Onnavolgbare kunstenmaker

Bijna geen voetballer in de wereld kan zo met een bal toveren als Augustine `Jay Jay' Okocha. Bij zijn club Paris Saint-Germain is de onnavolgbare Nigeriaan slechts wisselspeler, maar bij het Afrikaans kampioenschap kan Okocha de liefhebbers volop laten genieten van zijn dribbelkunsten. ,,Mijn trucs zijn niet ingestudeerd, maar altijd spontane invallen.''

Bedachtzaam pratend aan de rand van een hotelzwembad weet Jay Jay Okocha gevoel en verstand moeiteloos te scheiden. Geef hem een bal en die controle verdwijnt onmiddellijk; dan laat hij kunstjes zien die het bevattingsvermogen te boven gaan en trainers en medespelers regelmatig tot wanhoop brengen. Als voetballer is Okocha een fenomeen, maar verlang niet van hem dat hij een hele wedstrijd gedisciplineerd speelt. De Nigeriaan heeft nu eenmaal de drang om eerst een kunstje met de bal te doen en hem dan pas af te geven. Zo is Jay Jay en zo zal hij altijd blijven.

Eigenlijk is het zonde dat een artiest als Okocha zich in het teambelang tot soberheid moet verlagen. Het publiek wordt daarmee de artisticiteit van het voetbalspel ontnomen. Een kunstenmaker als Okocha is in het hedendaagse degelijke voetbal als een roos in de woestijn. Hij voelt dat zelf ook zo, al is Okocha te sociaal om ook geen begrip voor de fundamentalisten in de voetballeer op te brengen. ,,Ik probeer me aan te passen en ik speel niet altijd voor mezelf'', klinkt het bijna verontschuldigend. ,,Maar je kunt nu eenmaal iemand niet helemaal veranderen. Om die reden speel ik nog steeds zoals ik speel. Aan verdedigen hen ik een grondige hekel, mijn kracht ligt in de aanval.''

Tijdens de wedstrijden van Nigeria om de Africa Cup laat Okocha bij vlagen een siddering van genot door het stadion gaan. Vanaf de tribunes wordt verrukt op elk kunststukje van het mannetje gereageerd. In Afrika staat Okocha niet ter discussie; daar verlangen de toeschouwers betoverende acties, daar moet voetbal plezier uitstralen. Jay Jay bedient het publiek op zijn wenken. ,,Ik maak acties die ik leuk vind en waarvan ik ook vind dat ik die nodig heb'', zegt hij. ,,Ik probeer altijd de mooiste oplossing te vinden. Nee, dat zijn geen ingestudeerde trucs, maar altijd spontane invallen.''

Wie Okocha de bal ziet betoveren, kan zich nauwelijks voorstellen dat zijn kunststukjes grotendeels worden geboren uit spontaniteit. Zo iemand moet cum laude aan de Hogeschool voor de Voetbalkunsten zijn afgestudeerd. Alleen die opleiding bestaat niet, tenzij je de stoffige afgetrapte zandveldjes van Enugu als collegezalen wilt bestempelen. Want in die stad van driemiljoen inwoners is Okocha grootgebracht en heeft hij zicht ontwikkeld tot de artiest die hij nu is.

Als Enugu ter sprake komt, beginnen de ogen van Jay Jay te glinsteren. Daar is zijn thuis, daar heeft hij de schoonheid van het voetbalspel ontdekt, zij het dat hij pas op elfjarige leeftijd zijn eerste voetbalschoenen kreeg. ,,Want mijn ouders hadden weinig geld'', vertelt de miljonair zijn verleden in een gezin met twee broers en vier zussen in herinnering. ,,Voor mij was er geen gameboy of ander duur speelgoed. Voetbal was het enige dat we deden.''

Hoe verknocht Okocha ook aan Enugu was, hij begreep maar al te goed dat de grote kansen buiten Nigeria lagen. Nog ontwetend van zijn mogelijkheden op de Europese velden, was Jay Jay wel zo slim voor Duitsland te kiezen toen hij van zijn vader op reis mocht als beloning voor het behalen van zijn middelbare-schooldiploma. Okocha: ,,Het was 1990 en Duitsland was dat jaar wereldkampioen geworden. Ik wilde naar het beste voetballand ter wereld. Bovendien woonde daar een vriend die mij onderdak bood. En mijn broer bekostigde de reis, want mijn vader kon het onmogelijk betalen.''

Een zestienjarig talent uit Enugu belandde in Neunkirchen, waar de trainer van Oberligaclub Borussia na één training vaststelde met een uniek talent te maken te hebben. Okocha mocht blijven en vertoonde zijn eerste kunstenop Duitse bijvelden. Het duurde ruim een jaar voordat Jay Jay werd ontdekt en hij zijn eerste contract als professional tekende voor Eintracht Frankfurt, waar hij zou uitgroeien tot dé sensatie van de Bundesliga.

Hem werd zelfs gevraagd om zijn kunsten in de televisiestudio te vertonen. Zoals in Das Aktuelle Sportstudio op zaterdagavond. Jay Jay droeg een te grote honkbalpet. Hij had een oversized trainingsbroek en een oversized sweater aan. Zijn basketbalschoenen leken wel maat vijftig. Zijn voeten rustten op een voetbal. Jay Jay zei niet veel, hij lachte alleen maar.

Aan Jay Jay werd gevraagd, zoals te doen gebruikelijk in Sportstudio, of hij wilde proberen de bal van afstand eerst in het bovenste gat van de houten muur te mikken en vervolgens in het onderste. Jay Jay stond op, legde de bal neer en draaide de bal al bij de eerste poging achteloos door het ronde gat.

Dat was nu Jay Jay Okocha, de man die 's middags voor zijn club Eintracht Frankfurt in het strafschopgebied acht man passeerde alvorens hij de bal in het verlaten doel schoot. Kappend en draaiend totdat hij zeker wist dat hij kon scoren. De film is jarenlang op de Duitse televisie vertoond.

Van Frankfurt ging hij naar het Turkse Fenerbahce en vervolgens naar Paris Saint-Germain, waar hij nu vaker dan hem lief is op de bank moet plaatsnemen. Als reactie op de stelling dat het een miskenning van zijn talent is, lacht Jay Jay minzaam. In zijn hart deelt hij die mening, maar Okocha is te aimabel voor de contramine. ,,Ik heb in Parijs niet bereikt wat ik voor ogen had. Ik ben het er niet altijd mee eens dat ik op de bank zit, maar de trainer is van mening dat in bepaalde wedstrijden andere spelers bruikbaarder zijn. Ik weet dat niet alles smooth gaat in het leven, dus moet ik dat moet accepteren.''

Bij het Nigeriaanse elftal piekert bondscoach Shaibu Amo er niet over om Okocha tot reservespeler te degraderen. Daar is hij naast die andere baltovenaar Nwanko Kanu de ster van het team. Die twee kruiden het voetbal met hun onnavolgbare acties. Die ingrediënten bleken in 1996 goed genoeg voor een olympische titel, maar tot op heden ontoereikend voor een hoofdrol op het WK. Een frustratie waar de Nigerianen komende zomer in Japan en Zuid-Korea mee hopen af te rekenen.

Okocha denkt echter dat het te vroeg is voor een wereldkampioen uit Afrika en zou al tevreden zijn als Nigeria de kwartfinales haalt. Het aloude probleem van Afrika is de enorme organisatorische achterstand op de grote voetballanden. ,,De manier waarop in Europa clubs worden gerund, dat moeten wij nog leren'', weet Okocha. ,,En dat geldt ook voor het nationale team. In Nigeria is een schoolhoofd voorzitter van de voetbalbond. Dat kan nooit goed gaan. Hij verdient hooguit honderd dollar per maand, zeker niet meer. En dan komen wij spelers om duizend dollar per wedstrijd vragen. Dat kan hij niet bevatten. Daarom hebben wij bij de nationale ploeg altijd problemen over het bonussysteem. Als die situatie niet verandert, is het onmogelijk om progressie te maken. Voetballers die zijn uitgespeeld moeten in de toekomst de organisatie van de bond ter hand nemen, want we hebben mensen met kennis van zaken nodig.''

Maar hoe zit het met de etnische conflicten in de nationale ploeg? Het verhaal gaat dat de uitschakeling op het WK '98 in de tweede ronde tegen Denemarken aan een tweespalt in de spelersgroep te wijten was. ,,Bullshit'', antwoordt Okocha. ,,Zo gaat het altijd bij verlies. Dan zoeken de mensen naar oorzaken. De enige reden was dat wij tegen Denemarken niet goed speelden en ons concentreerden op de wedstrijd erna tegen Brazilië. We hebben Denemarken onderschat; we hadden niet stilgestaan bij een nederlaag.''

Want zo arrogant zijn de Nigeriaanse voetballers ook wel. Ze kennen de tekortkomingen van hun bond, maar niet altijd van zichzelf. Ze vinden zichzelf zonder uitzondering buitengewoon goede voetballers. Onder andere om die reden hebben buitenlandse bondscoaches, onder wie de Nederlanders Clemens Westerhof en Jo Bonfrère, grote problemen in Nigeria gehad. Okocha vindt ook dat de buitenlanders het Nigeriaanse elftal niet veel verder hebben gebracht. ,,Er is geen verschil tussen een Nigeriaanse en een buitenlandse coach. Het is voor een Nigeriaan in wezen makkelijker, omdat er tenminste begrip bestaat tussen hem en de mensen van de bond. Een buitenlandse coach raakt sneller gefrustreerd dan een Nigeriaanse.''

Tegenover de hooghartigheid van de Nigeriaanse voetballers staat de Afrikaanse vanzelfsprekendheid om anderen in hun rijkdom te laten delen. Okocha maakt daarop geen uitzondering. Jay Jay heeft zijn familie inmiddels zo ver geholpen, dat hij geen geld meer naar Enugu hoeft over te maken. ,,Mijn broers en zussen kunnen zich nu prima redden. Maar ik geef nog wel aan charitatieve instellingen die armoede bestrijden. Dat vind ik normaal, ik wil geen egoïst zijn. Dat is voor ons ook gebruikelijk. Je wilt je naasten toch niet zien lijden? Ik zoek arme mensen ook vaak persoonlijk op. Soms geef ik geld, soms geef ik eten, soms geef ik kleren, maar meestal geef ik iets wat ze echt nodig hebben. Een bestelauto bijvoorbeeld. Als je ze geld geeft, wordt dat vaak verspild.''

Maar je kunt toch in een land van 120 miljoen inwoners onmogelijk iedereen helpen? Begrijpen de mensen dat wel? ,,Niet altijd'', spreekt Okocha uit ervaring. ,,Dat is vervelend. Mensen reageren dan teleurgesteld, maar ik zeg dan altijd: zelfs Jezus kon niet iedereen helpen. Waarom zou ik me dan wat verwijten?''

Okocha is het voorbeeld van een Afrikaanse speler die goed is terechtgekomen, maar er vallen ook veel talenten in handen van dubieuze voetbalmakelaars. Okocha kent geen oplossing. ,,De jeugd heeft geen keus. Veel jongens zijn desperaat en daarvan profiteren managers. Die jongens zien aan ons dat een toekomst in het voetbal mogelijk is en ze doen alles om het land te verlaten. Het alternatief is blijven waar je zit, maar dat betekent voor arme kinderen een toekomst zonder perspectief. Ondanks veel nadelen vind ik het nog niet zo slecht dat grote Europese clubs in Afrika voetbalscholen stichten. Het is niet zoals het behoort te zijn, maar het is beter dan overgeleverd worden aan managers met slechte bedoelingen.''

Okocha wil na afloop van zijn carrière een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het Afrikaanse voetbal. ,,Mijn ervaring wil ik graag gebruiken om jongeren te helpen. Ik keer zeker terug naar Nigeria. Niet om me er definitief te vestigen, want ik wil in Europa blijven wonen. Ik heb plannen om een voetbalacademie voor jonge spelers op te zetten, al weet ik nog niet waar. Maar ik zal zeker geen trainer worden.'' En met een gulle lach: ,,Dat is niks voor mij.''