Poëzie na het Griekse vuur

De invloed van Homeros op de literatuur is even groot als die van Hergé op de strip of van de Beatles op de popmuziek, schrijft Pieter Steinz.

`De wereldliteratuur in 52 weekends' luidt de titel van deze rubriek. Ten onrechte: er is té veel verhalend proza om het komende jaar ook de andere literaire genres (poëzie, essays, toneel) aan bod te laten komen. Alleen deze week maken we een uitzondering, want aanstaande donderdag, 31 januari, is het landelijke Gedichtendag – een goede gelegenheid om op een rijtje zetten welke lange gedichten zonder problemen gelezen kunnen worden als een spannende roman.

De epische poëzie, en eigenlijk de hele westerse literatuur, begon in de achtste eeuw vóór Christus met twee heldendichten die volgens de overlevering werden gecomponeerd door de blinde Griekse bard Homeros.

De Ilias, een episode van 51 dagen uit het tiende jaar van de oorlog om Troje (Ilion), is het oudste. In zestienduizend zesvoetige versregels wordt het verhaal verteld van de halfgod Achilles, die na een conflict (om een meisje) met de Griekse opperbevelhebber Agamemnon weigert verder te vechten – met desastreus resultaat voor de Grieken. Pas als zijn vriend en geliefde Patroklos in zijn plaats is gesneuveld, mengt hij zich weer in de strijd – met desastreus resultaat voor de Trojanen en hun aanvoerder Hektor.

De Ilias is bloederig als een nouvelle-violence-film en vóór alles gericht op de vergane glorie van het gevecht tussen heren van stand. Ondanks ontroerende passages (een kind schrikt van zijn vaders helm met vederbos, een grijsaard smeekt om het lijk van zijn zoon, een oude vrouw spreekt haar zoon verwijtend toe op zijn doodsbed) is het verhaal van Achilles' wrok minder opwindend dan de Odysseia.

Dit avonturenverhaal van elfduizend regels, over de moeizame terugkeer van de held Odysseus naar zijn belaagde vrouw op het eiland Ithaca, is een goed geschakelde opeenvolging van seks (Calypso, Circe, Penelope), drugs (de Lotuseters) en exotische ontmoetingen (kannibalen, Sirenen, Cyclopen). Voor de liefhebbers van subtielere kost biedt het ook nog een trouwe vrouw met bewonderenswaardige grace under pressure, een jongen die volwassen wordt in de schaduw van zijn vader, en een trouwe hond die zijn laatste adem uitblaast als hij zijn meester na twintig jaar weerziet.

De invloed van Homeros op de literatuur is even groot als die van Hergé op de strip of van de Beatles op de popmuziek. Via de Latijnse dichter Vergilius, die in zijn nationaal-Romeinse epos Aeneis zowel de Odysseia (de rondzwervingen van Aeneas) als de Ilias (zijn strijd in Italië) imiteerde, werden de Griekse heldendichten het model voor de nationale epen van alle West-Europese volkeren.

En hoewel in de twintigste eeuw de modernistische dichters – met hun voorkeur voor experiment en fragmentering – anders deden vermoeden, is de `roman in verzen' onverminderd populair. Ook de Caribiër Derek Walcott (Omeros), de Nieuw-Zeelander Les Murray (Fredy Neptune), de Brit Craig Raine (History – the Home Movie) en de Amerikaanse Anne Carson (The Beauty of the Husband) zijn nazaten van de verzenspinnende, plottensmedende, ritmelievende, tranendwingende Homeros.