Parttime

Dit stukje wordt geschreven vanuit een slappe lach. Met excuses voor de ware liefhebber die het voetbal in Nederland nog wél serieus neemt. Ik haak mij nu los uit de theocratie van de nationale volkssport en zoek mijn eigen weg, als een fervente heiden. Het voetbal laat ik definitief achter me, in de hoop dat darts, biljart en marathonschaatsen de verweesdheid nog enigszins kunnen balsemen.

Oranje in handen van parttimers. Dat is toch hetzelfde als koningin Beatrix die zegt: ,,De kroon is voor het weekend, het leven is er voor elke dag.'' Afbladdering van de eerste orde. Van Frank Rijkaard kan ik perfect begrijpen dat hij denkt: twee dagen Sparta per week is wel genoeg. Maar de bondscoach van het Nederlands elftal hoort er voor de eeuwigheid te zijn. Althans voor de illusie van eeuwigheid. Hij kan zijn lot nog net met een onzichtbare vrouw delen, maar verder is elke vorm van buitenechtelijke gemeenschappelijkheid een daad van afvalligheid en dus een schandvlek voor de natie.

Waar zou Dick Advocaat gaan wonen? Ergens halverwege tussen Zeist en Glasgow, op een booreiland in de Noordzee? Sociaal pendelen heeft een grens. En zijn de reisdeclaraties wel goed geregeld? Wie betaalt de tickets: de KNVB of de Rangers? De taxi's in Schotland zijn duurder dan in Nederland. Een diner bij kaarslicht in Rome? Kan. Maar is het om een speler voor Glasgow te scouten of om Jaap Stam te troosten in zijn verplichte quarantaine? Dick is niet rommelig van aard, maar met de leenconstructie van Henk Kesler komt hij wel aan héél veel verlokkingen bloot te staan. En in dit land van wrok en achterdocht ben je al zo gauw `Meneer Dubbelop.' Er zijn grotere reputaties stukgegaan op declaratiebonnetjes.

Het had zo simpel kunnen zijn.

Als de KNVB nou gewoon Bert van Lingen tot bondscoach had benoemd, met Dick Advocaat en Willem van Hanegem als assistenten, dan was de know-how evengoed verzekerd. Nu dan met aftrek van het gedoe. Terloops, Hans Jorritsma had ook gekund. De heer Henk Kesler heeft het fabelachtige vermogen om constructies te bedenken waarin een kat haar jongen niet meer terugvindt. Het lijkt wel een obsessie van deze galante heer om, waar het ook maar eventjes kan, de roes van de guerrilla in te bouwen. Oorlog, olé!

Op zijn eerste persconferentie als parttime bondscoach jubelde Dick Advocaat zijn assistent het graf in. ,,Willem van Hanegem is loyaal en betrouwbaar.'' Dat had hij nou net niet moeten zeggen. Het klonk als een voorschot op de dolksteek die hij alreeds in de rug hoorde suizen. Semantische liefde die de precaire hang naar het bloedbad moet toedekken. Dick bedoelde: ,,Ik hoop dat Willem loyaal zal zijn, maar eigenlijk verwacht ik het niet.''

Een duo voor Oranje, natuurlijk loopt het slecht af. Al was het maar omdat de constructie zo politiek geïnspireerd is. Advocaat is er voor de gemoedsrust van de notabelen in Zeist, Van Hanegem is er als antibioticum voor een paar hallucinerende media in het kielzog van Johan Cruijff. Helaas, met politiek word je geen kampioen. Een compromismodel kan acceptabel zijn, maar niet in een land dat nog steeds de illusie koestert van een `Hollandse school' in het voetbal. Bij conceptuele pretenties horen één gezicht, één stijl, één halfgod.

Dickie met zijn ingeplante haren, zijn imposante gebaren, zijn gebroken lach – ik hou nog steeds van hem. Maar waarom wil uitgerekend hij, die de ascese van trots in zich draagt, zich nog een keer zo blootvoets laten degraderen tot paljas van de KNVB? Met zijn staat van dienst had hij het Nederlands elftal – dat reservaat van verwendheid en verwaandheid – niet meer nodig. Hij had Professor kunnen worden in Oxford. Maar nee, de Haagse onverlaat moest zonodig weer de wei in, tussen De Boer en Cocu staan, toasten met Kesler en Melkert, buigen voor Máxima en Alexander, omarmd worden door het plebs van Nationale Nederlanden. Dickie blijft, juist in de onverwachte glorie van het leven, zijn eigen mysterie.

Toch: Oranje wordt zijn sterfhuis. Hij zal door de gehaktmolen van de media gaan, getackeld worden door de vrienden-assistenten, het verraad leren kennen van de treurige bende die nu met zogenaamde KLM-schwung de bossen van Zeist koloniseert.

Er komt een dag dat deze bondscoach zal beseffen dat de regen in Glasgow zoveel malser is dan álle woorden in Hoenderloo of Huis ter Duin. Dan nog zal hij ongeneeslijk zingen: Hup, Holland hup.