Roestende idealen

De staatsindustrie in Tiexi was eens de trots van China. Maar na de markthervormingen van Deng Xiaoping roken de schoorstenen niet meer. Hoe socia- listische arbeiders- helden veranderden in nutteloze `postverlaters'.

Het is zeven uur in de ochtend, het vriest een graad of tien en op straat liggen overal hopen gore sneeuw. Aan de Bescherm de Industrie-straat in de oude industriewijk Tiexi ligt een kleine markt met meer kooplui dan klanten. Er werken vooral oudere vrouwen, al is dat moeilijk te zien door alle dikke jassen, sjaals, monddoekjes en mutsen van konijnenbont.

Een vrouw van 45 verkoopt gestoomde broodjes uit piepschuimen dozen, die ze vanmorgen vroeg achterop haar bakfiets naar de mark heeft gereden. De bakfiets doet nu dienst als tafel voor haar koopwaar. Er ligt een groezelig dekentje over de dozen om de broodjes warm te houden, aan haar voeten staat een kleine kolenbrander tegen de ochtendkou. Ze verkoopt vijf broodjes voor één yuan (dertien eurocent). Ze maakt de broodjes niet zelf, maar koopt ze voor dag en dauw in bij de eetzaal van een universiteit. Daar heeft ze vrienden werken, die haar de broodjes voor de kostprijs verkopen. Op de markt kan ze er per doos een paar yuan winst op maken, maar de marge is klein.

Iedereen in de Noord-Chinese industriestad Shenyang weet dat je je eten en je kruidenierswaren het voordeligst in Tiexi kunt kopen, want daar is de concurrentie onder de verkopers moordend. Alle mensen die ontslagen zijn bij de staatsfabrieken moeten er op de een of andere manier zien te overleven, en veel andere keuze dan handel drijven hebben ze niet. Maar er worden steeds meer mensen ontslagen en de mensen in de wijk hebben daardoor ook steeds minder te verteren.

De broodjesverkoopster werkte vroeger net als haar man bij een staatsfabriek die enorme ijzeren mallen maakte voor de machine-industrie. Toen die fabriek in 1995 failliet ging, stonden ze allebei op straat. Hadden ze na al die jaren dan geen recht op een uitkering? ,,Ach, wat is recht? We hebben in elk geval nooit een cent meer gezien. De fabriek is over de kop, dus wie kun je er nog op aanspreken?'' Haar zoon zit nog op school, en het is moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. Haar man werkt in de zomer als losse arbeider in de bouw. ,,Dat kan in de winter niet, dan ligt de bouw maanden stil. Dan zit hij de hele dag thuis duimen te draaien.''

Haar buurvrouw op de markt is beter af: zij en haar man werkten in een fabriek van vliegtuigonderdelen, de afdeling waar zij werkte ging over de kop, maar de fabriek heeft het voorlopig nog overleefd. Haar man werkt er nog en zij krijgt al vijf jaar lang elke maand zo'n 40 euro van de fabriek. De uitkeringen die de fabriek betaalt aan alle mensen die al ontslagen zijn maken de lasten voor de vliegtuigfabriek alleen maar zwaarder. Wie weet hoe lang die dat nog zal kunnen volhouden.

De Vooruitgang

Tiexi bestaat uit brede, rechte boulevards met enorme geel, roze of groen geschilderde fabriekscomplexen. Ze dragen namen als de Shenyang Nummer Een Boilerfabriek en Compressorfabriek De Vooruitgang: dit was het hart van de zware industrie van Noord-China. Overal steken hoge schoorstenen in de lucht, maar uit weinig schoorstenen komt nog rook.

De fabrieken hebben vrijwel allemaal een eigen spoorlijn die tot aan de fabriekspoort loopt. Daarachter liggen besneeuwde bergen kolen, maar er lopen nauwelijks arbeiders. Het merendeel van de fabrieken ligt gedeeltelijk of geheel stil, de ruiten van de fabrieksgebouwen zijn gebroken en er wapperen gescheurde gordijnen door de ramen naar buiten. De monumentale fabriekspoorten hangen scheef in hun scharnieren, de namen boven de poort zijn nauwelijks meer leesbaar. Het conciërgehokje ernaast is leeg. De sterren in het hekwerk ontlenen hun rode kleur niet meer aan een likje verf, maar aan een dikke korst roest.

Tussen de fabrieken staan grauwe arbeiderswijken, die deels zijn afgebroken. Eén winkel is nog open, hij is beplakt met rode stroken papier waarop nog de wensen van het Chinees nieuwjaar van vorig jaar te lezen zijn. Het huis ernaast staat nog maar deels overeind. Je kijkt binnen in de halve kamers met lichtgroen en lichtblauw geschilderde muren: de kleuren die alle muren sieren van huisvesting gebouwd door staatsfabrieken in China. 's Avonds moet je niet meer door Tiexi lopen: straatroof komt er meer en meer voor.

Tussen de fabrieken staan ook cultuurpaleizen, die elk horen bij hun eigen fabriek. Daar werden de arbeiders van Tiexi op gezette tijden door hun fabriek naartoe gestuurd om modelopera's en ander `vormingstheater' te aanschouwen. Inmiddels zijn de cultuurpaleizen dichtgetimmerd. De staatsindustrie in Tiexi, eens de trots van heel de natie, is op sterven na dood. De fabrieken bleken niet bestand tegen de markthervormingen van Deng Xiaoping en tegen China's opening naar het buitenland. Wat er nog van waarde in de staatsfabrieken zat is inmiddels door corrupte ambtenaren voor een spotprijs van de hand gedaan aan bevriende partijen. Die stoppen de ambtenaren onder tafel grote sommen geld toe als dank voor hun medewerking.

Tiexi is een extreem probleemgebied in een probleemprovincie. De wijk ligt in de stad Shenyang, met bijna 7 miljoen inwoners de hoofdstad van de Noord-Oostelijke provincie Liaoning, een onderdeel van het vroegere Mantsjoerije. Liaoning telt de meeste staatsbedrijven, de meeste bejaarden en de meeste werklozen van heel China. Er wonen ook de meeste mensen die een bijstandsuitkering (zouden moeten) krijgen omdat ze anders onder het bestaansminimum terechtkomen. Dat bestaansminimum is gesteld op iets meer dan 30 euro per persoon per maand.

In Tiexi vind je niet alleen de hoogste dichtheid aan staatsindustrieën per vierkante kilometer, maar ook de hoogste werkloosheid van heel China. Er staan meer dan duizend grote staatsbedrijven in de wijk die een oppervlakte heeft van 39 vierkante kilometer. Er wonen 750.000 mensen. Zo'n 50.000 van hen zijn volgens het arbeidsbureau van Tiexi werkloos. 150.000 anderen `hebben hun wachtpost verlaten'. Dat komt neer op meer dan 25 procent werkloosheid, gerekend over alle inwoners van de wijk, inclusief de jeugd en de vele gepensioneerden.

De term `wachtpost verlaten' wordt in China gebruikt voor mensen die officieel nog wel in dienst zijn bij een werkgever, maar die niet meer op het werk hoeven te verschijnen omdat er toch niets voor ze te doen is. Een vrouw op de markt vertelt dat ze zich in de fabriek waar ze vroeger werkte de hele dag liep te vervelen, en dat ze toen vooral erg goed heeft leren kaarten. De groep `postverlaters' heeft in principe nog recht op een uitkering van de fabriek van zo'n 35 euro per maand. In Tiexi ontvangen velen die niet, omdat de fabriek zelfs de lonen van de mensen die nog wel elke dag op het werk mogen verschijnen niet kan opbrengen. Ook valt er gewoonweg niets meer uit te keren als de fabriek eenmaal ter ziele is.

De stedelijke en provinciale overheden zien het als hun taak om de sociale verplichtingen van de failliete fabrieken over te nemen. Ze streven ernaar om bijstandsuitkeringen te verstrekken en om als eerste provincie van China een soort ziekenfonds voor alle inwoners te realiseren. Maar dat lukt in praktijk nog niet erg. Ze willen wel, maar ze hebben het geld er eenvoudigweg niet voor, zo luidt het argument.

Zwarte rijst

Niet iedereen gelooft dat de regering het beste met de arbeiders voor heeft, maar dat de fabrieken nu eenmaal niet meer te redden zijn. Een veertigjarige verkoper die op de markt staat met geurige zwarte rijst, bonen en maïsmeel zegt: ,,Ik doe dit werk sinds drie maanden. Het is m'n tweede baan, verder zit ik in de nachtdienst bij een machinefabriek die werktuigen maakt voor de mijnbouw. We maken boren en zo. Ik heb de laatste maanden geen loon meer gehad. Dat is het begin van het einde, de fabriek gaat vast over de kop, daar bereid ik me op voor. Vroeger werkten er bij ons vijfduizend mensen, nu nog maar tweeduizend, de rest is al ontslagen.'' Komt dat omdat er geen markt meer is voor de verouderde machines die de fabriek maakt? ,,Ach onzin, daar ligt het niet aan. De fabrieksleiding steekt gewoon al het geld in de eigen zak. We gaan kapot aan de corruptie.''

Dat de corruptie een stevig handje meehelpt om het einde van de fabrieken te bespoedigen is wel zeker. De Chinese krant de Wenzhai Bao meldde onlangs dat er in Shenyang bij bedrijven voor een bedrag van 370 miljoen yuan (bijna 50 miljoen euro) onttrokken was aan de algemene middelen om door de top van het bedrijf gebruikt te worden voor privé-doeleinden. Van dat bedrag kun je zo'n 130.000 werklozen een jaar lang een basisuitkering geven. Uit dergelijke potjes betaalt men reisjes naar het buitenland, huizen voor de bedrijfsleiding en de studie van de kinderen in het buitenland. De directie voelt meestal vaak als eerste aan dat de fabriek geen lang leven meer beschoren is. Zij die daartoe in de positie zijn graaien vervolgens wat er nog te graaien valt.

De lokale overheid van Shenyang heeft lustig meegegraaid. Het stadsbestuur heeft zich verre van slagvaardig getoond in de aanpak van de enorme problemen waar de stad mee kampt, en deed op ongekende schaal mee aan de zelfverrijking. Inmiddels is vrijwel het hele stadsbestuur van Shenyang uit functie gezet en veroordeeld wegens corruptie. De zaak kwam aan het rollen toen vice-burgemeester Ma Xiangdong in Macau werd gearresteerd nadat hij daar in het casino voor dik vijf miljoen euro aan overheidsgeld had vergokt. Hij is inmiddels ter dood gebracht.

De burgemeester zelf, Mu Suixin, was net zo corrupt, maar hij ontliep de tenuitvoerlegging van de doodstraf door geld terug te storten en mee te werken aan het onderzoek naar corruptie in Shenyang. Mu gedroeg zich eerder als een maffiabaas dan als een burgemeester. Zijn vrienden noemden hem `Grote Broer', een maffiaterm. Hij hulde zich altijd in het zwart, droeg een donkere zonnebril en nam een jonge actrice als minnares. De werklozen in Tiexi zijn van dat alles op de hoogte, en het is moeilijk te voorspellen hoe lang zij nog bereid zijn om hun lijden in stilte te dragen.

De provinciale overheid begrijpt dat de situatie makkelijk explosief kan worden en probeert daarom in elk geval een minimumuitkering aan de werklozen te verstrekken. De nieuwe gouverneur van Liaoning, Bo Xilai, heeft zich bewezen als burgemeester van de haven Dalian, ook in Liaoning. Dalian kampte met vergelijkbare problemen als Shenyang, maar kwam er bovenop.

Bo hanteert verrassende middelen om de werklozen weer aan een baan te helpen. Zo trok hij onlangs met een delegatie van 6.800 mensen naar Zuid-China, waar hij een contract wist af te sluiten om 175.000 arbeiders uit Liaoning te werk te stellen in de provincie Guangdong. Daar is wel veel ongeschoolde arbeid van boeren uit het omliggende platteland beschikbaar, maar geschoolde fabrieksarbeiders en technische experts zijn er schaarser. Ook hoopt hij dat Guangdong hem aan moderne technologie en investeringen kan helpen om de staatsindustrie van Shenyang eindelijk grondig te hervormen.

Het kan de ontslagen arbeiders op de markt van Tiexi allemaal weinig meer baten. Ze zijn te oud om nog elders aan de slag te komen. Van socialistische arbeidershelden zijn ze inmiddels verworden tot het onverkoopbare bijproduct van de hervormingen. Ze zijn nu samen met het oud roest van hun fabrieken aan de straat gezet.