In Libanon leek het weer burgeroorlog

De bomexplosie die ex-militieleider Elie Hobeika donderdag het leven kostte, kwam veel Libanezen angstig bekend voor.

Het verwrongen staal van de uitgebrande auto's, de zwartgeblakerde straat en op een muur tien meter verderop een enorme rode vlek waar het lichaam van een lijfwacht tegenaan kwam Het tafereel in Hazmiye net buiten Beiroet roept bij veel Libanezen angstige herinneringen op. Voor het eerst sinds het einde van de Libanese burgeroorlog werd donderdag een hoge politieke figuur vermoord op de manier die in de Libanese burgeroorlog vijftien jaar lang schering en inslag was: met een op afstand tot ontploffing gebrachte autobom die zo krachtig is dat alles binnen een straal van vijftien meter werd verwoest. Het doelwit was Elie Hobeika, de voormalig aanvoerder van een ultra-rechtse christelijke militie en algemeen beschouwd als de verantwoordelijke voor het bloedbad in het Palestijnse vluchtelingenkamp Sabra en Shatila in 1982. Bij de aanslag gisteren kwamen verder drie lijfwachten om het leven.

Het land probeert nu krampachtig de rijen te sluiten. Hobeika was nog nauwelijks geïdentificeerd of de Libanese politiek wist de dader al: Israël. Gistermiddag werd in de christelijke wijk Ashrafiyeh een van de lijfwachten, een vader met kinderen, begraven. Het verkeer lag uren stil en aanhangers van Hobeika vuurden eindeloos in de lucht. Ook dat kennen de Libanezen maar al te goed.

,,Het was net als de oorlog'', zegt een oudere vrouw in Hazmiye, de overwegend christelijke wijk waar Hobeika woonde en werd opgeblazen en waar mensen namen hebben als Abu Raymond, Diana Haddad of Giscard Al-Khoury. ,,We dachten dat dit soort dingen voorbij waren. Maar het komt allemaal terug.''

De vrouw heeft geluk gehad want ze was ten tijde van de explosie elders en haar huis liep geen schade op. Dat geldt niet voor een goedgeklede heer die hoofdschuddend voor zijn gehavende pand staat. Hij raamt de schade op 50.000 dollar omdat ook zijn gloednieuwe auto geheel is verwoest. ,,Mijn verzekering keert niets uit. Terreurdaden en oorlogshandelingen blijken niet gedekt te zijn'', vertelt hij dof.

Overal in Hazmiye en Beiroet hebben `vrienden van Elie Hobeika' nu foto's van het slachtoffer opgehangen, en spandoeken met de tekst: ,,Jouw waarheid maakte hen bang dus ruimden ze je uit de weg''. Enkele dagen voor zijn dood had Hobeika zich tegenover een groep Belgische senatoren bereid verklaard te komen getuigen in een proces tegen de Israëlische premier Sharon wegens diens betrokkenheid bij Sabra en Shatila. Sharon was in 1982 minister van Defensie, en verantwoordelijk voor de Israëlische bezetting van een deel van Libanon. Ten tijde van het bloedbad controleerde het Israëlische leger de omgeving van Sabra en Shatila. Het gaf de zeer anti-Palestijnse christelijke strijders van Hobeika de vrije hand tijdens hun 36 uur durende moordpartij. Hobeika zei tegen de Belgische senatoren over bewijzen van zijn eigen onschuld te beschikken, en over papieren die Sharons betrokkenheid bij het bloedbad ondubbelzinnig aantonen.

Hoewel Hobeika's dood premier Sharon dus goed uitkomt, betwijfelen waarnemers in Beiroet of Israël daadwerkelijk achter de moordaanslag zit. ,,Het probleem is dat mensen hier een beeld hebben van Israëliers als samenzweerders met hoorntjes op hun hoofd die alles kunnen'', zegt een diplomaat in Beiroet. ,,Maar zoals bleek bij de aanslag op Khaled Meshal (de Hamasleider die Israël vergeefs probeerde te vergiftigen in Amman in 1997) gaat er bij de Mossad regelmatig wat fout. Het is niet zo makkelijk om dezer dagen een dergelijke operatie uit te voeren in Libanon.'' Bovendien zou Sharon een onwaarschijnlijk politiek risico nemen, terwijl het verre van zeker is dat het proces in België er werkelijk komt.

Zo er al een verband is met het proces in Belgie dan gaat de verdenking onder waarnemers eerder uit naar Syrië, dat in Libanon de dienst uitmaakt. De slachtpartij in Sabra en Shatila was wraak voor de moord, een dag eerder, op de pro-Israëlische christelijke gekozen president Bashir Gemayel. Destijds dacht iedereen dat de Palestijnen daarachter zaten, nu wordt alom Syrië verantwoordelijk gehouden. Wellicht had Hobeika daarover bewijsmateriaal dat de Syriërs in ernstige verlegenheid kon brengen. Verder bestaat nog de mogelijkheid van een afrekening in het criminele circuit, want zoals veel ex-militieleiders was Hobeika een maffioso die zich schaamteloos had verrijkt in de oorlog en overal vijanden had. Maar de professionele opzet van de aanslag suggereert toch de betrokkenheid van een veiligheidsdienst.

,,Of ik bang ben voor een nieuwe oorlog?'' vraagt voorbijganger Samir Al-Masri, zelf sunnitisch moslim, tijdens de begrafenis van de lijfwacht. ,,Libanezen zijn niet meer bang, dat kunnen we niet meer na al die jaren oorlog. Kijk naar mij, ik zie eruit als een sloeber. Ooit was ik een rijke zakenman. In de oorlog kocht ik tweedehandsauto's in Bunnik, in jouw land. Ik had ze opgeslagen in de haven toen gevechten uitbraken. Aoun (christelijke generaal, red) wilde wraak nemen en liet alle opslagplaatsen in brand steken. In een kwartier waren al mijn auto's kapot, 120.000 dollar. Ik ben nog steeds bezig om de schulden af te betalen.'' Hij slaat met zijn hand op zijn borst. ,,Hier zit geen hart meer. Hier zit een steen. Zo is het bij iedereen hier.'