Schop de computer snel de klas uit

Sigarettenfabrikanten deelden in de jaren vijftig gratis sigaretten uit op scholen. Microsoft geeft scholen computersoftware voor een fractie van de winkelprijs. Maar scholen moeten kiezen voor goed onderwijs en daarvoor zijn zijn computers absoluut niet nodig, vindt Dap Hartmann.

Het was voorpaginanieuws op vrijdag 18 januari: scholen zijn zich rot geschrokken omdat Microsoft veel meer geld wil beuren voor de software die op schoolcomputers wordt gebruikt. Windows, Word en al dat andere moois wordt na 1 februari twee- tot driemaal zo duur. Diezelfde dag stond ook in de krant dat de winst van Microsoft vorig kwartaal 13 procent lager was dan het jaar daarvoor. Voornaamste oorzaak: de juridische kosten van een aantal slepende rechtszaken in de VS wegens vermeend misbruik van de dominante marktpositie. 's Werelds grootste softwaremaker dreigt nu te worden opgesplitst, en er liggen hoge boetes in het verschiet.

In een vertwijfelde poging het naderende onheil af te kopen, bood Microsoft onlangs ruimhartig aan om hardware en software ter waarde van een miljard dollar te schenken aan armlastige scholen. Voorlopig is dat schikkingsvoorstel afgewezen. Ook Raymond K., verdacht van het smokkelen van xtc-pillen, mag zijn straf vast niet afkopen door 100 duizend xtc-pillen op middelbare scholen uit te delen.

Zelfde idee: eerst iets weggeven, en later flink aan de nieuwe verslaafden verdienen. Verslaafd aan Windows of Word? Als ik lees dat bijna alle negenduizend scholen in Nederland software van Microsoft gebruiken, dan denk ik dat je daar onderhand wel van kunt spreken. Het is ondenkbaar dat al die scholen straks `afkicken' en overschakelen op Linux, het enige redelijke alternatief. Toch bestaat er een prima oplossing, die geld bespaart en de kwaliteit van het onderwijs verhoogt: schop alle computers de klas uit!

Met een computer haal je een witte olifant in de klas. Kijk maar eens naar de stier Herman die aan Naturalis is geschonken. Herman kost Naturalis ongeveer een ton per jaar. Of neem het meisje uit Waddinxveen dat in een Yorin-kwisje een eiland won. Alleen al de reis er naar toe kost een klein vermogen. Zo houden ook computers, gekocht of gekregen, scholen in een verstikkende wurggreep. Wie onderhoudt ze? De geschiedenisleraar? Een onhandige of baldadige leerling hoeft maar één kritisch bestand te wissen om een computer te reduceren tot sfeerverlichting met een laag rendement. Meestal in de standaarduitvoering `witte foutmelding op stemmig blauwe achtergrond'. Het herstel kan vele (over)uren in beslag nemen.

Computers zijn in de klas volstrekt overbodig. Geen enkel vak heeft er baat bij. `Het internet is een schatkamer boordevol vrije informatie', is een veel gehoord argument. Ooit iets nuttigs op het web gevonden? En bleek toen ineens de hele avond verstreken te zijn? Het internet is gratis, en juist daarom is waardevolle informatie er uiterst schaars. Want waardevol en gratis gaan zelden hand-in-hand. Kijk maar wat doorgaans gratis door de brievenbus valt. Vergelijk de gratis treinkrant met NRC Handelsblad. Alle waar naar zijn geld. Daarom kosten boeken meer dan de prijs van het papier alleen. Je betaalt voor de auteur die zo hard heeft gewerkt om zijn kennis te bundelen en over te dragen. Ouders klagen steen en been over de hoge prijzen van schoolboeken. Tegelijkertijd moeten ze geloven dat het internet een kosteloze bron van waardevolle informatie is.

Zelfs al zóu dat waar zijn, dan nog is informatie niet hetzelfde als kennis. En losse flarden kennis leiden zelden tot inzicht en begrip. Het internet is als een doos goedkope chocolaatjes: er zit nooit een lekkere tussen.

Een derderangs scriptie in elkaar flansen wordt kinderspel, dankzij het world wide web. Wat leerlingen uit de kleurenprinter toveren ziet er al snel gelikt uit. Maar hoe fraaier een scriptie oogt, des te groter is de kans dat de inhoud aan de aandacht ontsnapt. Vaak zijn het klakkeloos van het internet geplukte plaatjes en tekstfragmenten die met een digitale lijmkwast aan elkaar zijn geplakt. Rapportcijfer acht voor de cut-and-paste-vaardigheid, en een nul voor originaliteit en inzicht. Voor de prijs van een nieuw kleurenpatroon voor de printer koop je overigens een uitstekend boek dat duizendmaal langer mee gaat.

Computers in de klas vormen een moeilijk te beteugelen verleiding. In het slechtste geval zijn de leerlingen aan het chatten, spelen games, of downloaden MP3 bestanden van de laatste tophits, beltonen voor hun mobiele telefoon of pornografie. In het beste geval verspillen ze kostbare lestijd door met menu-gestuurde programmatuur te prutsen. Wat is nuttiger om te leren: hoe je een gekopieerde foto van een appel kunt positioneren binnen een gekopieerde tekst over Newton, of wat het verschil is tussen massa en gewicht? Een computer is in de klas net zo nuttig als een papagaai: je moet hem verzorgen, hij leidt de aandacht af en je steekt er niks van op.

Op school leerde ik vroeger rekenen en elementaire taalvaardigheden waarvan ik nog iedere dag plezier heb. De verloedering van het onderwijs begon met de introductie van de rekenmachine in de klas. Naast een lijst met verplichte boeken, schrijven scholen tegenwoordig zelfs voor welke calculator de leerlingen moeten aanschaffen. Volslagen onzin. Rekenmachines zijn hulpmiddelen, reuze handig voor boekhouders die 28,3 procent van 32,41 euro tot op de cent nauwkeurig moeten uitrekenen. In de klas zijn ze volstrekt overbodig.

Bij wiskunde leer je de oppervlakte van een cirkel te bepalen: pi maal r kwadraat. Een cirkel met straal 5 heeft dus een oppervlakte van 25 pi. Een prima antwoord dat zeker niet beter wordt als een rekenmachine het benadert met 78,538163.

Onlangs ontdekte ik vol afgrijzen wat tegenwoordig op de middelbare school voor wiskunde doorgaat. Veel opgaven vragen om een antwoord in de vorm van een `machientjes-schema'. Dat is een opsomming van de toetsen die je achtereenvolgens op een rekenmachine moet indrukken. Als ik het niet zelf in dat `wiskundeboek' had gelezen, had ik het waarschijnlijk niet geloofd. De rekenmachine is opgeklommen van hulpmiddel tot doelstelling, en heeft onderweg enorme schade aangericht.

De huidige generatie scholieren heeft grote moeite hebben met kinderlijk eenvoudige sommetjes als 76 of 98. Ook het rekenen met breuken is een vergeten vaardigheid. De basis van het hoofdrekenen, de tafels van vermenigvuldiging, is uit het moderne onderwijs gesloopt. Als de kassa in de supermarkt niet zou aangeven wat het wisselgeld is van 32,41euro betaald met een biljet van 50, dan zouden er lange rijen ontstaan. Voor wie denkt dat het allemaal best meevalt: dit rekensommetje, dat thuis hoort op de lagere school, staat in eerder genoemd `wiskundeboek', bestemd voor de tweede klas van het middelbaar onderwijs. Een nieuwe lichting `-logen' en `-gogen' roept al enige tijd dat veel kinderen tegenwoordig lijden aan `dyscalculie', het rekenequivalent van dyslexie. Waarom een duur woord gebruiken als een simpele diagnose volstaat? Want `dyscalculie' = `nooit hoofdrekenen geleerd'.

Na de rekenmachine is het nu de beurt aan de computer om het onderwijs verder uit te hollen. Welke computervaardigheden worden zoal op school onderwezen? Niet hoe een computer werkt, of hoe je een computer programmeert. De nadruk ligt op gebruik van commerciële programmatuur, te beginnen bij het besturingssysteem. Dat is net zo nuttig als het leren omgaan met een videorecorder, of het op tijd zetten van een digitaal horloge. Dat wordt toch (hopelijk) ook niet onderwezen in de klas? Het zijn vaardigheden die iedereen zich op een vrije avond zelf kan aanleren.

Als die behoefte tenminste bestaat. Want waarom moet een middelbare scholier leren hoe je met Word een brief typt? Ik vermijd bewust het woord `schrijft', want leren schrijven is natuurlijk iets totaal anders. Iedereen kan typen, maar weinigen kunnen schrijven. Er was ooit een tijd dat alleen handgeschreven sollicitatiebrieven in overweging werden genomen.

Niets veroudert zo snel als computers en software. De beste computer van vandaag is over drie jaar volstrekt achterhaald. Van de meeste software komt iedere paar jaar een nieuwe versie op de markt, waarvoor overigens wel steeds een krachtigere computer nodig is. Dat is geen toeval maar markstrategie: de zachte hand wast de harde. Marktstrategie is ook het niet langer ondersteunen van oude programma's en apparatuur. Wie eenmaal een computer heeft aangeschaft ontdekt dat hij in een fuik is gezwommen, en moet meedraaien in een vicieuze tweetraps-cirkel: nieuwe software, nieuwe hardware, nieuwe software, nieuwe hardware enzovoorts en zo verder.

Ik hoop dat minister Hermans een wijs besluit neemt. Niet het computerbudget van scholen verhogen, en ook niet bedelen om een schikking bij de software-maffia. Want dat is alleen uitstel van executie. Als Microsoft de verslaafde scholen nu nog geen poot mag uitdraaien, dan slaat het zijn slag volgend jaar wel.

De enige verstandige beslissing is om alle computers uit de klas te verbannen, en het vrijgekomen geld te besteden aan boeken. En aan pennen en papier – dan kunnen leerlingen weer een handschrift ontwikkelen.

Boeken zijn handzaam, duurzaam, draagbaar, algemeen toegankelijk, ongevoelig voor storing, en verouderen nauwelijks. Wat Euclides 23 eeuwen geleden schreef over de grondslagen van de geometrie is nog steeds waar. Dat geldt ook de stelling van Pythagoras, de wetten van Newton en ga zo maar door.

De computer kan nog wel een laatste nuttige functie vervullen bij het natuurkunde practicum, uit te voeren vanaf de bovenste verdieping van de school. Het klassieke experiment van Galilei. Benieuwd wat eerder beneden is: de computer of de software.

Dr. Dap Hartmann is astronoom en publicist.