Kunstcollectie KPN als cultureel erfgoed

Marie Hélène Cornips, hoofd Kunst & Vormgeving van KPN: `De combinatie van kunst en vormgeving maakt onze afdeling uniek in het Nederlandse bedrijfsleven'.

De dozen en containers staan al klaar. Per 1 april moeten de tien medewerkers van de afdeling Kunst & Vormgeving van KPN hun pand aan de Zeestraat in Den Haag verlaten. Drie maanden later zal de afdeling definitief worden opgeheven. Twee van hen worden aangesteld als conservator van de collectie, die intact blijft; de anderen zijn in overleg met PTT Post over een andere functie. ,,Tot nu toe hadden we alle reorganisaties overleefd'', zegt Marie Hélène Cornips (1955), kusthistoricus en sinds ruim zes jaar hoofd van de afdeling. ,,Maar nu gaat het financieel zo slecht met het bedrijf dat het uithangbord eraf moet. Op het moment dat de economische bloei over zijn top heen is, is het de culturele sector die als eerste op een zijspoor gezet wordt.''

In de gangen passeren we monumentale kleurenfoto's van Rineke Dijkstra en Michel François, bovenaan de trap hangen twee naakten van Marlene Dumas en Cornips kantoor wordt gedomineerd door een kleurrijk geblokt werk van Peter Struycken. Op haar bureau liggen verschillende catalogi waarin de KPN-collectie, de oudste en grootste bedrijfscollectie van Nederland, is gedocumenteerd. Cornips: ,,Het grootste deel van de tijd zijn we met vormgeving bezig, bijvoorbeeld van de nieuwe brievenbus. Juist die combinatie van kunst en vormgeving maakt onze afdeling uniek in het Nederlandse bedrijfsleven.''

Uniek is tevens de lange traditie die KPN heeft als het gaat om betrokkenheid bij de kunst- en ontwerpwereld. Vanaf het begin van de twintigste eeuw heeft de Nederlandse PTT stelselmatig ontwerpers, architecten en kunstenaars ingeschakeld voor de vormgeving van onder andere meubilair, postzegels en postbussen. Als eerste bedrijf in Nederland richtte de PTT in 1945 een Dienst voor Esthetische Vormgeving (DEV) op, die zich vooral bezighield met toegepaste kunst en opdrachten in het kader van de percentageregeling. Na de verzelfstandiging van KPN in 1989 kreeg de DEV de naam Concernstaf Kunst & Vormgeving. Naast ontwerpbegeleiding werd de nadruk gelegd op het aankopen van autonome kunstwerken.

Cornips wijst naar een oude zwart-witfoto van Jean François van Royen, de man die in 1904 bij de PTT kwam werken en zijn revolutionaire ideeën over wat kunst in het dagelijks leven kon betekenen bij het bedrijf introduceerde. ,,Aan hem hebben we dit allemaal te danken'', licht Cornips toe.

Het is een groot gemis, zegt Cornips, dat KPN niet meer als belangrijk opdrachtgever zal functioneren in de vormgeverswereld. ,,Wij hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het begrip Dutch Design, dat internationaal in hoog aanzien staat. Gelukkig heeft PTT Post, dat in 1998 is afgesplitst van KPN en nu deel uitmaakt van TPG, besloten het designbeleid voort te zetten.''

De 6.500 kunstwerken tellende collectie blijft behouden. Cornips: ,,Er is gesuggereerd dat de collectie verkocht zou worden. Maar in mijn ogen heeft het bedrijf hierin een verantwoordelijkheid naar de Nederlandse maatschappij. Het is al zuur genoeg dat een decennialange traditie om zeep geholpen is. Wie weet is het niet voor eeuwig, en kan er in de toekomst toch weer mondjesmaat gekocht worden. In de Nederlandse museumwereld fluctueren de aankoopbudgetten ook wel eens. Het Haags Gemeentemuseum heeft ook jarenlang niets kunnen kopen.''

Sinds haar aantreden in 1995 heeft Cornips het speerpunt van het verzamelbeleid verlegd naar de hedendaagse fotografie. Ze kocht al in een vroeg stadium foto's aan van kunstenaars als Rineke Dijkstra, Thomas Struth, Liza May Post en Hellen van Meene – werken die nu onbetaalbaar zijn geworden. Toch benadrukt ze dat de collectie niet als een investering wordt gezien: ,,Kunst en vormgeving waren er altijd in de eerste plaats voor de werknemers, en ook daarin verschillen wij van veel andere bedrijven. Vanuit de gedachte dat goed meubilair en een aangename werkomgeving het welbevinden van de medewerkers verhoogt, heeft kunst hier een sociale rol vervuld.''

Op de vraag welke aankopen haar met trots vervullen, antwoordt Cornips zonder aarzelen: ,,De twee portretten van Thomas Ruff, die nu in het gebouw van Renzo Piano in Rotterdam hangen. Als je op de Erasmusbrug rijdt, stralen ze je al tegemoet. Voor Rotterdam zijn die werken een absolute aanwinst, maar bij de KPN-werknemers hebben ze veel commotie veroorzaakt. Ik dacht dat fotografie, omdat het dicht bij de mensen staat, makkelijker te begrijpen zou zijn. Dat is een misvatting, want juist fotografie kan heel confronterend zijn. Je moet je realiseren dat je kunst ophangt in een werkomgeving, waar mensen er niet om gevraagd hebben. Dat is heel wat anders dan dat je kunst in een museum tentoonstelt, waarvoor bezoekers vrijwillig een kaartje hebben gekocht.''

In de catalogus Verborgen Collectie in 1995 schreef oud-museumdirecteur Wim Beeren: ,,De PTT heeft ons lange jaren opgevoed in visuele cultuur. Nederland mag er erkentelijk voor zijn. De KPN zal toch zeker wel begrijpen dat ze haar functie in deze niet kan delegeren?'' Toch lijkt nu precies te zijn zijn gebeurd waar Beeren al voor waarschuwde. Cornips: ,,We zijn een ander bedrijf geworden. KPN heeft geen monopoliepositie meer en is een puur commerciële onderneming geworden die targets moet halen. In harde cijfers levert een kunstafdeling, die bijdraagt aan het imago van het bedrijf, niets op. Je kunt in principe ook zonder, maar dan kies je voor middelmatigheid. Aan de andere kant is het niet onlogisch dat een bedrijf dat zich geplaatst ziet voor duizenden gedwongen ontslagen, op dit moment andere prioriteiten stelt. Maar ik vind dat met de opheffing van deze afdeling een stuk cultureel erfgoed verdwijnt.''