`In Den Haag werden ze gek van mij'

Binnenkort begint de Tweede Kamer een enquête naar de bouwfraude, zo werd deze week duidelijk. Tjebbe Visser kent het probleem van twee kanten: eerst was hij aannemer, daarna topambtenaar bij Rijkswaterstaat. Een vraaggesprek over de mores in de bouw, ambtelijke corruptie en de eeuwige tegenvallers.

Tjebbe Visser: ,,De stemming in de politiek en bij justitie is verontrustend. Soms lijkt het erop dat men pas tevreden is als leden van raden van bestuur van bouwbedrijven in de cel verdwijnen. Maar als je het zover laat komen, moet je weten wat je teweegbrengt. Dan zal de volgende generatie leidinggevenden in de bedrijven bestaan uit never mind guys. Ik ken ze uit de VS. Die hebben geen grenzen of normen. Zij verloederen de bedrijfstak. Als je dat vergelijkt, hebben wij zeer fatsoenlijke mensen in de leiding van de bedrijven. Je zou willen dat politici zich dat realiseren.''

Tjebbe Visser (68) heeft de recente opwinding over mogelijke fraude in de bouwsector – waarin hij veertig jaar werkte – met een mengeling van weerzin en verwondering waargenomen. Er zal heus wel wat gerommeld worden, denkt hij, maar oplichting voor miljarden guldens is onwaarschijnlijk. Daarvoor zijn de winsten in de bouw te marginaal – 2 à 3 procent per jaar – en bovendien let de overheid te goed op, denkt hij.

Visser maakte een zeldzame carrière. Eerst was hij twintig jaar directeur van een aannemingsbedrijf, vanaf 1979 ongeveer een zelfde periode topambtenaar bij Rijkswaterstaat. ,,Ik ken de sector goed. Na mijn opleiding in Delft als civiel ingenieur ben ik in de jaren vijftig bij het toenmalige Zanen Verstoep gekomen – een baggerbedrijf dat later onderdeel werd van Boskalis. In die jaren heb ik bijna iedereen in de Nederlandse aannemerij leren kennen.''

En?

,,Het is een klein wereldje, de relaties zijn hecht – maar er zijn weinig vriendschappen. Je blijft mekaars concurrent. We hadden vroeger gezamenlijke uitjes, daar ging ik altijd heen, omdat je dan je concurrenten in hun blootje bij het zwembad kon zien. Elkaar beloeren hoort bij de sector. Dat zie je ook in het omstreden vooroverleg bij een aanbesteding: dat heb je als aannemer nodig voor je koopmansgevoel. Je wilt je kansen schatten. Je ziet wie meedoen. Als een concurrent meebiedt die met al zijn materiaal in Portugal ligt, weet je: dat is niet serieus.

,,Ik herinner me een inschrijving in Rio. Een dag voor de aanbesteding zag ik in de hotellobby een Hollandse collega – hij mij niet. In de baggersector is Nederland een wereldmacht, Nederlandse bedrijven hebben bepalende invloed op de prijs. Daarom heb ik álles in het werk gesteld dat hij mij niet zag. Hij dacht de enige Nederlander te zijn – dus zat hij hoger en wonnen wij de aanbesteding.''

U benadrukt de concurrentie terwijl de kritiek is dat aannemers samenspannen. Is het allebei waar?

,,Een grote frustratie van bedrijven is dat de overheid te lage budgetten reserveert. In reactie zijn ondernemers zwijgzaam wanneer de overheid in de ontwerpfase dingen vergeet. Als ze signaleren dat in het ontwerp zaken over het hoofd zijn gezien, geldt binnen de aannemerij het consigne SHELL: Smoel Houden En Laten Lullen. Later komt de aap vanzelf uit de mouw, bij voorbeeld dat men een te optimistische planning heeft gemaakt of een deel van het traject tóch ondertunneld moet worden – en dan bepaalt de aannemer de prijs. Typerend is de informatiebijeenkomst bij ieder groot project waarin de opdrachtgever het bestek aan aannemers toelicht. Geen van de aannemers vraagt dan iets van betekenis – want ook dan geldt: SHELL. Overigens mag dat niet als de opdracht wordt verleend: dan moet de aannemer iedere fout die hij kent ook aanmelden.''

Visser, die in 1979 naar Rijkswaterstaat overstapte, was bij de overheid leider van twee projecten die bekend werden om grote tegenvallers: de Oosterscheldedam en de Betuwelijn. Tussendoor was hij hoofd van de Bouwdienst van Rijkswaterstaat in Utrecht, die circa één miljard gulden per jaar besteedde aan de aanleg van bruggen, sluizen en stuwen.

Politici hebben de laatste tijd ook aanwijzingen voor bouwfraude ontleend aan de grote tegenvallers in infrastructuurprojecten. Terecht?

,,Prijsstijgingen worden vaak juist door de politiek zélf veroorzaakt. Een belangrijke factor zijn veranderingen van het bestek tijdens de bouw. Een aannemer kan na gunning niets meer aan het bestek veranderen: aan hém ligt het dus niet. Maar bij de Betuweroute heb ik veelvuldig meegemaakt dat – bij voorbeeld om de natuur te beschermen – alsnog een tunnel werd toegevoegd. De aannemer zit dan in een zetel: zonder overeenstemming met hem kan het werk niet afgerond worden. Maar het is de politiek die dit veroorzaakt.

,,De Betuweroute was sowieso een vervelende opdracht. Ik vermoedde dat er krap was gebudgetteerd, ik vreesde dat het nooit zou kunnen voor de gepresenteerde prijs – zeker niet als je het programma van eisen zag. En bij voorbeeld de havenspoorlijn was niet in de prijs meegenomen. Dat was meteen 1,2 miljard erbij, páts. Ik zag al heel snel: dit wordt een erg ongemakkelijk project.

,,Iets dergelijks heb ik meegemaakt met de Spoortunnel in Rotterdam – die ook duurder uitpakte. Eerste oriëntaties hadden opgeleverd dat een tunnel te duur was. Dan bouwen we maar een brug, zei minister Smit-Kroes.

,,Totdat ze naar Koeweit reisde met een groep aannemers. Die zeiden dat een tunnel wél voor het beschikbare bedrag gebouwd kon worden – mits tweederde voor een vaste prijs kon en een derde van het werk als stelpost werd geboekt (bij een stelpost ligt het risico bij de opdrachtgever, red.). Het was, met andere woorden, duidelijk dat de overheid hier een groot risico liep. En het was een politieke keuze.''

En de Oosterscheldedam?

,,De Oosterscheldedam viel tweemaal zo hoog uit, wat voor 70 procent werd bepaald door inflatie. Weinig aan te doen. Bij het begin van het project adviseerde een Amerikaans bureau al een post onvoorzien op te nemen van 30 procent. In het overleg tussen Rijkswaterstaat en de ambtelijke leiding van het departement werd daar wat van afgehaald, daarna was er nader overleg met de minister en de Kamer, en van de geadviseerde 30 procent bleef 5 procent over. Maar ten slotte wérd het 30 procent.

,,Afgesproken was dat het risico van het project werd gedragen door de opdrachtgever totdat het voor 80 procent gereed was. In Den Haag werden ze gék van mij. Ik herinner me dat de directeur-generaal mij ontbood toen het budget al met een kwart was overschreden. `En nu', zei hij, `garandeer jij dat het hier bij blijft.' `Dat kan ik alleen', zei ik, `als je goedkeurt dat ik het werk stilleg.' Ik heb drie ministers op bezoek gehad die wilden weten hoe dit ging aflopen. Tuijnman wilde alleen maar horen dat ik binnen het budget bleef. Zeevalking was moedig, die zei: het loopt goed, ga maar door. En mevrouw Smit-Kroes vroeg: wat gebeurt er als we stoppen? Toen heb ik gezegd: `Dan lacht de hele branche je uit, dan worden we de risee van Europa.' De overheid zei vaak dat men was gegijzeld door de aannemerij. Maar men had zichzélf gegijzeld.

,,Het project heeft de Nederlandse waterbouw ten slotte enorm gestimuleerd. Veel buitenlandse regeringen zijn erdoor op onze bedrijven afgekomen. Zo bezien waren de overschrijdingen in de Oosterschelde een intelligente vorm van industriepolitiek.''

In een rapport dat Economische Zaken begin jaren negentig liet opstellen over prijsafspraken in de bouw werd gesteld dat ambtenaren van Rijkswaterstaat illegale kartels in de baggersector tolereerden om de internationale concurrentiepositie van bedrijven te versterken. Die atmosfeer heeft in sommige delen van Rijkswaterstaat inderdaad bestaan, beaamt Visser, maar de personen om wie het gaat wil hij niet noemen. ,,Ik vond het onjuist en het is ook gestopt.''

Datzelfde rapport was in 1992 voor de Europese Commissie mede aanleiding die prijsafspraken in de bouw te verbieden. Tot die tijd tolereerde de overheid dat bouwbedrijven in een voorvergadering bepaalden welk bedrijf een werk mocht doen, en hoe hoog de vergoeding was die iedere ondernemer kreeg voor het opmaken van een offerte.

Dergelijke offertekosten (ook wel rekenvergoedingen of opzetgelden) en voorvergaderingen waren volgens de Commissie evenwel in strijd met de Europese concurrentieregels. De schaduwboekhouding die ex-directeur Bos van Koop Tjuchem aan het Openbaar Ministerie heeft overhandigd zou bewijzen dat vrijwel alle bouwbedrijven na 1992 niettemin offertekosten zijn blijven rekenen.

Visser: ,,Voor aannemers is vooroverleg onvermijdelijk. Dé frustratie in de sector is dat opdrachtgevers leuren tussen aannemers, zodat ze tegen elkaar worden uitgespeeld. Rijkswaterstaat heeft dan ook een anti-leurbelofte gedaan. Er komt bij dat in een inschrijving steeds vaker ook om een ontwerp wordt gevraagd. Wij hebben destijds bij Rijkswaterstaat al geredeneerd: daar blijven we voor betalen, want als je vraagt zo'n ontwerp voor niks te maken kan je weinig kwaliteit verwachten.''

Dat offertekosten na 1992 nog werden doorberekend lag dus voor de hand?

,,De politiek reageert nu als door een wesp gestoken wegens de doorrekening van de offertekosten. Maar die `noodtoestand' is allang bekend. Het is als met de maximumsnelheid: iedereen weet dat die overtreden wordt.''

Hoe controleerde u bij Rijkswaterstaat na 1992 of nog offertekosten werden gerekend?

,,Wij informeerden bewust niet of bedrijven nog offertekosten rekenden.''

Bewust niet?

,,Als zoiets is verboden, gaan aannemers toch niet zeggen dat ze de regels overtreden. Dus ik kon beter deskundigheid opbouwen over kostprijzen. Mijn taak was een verantwoorde prijs voor een project te krijgen. Hoe die prijs totstandkwam interesseerde mij minder.

,,Ik heb me wel altijd gerealiseerd dat we in een vervelende situatie terecht konden komen. Er werd iets verboden waarvan eigenlijk heel Nederland zei: dit is een onzinnig verbod. Ik herinner me dat ook premier Lubbers dat destijds zei. Daarom is, door het beroep dat destijds tegen de Commissie werd aangetekend, ook lange tijd de verwachting geweest dat het verbod weer van tafel zou gaan. Dat is zo tot in 1998 doorgegaan. We hebben overtredingen niet gedoogd, maar hebben wel gezegd: laten we geen speciale aandacht hebben voor iets dat misschien weer ongedaan gemaakt wordt.''

Hoe was intussen uw relatie met de sector?

,,Daar veranderde weinig aan. Wel was er een intensivering in het contact met ingenieursbureaus. Maar dat kwam omdat we als overheid in de jaren negentig ambtenaren moesten afstoten. Daarom ben ik destijds ontwerpers van Rijkswaterstaat aan technische adviesbureaus gaan verhuren. Ik noemde dat Support: Systematische uitwisseling van personeel met de private sector voor de overdracht van rijkstechnologie. Het mes sneed aan twee kanten. Want ingenieursbureaus klaagden in die tijd dat wij alle kennis voor ons hielden. Zo creëerden we onze eigen concurrent: wat we vroeger zelf deden werd nu door onze eigen mensen in de private sector gedaan. En het voordeel was dat ik voor de Bouwdienst zo voldeed aan de voorgeschreven afslanking van de rijksdienst. Of daarmee het gevaar werd vergroot dat bestekken werd toegeschreven naar bepaalde bedrijven? In principe was dat gevaar bij de overheid net zo groot.''

Tipgever Bos heeft ook gezegd dat ambtenaren van Rijkswaterstaat zich schuldig maken aan corruptie. Wat is uw ervaring?

,,Als het om giften ging, had ik een simpele stelregel: je moet het uit kunnen leggen aan je buren en je baas. Kan je dat niet, dan is het beter het cadeau niet aan te nemen. Ik ging er soepel mee om. Ik liet het zoveel mogelijk mijn mensen zélf bepalen. Dat is beter.

,,Maar je moet alert blijven. Ik ging altijd bij mijn mensen thuis langs zodra zich een gelegenheid voordeed. Kijken of er te veel was. Ik herinner me een vent die een prachtig kasteel in België op de kop had getikt. Hij zou het verbouwen en liet de spullen brengen door een aannemer. Hij hield voor ons toezicht op het gebruik van elektronische apparaten. Een strategische plek. Hij stelde voorwaarden waaraan alleen dat bedrijf kon voldoen. Het zat zo technisch in elkaar dat weinig mensen er zicht op hebben – wij noemden het de tovenaarshoek. Ik herinner me dat die aannemer met de dood in zijn schoenen op bezoek kwam: weet jij wel wat daar gebeurt? Enfin, toen is er gauw een einde aan gekomen. Die collega is ontslagen en veroordeeld.''