Column

Stinkend rijk

In veel cafés mogen dronken types graag wat studentikoze stellingen op de muren van het herentoilet kalken. Zo las ik twintig jaar geleden: `Vrouwen gebruiken parfum omdat ze van huis uit stinken'. Veel verder dan een glimlach kwam ik niet, maar ik moest er nog wel vaak aan denken. Waarom besprenkelen sommige mensen zich zo overdadig? Onzekerheid? Rijkdom? Geen idee. Als kind moest ik niets hebben van eau de cologne-tantes of andere stinkdames. Ook nu verbaas ik me vaak over Old Spice-mannen, vaak vertegenwoordigers of autoverkopers. Dat stinken is een denkfout. Het stoot af. Ooit stond ik op het punt een dure auto te kopen, maar door de veel te geparfumeerde verkoper vluchtte ik de showroom uit.

In principe speel ik nooit voor groepen, maar de uitzondering bevestigt de regel. Een tijdje geleden maakte een klein landelijk theater een foutje en was de zaal op een van de avonden voor driekwart gevuld met relaties van de sponsor, een of andere grote onroerendgoedboer. Ik had kunnen weigeren, maar besloot om te spelen. Ik was zelf ook wel benieuwd of ik verschil zou voelen. Onmiddellijk! Het doek ging op en ik keek in een zaal vol hockeyhoofden, alsof ik voor de VVD, afdeling Laren en Blaricum, schnabbelde. Maar het ergste was de geur. Een mengeling van liters Chanel, Nina Ricci en andere smurrie woei mijn kant op. Vooral de bedwelmende, misselijkmakende hoeveelheid viel me op, en ik weet nog dat ik het publiek toevertrouwde dat als mijn vrouw zo zou stinken, ik haar voor het neuken een uurtje buiten zou hangen. De avond verliep verder vrolijk, maar ik moet er nog wel vaak aan denken. Waarom drenken sommige dames zich zo verschrikkelijk in de parfum? Mijn eigen vrouw heeft altijd een vleugje van een bepaald merk om haar heen hangen en ik vind dat heerlijk. Maar als ze zich echt zou besprenkelen met liters stinkwater, dan zou ik haar vrolijk verzoeken of het wat minder mag. Nou kan je dat tegen je eigen vrouw zeggen, maar tegen vreemden wordt het toch een probleem. Wanneer zeg je dat? Dat iemand adembenemend naar aftershave of eau de toilette stinkt en dat het je eetlust totaal verpest. In sommige restaurants geldt tegenwoordig een rookverbod omdat de geur van een goede havanna de smaak zou bederven. Ik rook zelf niet, maar vind een sigaar en zelfs een sigaret heerlijk ruiken. Ik zou, als ik een chique eettent had, eerder een parfumverbod instellen. Niets is erger dan zo'n ruftende Wassenaarse bontjas, die langs je voorgerecht komt. Niks is smeriger dan lavendelbiefstuk of een Paco Rabane-soepje.

Afgelopen woensdag zat ik in het prachtige Teatro Nacional de Sao Carlos, het schitterende operahuis van Lissabon. Dit is een van de mooiste theaters ter wereld en ik had mij zeer verheugd op Il Trovatore met de vermaarde Katja Pellegrino als Leonora. Ik had na heel lang wachten een soort staanplaats in een van de allerhoogste loges in dit magnifieke, twee eeuwen oude theater en was om het gebouw goed te kunnen proeven al heel vroeg aanwezig. Tot twee minuten voor aanvang ging het goed. Toen kwam er een bedwelmende minkjas binnen. Een gehaarlakte Portugese, die zo strak stond van de White Linnen dat de hele loge, bestaande uit twaalf stoelen aan het kuchen sloeg. Eerst de mevrouw voor me, toen de meneer naast me en ikzelf werd uiteindelijk bevangen tijdens een van de mooiste aria's. Ik schaamde me diep, maar verliet kuchend, hoestend en proestend de loge. De stinkmevrouw keek uiterst geïrriteerd om. Nu begrijp ik waarom de parfumerieafdeling van De Bijenkorf op de begane grond zit: dan vlucht iedereen onmiddellijk het gebouw in en stelt het vertrek zo lang mogelijk uit. Toen ik na de werkelijk prachtige opera het betoverende theater verliet, zag ik aan het hoge bontjassengehalte dat ook hier in Portugal de kunst vooral door de rijken wordt genoten. Daar heb ik geen bezwaar tegen, maar wel tegen stinkend rijken. Katja Pellegrino in combinatie met het prachtige theater was al adembenemend genoeg.

Meteen na de voorstelling ben ik naar het herentoilet gerend en heb staande op de porceleinen pot vlak onder het plafond op de muur pecunia olet geschreven. Een variant op de wijze woorden van keizer Vespasianus en bedenkend dat zijn naam op anus eindigt, verliet ik kinderachtig gniffelend het pand.