``Vloeken.''

De Bond tegen het vloeken bestaat sinds 1917. Het is een interkerkelijke, maar wel protestante, stichting die gesteund wordt door 25.000 donateurs en giften ontvangt van onder meer kerken. Hazeleger werkt fulltime en heeft nog drie fulltime collega's: de directeur, de voorlichter en iemand die alle activiteiten van de vrijwilligers coördineert. De functie van scholenwerker bestaat sinds een jaar. Hazeleger was, na twintig jaar lang als leerkracht voor de klas te hebben gestaan, toe aan iets anders, vertelt hij in de hal van de school. ``Ik ben zelf Nederlands Hervormd. Voor mijn functie moet je natuurlijk wel de overtuiging hebben dat vloeken ernstig is.''

In de klas vraagt Hazeleger de kinderen wat ze prettig vinden om te horen. ``Ik vind het leuk als iemand zegt dat ik iets goed heb gedaan'', zegt Christy (9). ``En wat vind je niet prettig om te horen?'' ``Ik mag het niet zeggen, maar het is een vloek'', zegt het meisje. Roy, blonde kuif, gestreepte trui en groot horloge, steekt zijn vinger op. ``Ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar wat je van voren hebt hangen.'' Hij krijgt een kleur. ``Vieze woorden bedoel je'', helpt Hazeleger hem. Roy knikt, terwijl hij eens om zich heen kijkt, maar de reacties blijven beperkt tot wat voorzichtig gelach.

``Tja, eigenlijk is dat gek hè'', gaat Hazeleger verder, ``dat we woorden die iets met je lichaam te maken hebben, heel naar gebruiken. Daarmee haal je dat mooie dat de Here God geschapen heeft naar beneden.'' Er gaat weer een vinger de lucht in. ``Maar waarom zeggen ze dan nooit `been' tegen iemand?'' vraagt Kevin. ``Dat heeft te maken met taboe'', legt Hazeleger uit. ``Dat betekent dat er woorden zijn, jullie weten allemaal wel welke ik bedoel, waar je niet zomaar over praat. En als je er wel over praat ga je een grens over. Dan laat je zien dat jij dat durft. Dat is stoer. Nou, hoe zit dat nu met vloeken? Op de naam van de Here God ligt ook een taboe. Het staat in de tien geboden dat je zijn naam niet ijdel, niet leeg, mag gebruiken. Anderen doen dat toch om mensen te laten schrikken, om te laten zien dat zij dat wel durven.''

Volgens cijfers van het NIPO vloekt 75 procent van alle jongeren geregeld. Op christelijke scholen is dat 50 procent. Scheldwoorden, schuttingtaal, de Bond tegen het vloeken besteedt er allemaal aandacht aan, maar de nadruk ligt op het vloeken. ``Met een vloek kwets je de Here God'', legt Hazeleger diezelfde ochtend in groep zeven uit. ``Dan verbreek je een beetje de relatie die je met de Here God hebt opgebouwd. Vloeken is ook een beetje gek. Als je iets morst wil je zeggen `hè bah, wat vervelend', maar je gebruikt misschien de naam van de Here God of de naam van Jezus. Zijn naam betekent `de verlosser', dus dat heeft helemaal niks met morsen te maken.''

Niemand zal zeggen dat hij vóór vloeken is, maar desondanks heeft de Bond tegen het vloeken het stempel `extreem' en `fanatiek'. ``Dat beeld bestaat inderdaad'', geeft Hazeleger toe, ``maar het is niet juist.'' Op de vraag of hij wel durft te zeggen dat hij voor deze club werkt lacht hij wat verlegen. ``Kijk, in mijn vriendenkring zitten ook veel christenen, die begrijpen dat heel goed. Maar sommige van mijn broers doen er wel wat lacherig over, inderdaad.''

Hazeleger heeft het idee dat het imago van de Bond aan het veranderen is. ``Zeventig procent van alle mensen ergert zich aan vloeken. Waarden en normen zijn weer belangrijk. Ook taalgebruik kun je daaronder scharen en wij zijn de enige organisatie die zich daar op richt. Maar het is niet meer zo in om ergens `tegen' te zijn. Misschien zouden we, voor een betere acceptatie, onze naam moeten veranderen in `bond voor respectvol taalgebruik'.''

Vorig schooljaar bezocht Hazeleger 25 basisscholen, zeven middelbare scholen en een aantal verenigingen. Het zijn vooral christelijke scholen waar hij terecht kan. Hazeleger maakt zijn lessen zelf. Bij de kleuters gaat hij vooral in op het `napraten' dat verbeeld wordt met de bekende papegaai. In de hoogste klassen gaat Hazeleger meer in op het godsdienstige aspect, de tien geboden en de betekenis van de naam Jaweh (Ik ben die ik ben). In de lessen vermijdt hij bewust iedere vloek en ook schuttingtaal komt niet over zijn lippen. Hij heeft het over `een echte gvd-vloek'. ``In het begin noemde ik de dingen wel meer bij naam, maar dat wekte soms hilariteit of het bedierf de sfeer in de klas. Maar op vmbo-scholen (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) krijg ik van de directie te horen dat het beter is om wèl de woorden waar het om gaat te noemen, omdat leerlingen het anders niet altijd begrijpen.''

Een lijstje van woorden die wel en niet kunnen bestaat er niet binnen de Bond tegen het vloeken. Hazeleger gaat maar af op zijn eigen oordeel als kinderen hem vragen of bijvoorbeeld `poep in het Engels' kan. ``Shit bedoel je, dat is geen vloek, maar ook geen net woord. Het is niet echt verkeerd om het te gebruiken, maar liever niet.'' De uitdrukking `uit je doppen kijken' kan geen kwaad, `sukkel' is op het randje, maar `jeetje' is fout en ook met `gatverdamme' is het uitkijken. ``Want dat lijkt al erg op een echte vloek.'' Leane uit groep zeven begrijpt het niet helemaal. Pas als Hazeleger uitlegt dat wanneer je de drie a's in o's verandert je een echte `gvd-vloek' krijgt, valt bij haar het kwartje. ``Weten jullie eigenlijk wat je zegt als je een gvd-vloek gebruikt? God verdoem mij maar, stuur mij maar naar de hel.'' Leane vindt het ongelooflijk. ``Is dat echt waar?'' Hazeleger knikt. Leane fronst haar wenkbrauwen. ``So, hé.''