ONTWIKKELING VAN DE SCHAATS

De Olympische Spelen zijn hét moment om innovaties op sportgebied te presenteren, zoals deze keer het aerodynamische Swift Skin-pak van Nike, dat gedragen zal worden door de Nederlandse en de Canadese ploeg. Al eerder verbeterden de rijders hun tijden dankzij de klapschaats en nu is zelfs sprake van de klapschaats-met-chip. Het is bijna niet voor te stellen dat Jaap Eden zich nog gelukkig prees met schaatsen van ijzer.

Wanneer de mens voor het eerst schaatste, daar lopen de meningen over uiteen. Hoe de mens dat deed, daar zijn de geleerden het wel over eens. Van middenvoetsbeentjes van runderen of paarden werden zogenoemde glissen gemaakt. Dat waren langwerpige botten waarvan de gewrichtsknobbel was verwijderd. Om het glijden te bevorderen werd soms aan de voorkant een krullend boegje geslepen. Veel glissen hadden gaten, maar de oervorm werd niet om de voet gebonden. Het schoeisel bestond immers uit te slap materiaal. Dun leer of bont. De eerste schaatsers stonden gewoon op de botten en bewogen zich voort met prikstokken, zoals langlaufers.

Historici menen dat in de achtste of negende eeuw voor het eerst werd geschaatst. Maar René Diekstra schrijft in zijn boek Schaatsend Nederland door de eeuwen heen over versteende glissen te beschikken uit een bodemlaag waarin ook vondsten werden gedaan van een Keltische nederzetting uit de ijzertijd. Dat was uit de periode van 600 voor Christus langs de Maas bij Lith.

Met iets meer zekerheid is vast te stellen dat de eerste houten schaats rond de veertiende eeuw zijn intrede deed. Hoewel de oorsprong ook van dit attribuut vroeger geweest kan zijn. De schaats van de Middeleeuwen verschilde weinig met de `houtjes' waarop kinderen nu nog de eerste slagen op het ijs maken: een plankje waaronder een smal ijzer was gemonteerd. In het hout zaten gaten waardoor de schaats met veters onder de schoen kon worden gebonden. Het ijzer had meer gewicht dan nu en soms een sierlijke krul (Hollandse schaats). De Friese doorloper is aan de voorzijde licht gebogen.

De voorloper van de huidige schaatsen met vaste schoenen is de `klemschaats' geweest. Een Schotse instrumentenmaker, William Buxton Hilliard, vroeg in 1867 patent aan op een schaats die onder de schoen kon worden geklemd. Een klemsysteem dat kon worden aangedraaid met een sleuteltje zorgde dat de schaats goed vast kwam te zitten aan de zool. De Nederlanders hadden overigens bij droogwerkzaamheden van moerassen ten noorden van Londen omstreeks 1625 het schaatsen in Engeland geïntroduceerd.

Aan het einde van de negentiende eeuw verloren de houten schaatsen, mede door de opkomst van de schaatspaleizen, terrein aan ijzeren schaatsen – voor ijshockey, hardrijden en, mondiaal gezien, vooral kunstschaatsen.

Op ijzeren schaatsen vierde Jaap Eden, ook een begenadigd wielrenner, zijn grote triomfen. Hij werd van 1894 tot en met 1896 drie keer wereldkampioen hardrijden op de schaats.

Vanaf medio jaren vijftig werd de noor, de schaats met het lange ijzer, populair. Een echte revolutie kwam in 1996. Toen werden wereldrecords aan flarden gereden met de klapschaats. De uitvinding van de inmiddels overleden professor Van Ingen Schenau van de Vrije Universiteit van Amsterdam stamde uit 1984 maar werd pas twaalf jaar later door het conservatieve schaatswereldje in de praktijk gebracht.

Inmiddels bestaan er talrijke varianten en verbeterde uitgaven van de klapschaats. Erg populair zijn ze niet bij de hardrijders die huiverig zijn voor materiaalpech. Een driedimensionale schaats zorgt dankzij een speciale scharnier voor meer rendement bij de afzet. Carve-ijzers met brede uiteinden zijn overgenomen uit de skiwereld. Sommige schaatsen zijn lichter door pm-staal.

Er bestaat ook een schaats met een dubbel klapmechanisme omdat het normale scharnier slechts vijftien graden opengaat. De jongste noviteit is een klapschaats met een elektromotortje. Deze computerschaats houdt de schaats een aantal slagen dicht, zodat er weer met de punt van de ijzers kan worden afgezet bij de start. Er is echter geen enkele hardrijder die tijdens de Winterspelen deze, opnieuw Nederlandse, uitvinding durft uit te testen.