Hoofddoekjes 2

Pierre Heijnen, wethouder onderwijs in Den Haag, reageert (W&O, 19 januari) op Leo Prick, die argumenteerde dat hoofddoekjes niet thuishoren in het openbaar onderwijs (W&O, 12 januari). Het hoofdargument van Heijnen is dat het openbaar onderwijs ruimte geeft aan `alle religieuze en levensbeschouwelijke opvattingen', en `mensen met heel uiteenlopende opvattingen hun geloofsovertuigingen niet binnen het isolement van een zuil willen beleven, maar open staan voor ontmoeting met andere gezindten'.

Dit is het bekende wensrijke denken dat de mythe van de multiculturele samenleving in stand houdt; angstwekkend is het dat een praktiserend politicus in deze waan voortleeft. Het openbaar onderwijs is geen ontmoetingsplaats waar mensen hun geloofsovertuiging `moeten kunnen beleven', maar een plaats waar mensen kennis en vaardigheden moeten opdoen geloofsuitdragerij valt daar pertinent niet onder. Daarbij komt dat groepjes hoofddoekdragende leerlingen niet uit vrije keus in het openbaar onderwijs zitten, 'om andere te willen ontmoeten' zoals Heijne zichzelf wijsmaakt, maar in de regel omdat er geen islamitische school (in de buurt) is.

Het lijkt mij buiten kijf staan dat het dragen van hoofddoekjes kleine meisjes wordt opgedrongen, als onderdeel van de algehele islamitische hersenspoeling, en dat er van `vrije keus' allerminst sprake is. Prick vermeldt dat de islamitische meisjes zonder hoofddoekje door hun verdraagzame geloofsgenootjes voor `hoer' uitgescholden worden. Ook dit is aangeleerd gedrag. Het is de morele opdracht van het openbaar onderwijs om hier, in de geest van de grondwet, ferm stelling tegen te nemen. Laat daarom in godsnaam het openbaar onderwijs gevrijwaard blijven van godsdienstige propaganda.