Natte vinger

In de loop van vorige week hebben onze autoriteiten laten doorschemeren dat 02.02.02 niet acht maar bijna tien miljoen euro zal kosten. Dat hangt onder andere samen met de intensieve mensenmassacontrole. Ik prees hoofdcommissaris J. van Riessen en vergat burgemeester J. Cohen te noemen. Bij deze alsnog. Alle vreedzame middelen moeten gebruikt worden om iedereen weer heelhuids uit het evenement tevoorschijn te laten komen. Job en Joop zullen er een hele klus aan hebben, zou minister Frank zeggen, waarbij hij onbeschrijfelijk zou lachen.

Geen acht maar tien, daar gaat het over. Alle grote projecten blijken na afloop op z'n minst twintig procent duurder te zijn dat we aan het begin dachten. Dat, schreef ik, is een wet. Ik heb me vergist. Het is wel een wet maar het percentage klopt niet. Ik kreeg een brief waarin ik wordt gewezen op een artikel van Philip Mushgrove in The American Economic Review van maart 1985. Mushgrove heeft het uitgerekend en beredeneerd. ,,Waarom alles 2.71828... maal langer duurt dan we verwachtten.'' Het gaat dan om projecten die bestaan uit een oneindig aantal stappen. ,,De verhouding tussen de werkelijke tijd en de verwachte tendeert naar e = 2,71828. Bij kleinere projecten is die verhouding kleiner, maar nooit minder dan twee.'' Aldus de heer Van der Zee in zijn brief. Het gaat dan over de tijd van uitvoering; maar vanzelfsprekend, hoe langer het duurt, hoe duurder het wordt.

We gaan op dit gebied nog krasser bewijzen van Mushgrove's stelling tegemoet. Zeer binnenkort zal het Koninkrijk van Amerika een gevechtsvliegtuig kopen, dat op het ogenblik in twee dimensies op de tekentafel ligt. Van de rekeningen die straks worden bezorgd, als het ding eenmaal vliegt, zal het volk verbleken. Dat kunnen we nu op onze vingers natellen. Waarom doen we dat dan niet? Dat komt straks.

Misschien wilt u weten hoe ik aan mijn twintig procent kwam (waarmee ik niet zó ver bezijden de werkelijkheid was). Nooit weet je zoiets zeker. Ik denk dat ik eerst mijn natte vinger en mijn timmermansoog heb geraadpleegd, en er daarna een slag in geslagen.

Als je in voorbije tijden wilde weten uit welke richting de wind woei, stak je je wijsvinger in je mond en daarna in de lucht. Eén kant werd koud en droog, dat was de kant vanwaar de wind blies. Ik dacht dat het een oude Indiaanse gewoonte was, maar van een indianenkenner op de redactie hoorde ik dat die het met een handje droog zand doen. Met het timmermansoog kon je meten hoe lang iets was. Je bracht de uitslag van beide metingen samen in een vergelijking die je in het onderbewustzijn bewaarde. Daarin waren nog een paar correcties opgenomen. Onhoorbaar ritselde er iets in je hoofd. Na dat rekenwerk sloeg je er een slag in. Zelden was het een voltreffer, maar vaak zo dicht in de buurt van het doel, dat je er een goede aanwijzing voor toekomstig handelen aan had. Veilig Verkeer heeft ook zo'n formule: Bij twijfel niet inhalen. De natte vinger, zou je kunnen zeggen, is als een seismograaf die je helpt bij het bepalen van mate waarin je moet twijfelen.

Deze redenering dreigt op hol te slaan. De vraag van deze tijd is, hoe het komt dat natte vinger en timmermansoog niet meer worden gebruikt. Dat heeft twee oorzaken. Onze projecten worden groter en ingewikkelder, de uitvoering neemt bijgevolg meer tijd in beslag, en we hebben nu geavanceerde middelen waarmee we de toekomst berekenen: modellen en scenario's. Zeker. Maar in dit antwoord ligt een oud foefje verborgen. Je formuleert de vraag anders, om het werkelijke antwoord te ontlopen. Want bij het omvangrijker worden van de projecten en de toenemende geavanceerdheid van de middelen, loopt het bedrag van de `tegenvallers' op. Tenzij het om de berekeningen van de minister van Financiën gaat, want die heeft alleen meevallers.

En hoe komt dat dan weer? Als de minister steeds meevallers heeft, terwijl de kosten van grote projecten altijd volgens de formule van Mushgrove met e = 2,7828 stijgen, wil dit dan niet zeggen dat ons twee maal te veel geld uit de zak wordt geklopt? Of misschien is het nog ingewikkelder. Terwijl we voor alle grote projecten te veel betalen en ook zien aankomen dat we dit zullen doen, maakt de minister verkeerde berekeningen waarvan wij het slachtoffer zijn, en dat noemt hij dan, alweer lachend, meevallers. De grootste meevaller voor alle overheden samen is, dat we niet massaal de straat op gaan.

Nu laad ik de verdenking op me dat ik propaganda zit te maken voor die kwiebus. Terwijl ik alleen wil worden verlost van deze rekenkundige raadsels. C. Northcote Parkinson zei, dat alleen voor onderwijzers in het lager onderwijs en kleine kinderen de wereld exact en logisch in elkaar zit. Dat is een overtuiging die ik niet wil loslaten.