OOK LEMUREN HEBBEN SPECIFIEKE ALARMROEP ONDER DE KNIE

Lemuren (halfapen van Madagaskar) maken gebruik van een gevarieerde alarmroep. Zij verstaan, net als evolutionair hoger staande primaten zoals de groene meerkat, de kunst om met specifieke alarmkreten hun soortgenoten niet alleen te waarschuwen voor gevaar, maar ook te informeren over het soort dreiging. De dieren reageren anders op roofvogelalarm dan op informatie over dreiging vanaf de grond.

Claudia Fichtel en Peter Kappeler van het Duitse Primatencentrum in Göttingen onderzochten de alarmroepen en het anti-roofdier gedrag van volwassen roodkopmaki's (Eulemur fulvus rufus) en Verreaux sifaka's (Propithecus verreauxi verreauxi). Tijdens experimentele veldstudies op Madagaskar stelden zij deze in groepen levende lemuren bloot aan geluidsopnamen van de stemgeluiden van hun belangrijkste belagers uit de lucht en vanaf de grond. Daarnaast speelden ze in aparte sessies ook de alarmroepen van hun soortgenoten af. De reactie van de toehoorders werd tot één minuut na het afspelen van een geluid vastgelegd op videoband en later minutieus geanalyseerd (online publicatie Behavioral Ecology and Sociobiology, 9 januari).

Beide soorten lieten als respons op afgespeelde roofvogelgeluiden een specifieke alarmroep horen. En hun reactie was passend: zij richtten zich op mogelijk gevaar vanuit de lucht. Dat deden zij ook als reactie op het afspelen van alleen het `roofvogel-alarm van soortgenoten.

Ook de geluiden van grondroofdieren, zoals katachtigen, brachten luide reacties teweeg. Maar hier waren de resultaten gemengd. De lemuren gebruikten deze alarmkreten te weinig specifiek om ze werkelijk te laten tellen als 'grondroofdier'-alarm, want ook bij meer algemene opwinding in de groep slaakten de dieren zulke kreten. Niettemin hebben ook deze geluiden bijzondere betekenis voor anti-roofdier gedrag. Afhankelijk van de context kunnen de halfapen ze precies interpreteren. Als het rustig is in de groep, maar er plotseling toch de alarmroep klinkt, vatten ze die op als grondroofdier-signaal. Dat valt op te maken uit de kijkrichting bij het zoeken naar het gesignaleerde roofdier of, bij grotere schrik, de wijze van vluchten.

De onderzoekers concluderen dat zij niet alleen het geluid van roofdieren `correct' categoriseren, maar ook de naar de aard van dreiging verwijzende roepen van soortgenoten. Ofwel: deze halfapen doen aan functionele referentie. Ze dragen informatie over die verwijst naar een object of gebeurtenis in de externe wereld.

Die vorm van communicatie is vooral van de hogere primaten bekend. Veel zoogdieren waarschuwen soortgenoten met een alarmroep. Vooral bij knaagdieren levert variatie in volume of toonhoogte nog eens extra informatie over de urgentie van vlucht of afweer. Sommige primaten onderscheiden zich door meer complexe alarmsystemen die aan taalgebruik doen denken. Zo hanteren de inmiddels uitvoerig onderzochte Afrikaanse groene meerkatten (Cercopithecus aethiops) verschillende roepen voor onder meer gevaar uit de lucht of gevaar vanaf de grond. In de categorie `grondgevaar' gebruiken ze zelfs verfijningen, met bijvoorbeeld een speciale roep voor `slang' of `luipaard'. Nu blijkt dus dat ook de evolutionair minder hoogstaande, verder niet uitzonderlijk intelligente lemuren alarmroepen met een specifieke betekenis kennen. De traditionele opvatting dat alarmsignalen van dieren niet meer dan een algemene manifestatie van angst zijn, is daarmee definitief onhoudbaar gemaakt.