Iets te voorspelbaar

Voor de olympische snowboarders is in Utah voldoende uitdaging te vinden, maar voor recreatiesporters is in het gebied niet veel te beleven.

De ski- en snowboardcompetities tijdens de Olympische Spelen in Utah vinden plaats in de Wasatch Range, een voorgebergte van de Rocky Mountains, dat op enkele kilometers ten oosten van de stad uit de grond verrijst. Behalve Olympic Park, het speciaal voor de Spelen gebouwde complex waar het schansspringen wordt gehouden, en het langlauf-terrein Soldier Hollow, behoren Park City, Deer Valley en het dertig kilometer verderop gelegen Snowbasin tot de locaties.

Een bezoek vorig jaar aan Park City leerde dat deze locatie voor de reuzeslalom op ski en snowboard voor dames en heren, en het halfpipe evenement op de snowboard, welbeschouwd een tamme bedoening is. Vanzelfsprekend zijn de afdalingen en halfpipes zodanig gebouwd dat zij aan de olympische eisen voldoen, maar het gebied als geheel, dat zo'n honderd afdalingen telt, is weinig spectaculair, vergeleken met de Franse of Zwitserse Alpen.

,,Amerikaanse skigebieden zijn absoluut van een andere orde dan Europese skigebieden'', zegt Joy Spring, een consultant verbonden aan de Leisure Trends Group te Boulder, Colorado, gespecialiseerd in openluchtrecreatie. ,,De pistes in de Alpen zijn wijds, divers en open. De Amerikaanse pistes moeten het vooral van hun voorspelbaarheid hebben.'' Spring wijt het verschil voor een deel aan de manier waarop de Alpen, vergeleken met de Rocky Mountains, zijn gevormd en gesitueerd. De pistes in de Alpen liggen niet alleen hoger, het verval is groter, er zijn meer hellingen begaanbaar en de hellingen zelf hebben meer reliëf en afwisselende begroeiing.

Park City (hoogste top: 3.049 meter) heeft wel enkele steile afdalingen black diamond runs ofwel for experts only maar echt moeilijk zijn ze niet en ze duren nooit lang. De langste afdaling van Park City beslaat weliswaar 3,5 mijl ofwel 5,6 kilometer, maar dat is verraderlijk, want het is een pad, waar je om de haverklap moet schaatsen/steppen. Eén afdaling, enigszins macaber Widowmaker genaamd, is zwart (wat staat voor de zwaarste piste), maar zou in Europa rood zijn (middencategorie). Rood is in Utah blauw; groen is het makkelijkst de kleur rood is gereserveerd voor de reddingsbrigade). Moguls (buckels) heb je ook, meestal in de zogenaamde bowl-afdalingen (komvormige vlaktes), zoals de Puma Bowl en Jupiter Bowl, maar er waren vorig jaar opvallend weinig skiërs of snowboarders die daar plezier aan beleefden. De bowls, die ijzig en winderig waren, bleven zo goed als leeg.

Een ander opvallend verschil met Europa is dat het in Utah, of wat dat aangaat Colorado of Vermont, eigenlijk vrijwel onmogelijk is om langere (dag)tochten te maken, die van het ene gebied naar het andere voeren. ,,Amerikaanse skigebied-exploitanten hebben elkaar van oudsher beconcurreerd. Zij zagen er geen brood in om verbindingen te maken, aldus Spring. De situatie is wel iets verbeterd. De exploitanten – vier grote bedrijven beheren een derde van alle skigebieden – hebben ingezien dat ze anders klanten verliezen. Vanuit Park City kun je sinds kort skiënd naar het nabijgelegen deftige Deer Valley. Maar vanuit Snowbird, een mooi gelegen gebiedje in de Little Cottonwood Canyon, twintig kilometer verderop, kun je weer niet naar de volgende heuvels, genaamd Solitude en Alta, zonder in de auto of bus te stappen. ,,Dagtochten zoals je die kunt maken in de Franse Trois Vallées zijn uitgesloten in Amerika'', weet Spring. Tenzij je de beschikking hebt over een helikopter.

De voornaamste attractie van Park City, afgezien van zijn jaarlijkse filmfestival onder leiding van Robert Redford en de betrekkelijk goede après-ski, is de speciaal voor de Spelen gebouwde Olympic Super Pipe voor de luchtacrobatiek op de snowboard, sinds Nagano 1998 een olympisch onderdeel. Omdat de pistebouwers toch bezig waren, hebben ze er voor de niet-olympische gasten nog maar een gebouwd: de Payday Super Pipe. Beide halfpipes (in de lengte gehalveerde cylinders die verticaal tegen de berg aanliggen) zijn ruim honderd meter lang en vier meter hoog.

Snowboarders in Park City komen dit seizoen ook aan hun trekken in het Gorgoza Park, een nieuwe speeltuin voor boarders die houden van jibben: het glijden over een metalen railing, tafel of ander object. Niet bevorderlijk voor je board, maar wel voor je lol, als je het eerder hebt gedaan.

Deer Valley, verreweg het chicste skigebied van Utah, waar het freestyle ski-onderdeel wordt gehouden, duldt geen snowboarders op zijn pistes. Aspen, het bontjas-resort in Colorado, heeft vorig jaar met pijn in het hart maar met gevoel voor business zijn hellingen opengesteld voor de in de ogen van sommige skiërs roekeloze riders.

Waarschijnlijk qua afdalingen en natuurlijke omgeving het aantrekkelijkst in Utah is het noorderlijker gelegen Snowbasin (top 2.917 meter), waar niet voor niets de ski-onderdelen afdaling, Super G en slalom plaatsvinden. Qua entourage stelt Snowbasin niets voor (althans vorig seizoen, toen het basisstation nog bestond uit een paar betonnen huisjes), maar voor wintersporters die verder willen kijken dan de platgetreden paden valt hier meer te beleven. Het is bijvoorbeeld mogelijk, in tegenstelling tot de meer afgebakende pistes van Park City, om buiten de piste te gaan, tussen de bomen en het struikgewas door. Daar vind je Utahs legendarische piepende en krakende poedersneeuw. Als die niet uit de hemel komt vallen, dan zorgen de alomtegenwoordige snowguns er wel voor.