Pronk ziet gevaren in de stofzuigerzak

Minister Pronk wil een broomhoudende vlamvertrager verbieden. Loopt hij te hard van stapel? Europa eist onderzoek.

De vertwijfeling is groot. ,,Gaat u een lovend artikel schrijven'', vragen werknemers bijna smekend. Er is onrust onder het personeel. ,,Wij zijn een klein, simpel bedrijf. Wij maken zoals iedereen fouten. Maar wat wij doen kan de toets der kritiek doorstaan. Wij voelen ons nu door de hele wereld in de steek gelaten'', zegt J. van der Wal, technisch manager bij Broomchemie, producent van broomhoudende brandvertragers.

Minister Pronk (VROM) gaat vermoedelijk een verbod uitvaardigen op de productie, invoer en toepassing van een broomhoudende brandvertrager die Broomchemie vanaf enkele maanden geleden had willen gaan produceren. Inmiddels staat een voor miljoenen euro's omgebouwde chemische installatie niets te doen en zegt het bedrijf elke maand tonnen verlies te lijden. Het management vreest maatregelen van Dead Sea Bromine Group, het moederbedrijf in Israël dat niets van deze kwestie zegt te begrijpen en straks misschien de boel wil sluiten.

Het aangekondigde verbod is een ,,rechtstreeks'' gevolg van acties van Greenpeace, zegt de milieuorganisatie. Greenpeace trof vorig jaar bij een stofzuigactie in Europese parlementen resten aan van broomhoudende brandvertragers en later ook in het huisstof van Nederlandse huishoudens. B. van Opzeeland van Greenpeace: ,,Broomhoudende brandvertragers zijn giftige stoffen die moeilijk afbreekbaar zijn. Wij hebben het aangetroffen in huisstof. Het is in Zweden aangetroffen in moedermelk. Dat hoort daar niet te zitten. Het is schrikbarend hoeveel broom er in de Noordzee is aangetroffen.'' Alle broomhoudende brandvertragers moeten de wereld uit, stelt Greenpeace. Pronk kreeg een persoonlijke brief van de milieuorganisatie.

Broomchemie wil FR (Flame Retardant)-720 produceren en leveren aan fabrikanten van wasemkappen en afvalwaterbuizen. Het bedrijf geeft hoog op van de brandwerende kwaliteiten van het product. ,,Er worden in Europa jaarlijks honderden levens gespaard door het gebruik van broomhoudende brandvertragers'', zegt J. Frölich, Europees `product stewardship manager' van Dead Sea Bromine. Broomhoudende brandvertragers zitten in elektronica, huishoudelijke apparaten, meubels en textiel. Greenpeace hamert erop dat er voldoende alternatieve brandvertragers zijn, maar de broombranche bestrijdt de effectiviteit van de alternatieven, zoals fosforhoudende en minerale vlamvertragers.

Broomchemie heeft vergunningen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en van de provincie Zeeland voor de productie van FR-720. De emissies in de lucht en de lozingen op het oppervlaktewater zijn in orde. Greenpeace vecht de vergunningen aan, evenals de Zeeuwse Milieufederatie en, pikant genoeg, Pronks eigen Inspectie Miliehygiëne. T. van Mierlo van de Milieufederatie: ,,De vergunningen hadden nooit mogen worden verleend. Het bedrijf heeft onvoldoende informatie geleverd over de eigenschappen en gevaren van het product.''

Broomchemie erkent dat broom giftig is, maar niet dat broomverbindingen een risico vormen voor mens en milieu. Technisch manager Van der Wal: ,,Greenpeace doet beweringen waar je moeilijk iets tegenin kunt brengen. Broom is slecht en dus zijn alle producten met broom dat ook. Het is net zoiets als zeggen dat alle mensen met baarden potentiële terroristen zijn.'' Het bedrijf liet een onderzoek doen door onderzoeksbureau Notox. Notox rapporteerde in het door Broomchemie betaalde onderzoek dat er geen reden tot bezorgdheid bestaat. Milieu, consumenten en producenten lopen geen risico doordat de emissies ,,extreem laag'' zijn. ,,Wij doen objectief onderzoek'', meldt Notox. Pronk laat de bevindingen controleren door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en verwacht volgende week een rapportage. Het CDA en de VVD in de Tweede Kamer hebben Pronk gevraagd hoe een verbod te rijmen valt met het Notox-rapport.

Het aangekondigde verbod is ook in Europa omstreden. Pronk acht maatregelen ,,dringend noodzakelijk'' tegen de introductie in Nederland van een stof ,,waarvan verwacht kan worden dat deze voor het milieu zeer ongewenste eigenschappen zal hebben''. Harde wetenschappelijke bewijzen daarvoor zijn er niet.

De Europese Commissie meent op basis van de huidige wetgeving dat een stof alleen verboden kan worden als wetenschappelijk is onderbouwd dat het product het milieu en de gezondheid van de mens schaadt. Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Italië hebben eveneens bezwaren. De brandvertrager wordt al vijftien jaar vrij geproduceerd en verhandeld. Ambtenaren in Brussel kondigen aan dat, als er geen bewijzen op tafel komen die een verbod rechtvaardigen, de Commissie Nederland voor de rechter zal dagen.

Het Nederlandse beleid is, zeggen Pronks woordvoerders, in toenemende mate gericht op het principe no data, no market. Wie niet kan bewijzen dat een product onschadelijk is, mag niet produceren. Maar dat is nog lang geen nationale of internationale wetgeving, menen Broomchemie en de Europese Commissie, Pronk loopt te hard van stapel. De Commissie redeneert voorlopig nog andersom: wie niet kan bewijzen dat een stof risicovol is, mag deze niet verbieden. No data, no ban. De Commissie werkt zelf aan risicoanalyses van zes van de 75 broomhoudende brandvertragers. Op grond van de eerste resultaten wordt één vlamvertrager, pentabroomdifenylether of kortweg penta, vanaf volgend jaar verboden. Sporen van deze stof zijn wijdverspreid aangetroffen in het milieu.

Broomchemie voelt zich onheus bejegend. Frölich: ,,Waarom blijft Greenpeace willens en wetens de eigenschappen van één product, penta, doortrekken naar alle andere gebromeerde brandvertragers? Persoonlijk denk ik soms dat de acties van Greenpeace meer te maken hebben met het werven van donateurs dan met het oplossen van een milieuprobleem.''

En Pronk? ,,Die staat onder zware druk van Greenpeace.'' De milieuorganisatie zelf looft Pronks vasthoudendheid en is niet verbaasd over de protesten van de chemische industrie. ,,Zij zoeken argumenten om de risico's te bagatelliseren'', zegt B. van Opzeeland van de milieuorganisatie. ,,Dat is logisch, het is hun brood.''