Hollands Dagboek: Willem Nijholt

Acteur Willem Nijholt (67) stond afgelopen week op toneel voor de première van `Lied in de schemering', van Noel Coward. Met zijn vriend Ben Swibben wil de acteur binnenkort een groot deel van het jaar in Frankrijk gaan wonen.

Woensdag 16 januari

's Nachts niet kunnen slapen en toch om 7.15 uur weer het bed uit moeten, want de verbouwing aan het pand hiernaast gaat ook gewoon door (sinds oktober al) en lekker loom `uitliggen' kan alleen nog in het weekeinde. Nou ja, hoe minder slaap, hoe meer tijd van leven, denk ik maar. Ze zijn nu in de steenboor-/klophamerfase en af en toe zie ik mijn bibelots trillend van plaats verwisselen. Eerst koffie en dan de kaart gelegd om te zien hoe de dag gaat worden. Godzammekraken, ik kom in één keer uit. Zonder steggelen. En daar is de zon! Gauw onder de douche; die ouwe kont afgespoeld en naar buiten. Longen vullen.

's Middags rijdt Maarten van Nispen (pr) me naar Laren, waar we onze vierde proefvoorstelling hebben, maar eerst een interview met het AD. De journaliste heeft zich zéér goed voorbereid en het wordt een op de voorstelling toegespitst gesprek. Daarna worden Anne-Wil Blankers en Pleuni Touw en ik nog eens uitgebreid gefotografeerd. Persoonlijk heb ik die tralala liever pas ná de première. Laat eerst maar 's zien wat 't wordt, denk ik dan. Nooit de dingen beschrieën (vakwoord voor het noodlot afroepen).

De voorstelling vertrok als een sneltrein – begeleid door ongeveer 10 minuten ringleidinggefluit – en ondanks de nogal beschaafd in de hand gehouden reacties van het publiek waren wij niet geheel ontevreden en de zaal naar het applaus te oordelen ook niet.

Thuis kwam Bennie zoals hij dat al 24 jaar lang doet uit bed om de dingen van de dag door te nemen, maar het werd even kribbig vanwege mijn slaappillengebruik. Hij had ze verstopt. De schat.

Donderdag

Lukt het eindelijk met siliconendoppen in de oren door te slapen, maakt de telefoon me wakker. Een beschaafde dame vraagt op voorleestoon of ze iemand in 't gezin kan spreken die mee wil werken aan een enquête over boodschappen doen. Het is me gelukt om haar nog beschaafder te antwoorden dat ik daar mijn personeel voor had, maar na het neerleggen van de hoorn heb ik op topvolume alle beledigende vrouwelijke genitaliënwoorden die ik ken uitgekrijst. De steenboor viel er even stil van.

Bennie op zijn werk gebeld – vaste prik, ons enige contact gedurende de dagen dat ik speel – en hij komt vroeg in de middag even thuis om zich in een pak te hijsen voor een afspraak.

Ik ben aan twee jaar achterstallige correspondentie begonnen en ben verder als een vieze Todde in m'n nachtgoed in huis blijven hangen.

Mijn botten kraken, mijn spieren kreunen en mijn voetzolen krijsen. God wat was dat hard werken vanavond. Den Haag heeft toch goed schouwburgpubliek, maar ook hier is dat aan het veranderen. Alles wordt – zoals in de huiskamer hangend voor het kwekscherm – becommentarieerd, lijkt het wel. En toen er op een gegeven moment nijdig om stilte werd gesist, werd daar op gereageerd met een nogal bekakt `Heeft u last van mij?'.

Anne-Wil, die toch de rust zelve kan zijn, vertelde me na afloop dat ze toen even de neiging had om heel hard `wij wel ja' te roepen. Er werd ook nog een dame onwel op de derde rij, maar dat kan overal gebeuren. Alleen de overconcentratie die je moet inschakelen op zulke momenten is doodvermoeiend. Toch lekker gespeeld, met maar een paar versprekingen. Daar ben ik in deze rol trouwens heel sterk in. (Overigens heeft het kaartje met `Fijn dat je weer eens thuis bent, Willem', van hoofd techniek/Kon.Schouwburg Henk Derek me erg gelukkig gemaakt.) Naar bed! (En lieve Heertje laat me slapen.)

Vrijdag

Nou, Lieve Heertje was even niet thuis, gisteravond. Dus maar heel vroeg al op pad voor toycadeautjes. Vandaag was Ton Lutz voor het eerst niet met ons mee. De maestro is tot nu toe bij alle voorstellingen geweest en blijft ons corrigeren en vooral stimuleren. Wat een zegen dat hij het heeft willen regisseren en wat geniet hij er zelf ook van. Zijn toneelbloed klopt nog heftig in de aderen en hij lijkt wel twintig jaar jonger als hij met ons bezig is. Na afloop zie je toch dat vader niet meer zo piep is en ik ben blij dat hij zo verstandig was eens een keertje over te slaan. Hij voelde zich wat grieperig. Meteen na afloop met hem gebeld en de gang van de voorstelling met hem doorgenomen. De maestro was gelukkig – maar nog niet tevreden, zoals hij zelf zegt. Heel goed.

We hadden Anne, onze soufflette, gevraagd alleen in uiterste nood in te grijpen en ja hoor, daar viel in het tweede bedrijf weer een gat in m'n plafond. Geen idee! Ik drentel naar de souffleurshoek en zie dat ze zich even staat uit te rekken, want ze zit in een onmogelijk houding weggedrukt, Pleuni kan me niet redden, ik mompel in realistische vertwijfeling `Carlotta... Carlotta...' (Pleuni's naam in het stuk) en Anne spuugt me uit het hoofd het trefwoord toe. Je staat paf! Je hart springt op van blijdschap omdat je dóór kan, maar je houdt de toon van vertwijfeling, terwijl je haar een knipoog van dankbaarheid geeft, Pleuni pikt naadloos de toon op en de dialoog krijgt ineens een totaal andere, betere spanning. (Dank je, Santa Anne, `Moeder van Altijddurende Bijstand') Je weet nooit wanneer het je kan treffen. Zou het te maken hebben gehad met het feit dat ik vijf minuten voor aanvang langs de kantine lopend, op weg naar de werkplek, verrast werd door de aanwezigheid van de directeur van de schouwburg? Onderuit hangend in een stoel, mij met de ogen volgend (Ging die hand nou even omhoog, of...?). Die kan van zijn personeel nog heel wat leren qua sociale vaardigheid, maar hij zal wel verlegen zijn. Hé, gastheer, we spelen wel zes uitverkochte voorstellingen plus de première in jouw huis! Toch een goed gevoel over deze avond en ik moet zeggen, het publiek had talent (zo heet dat). Ze waren voorbeeldig. Goed luisterend en intelligent reagerend.

Nou, hou je kop en ga slapen (ik weet niet eens meer hoe je 't schrijft!). Bennie heeft een middeltje voor me. 'n Shiva-jointje.

Zaterdag

Nou. Shiva is ook niet een god die slaapliedjes kan zingen. Gelukkig een tutteldag. In stilte – de verbouwers slapen uit – cadeautjes ingepakt en kaartjes geschreven.

De avond was wat duf. We zijn moe, eigenlijk hadden we nu vrij van spelen moeten zijn. Zes keer achter elkaar (plus dat reizen) is in zo'n toch al overurentijd bijna niet meer te doen. En dan morgen de première. Niet als de voorstelling vanavond, hoop ik. We waren allemaal nogal aan het slepen. De wil was er, maar die kreeg geen vat op het lijf. Nou ja. Het publiek was heel aandachtig en we kregen een oprecht gemeend goed applaus (Ik voel feilloos aan wanneer 't opgefokt of onwillig is. Niet uit te leggen). Ton was er weer natuurlijk en had een paar heel goede opmerkingen over het spreektempo. Vooral Pleun en ik willen nogal eens ratelen en dat kan bij lange zinnen bij mij tot tongbijten leiden. En dan struikelen de woorden je de bek uit. De tafel gaat meer naar het middentoneel, heeft Ton beslist. We zullen zien.

Ik wil naar bed! Morpheus, Morpheus, neem me in je armen!

Zondag

Morphy liet lang op zich wachten, maar heeft me toch een uur of zes murw gekregen. Hèhè.

Wat moet je over een première spelen zeggen? Je treedt als het ware uit jezelf en hebt de hele avond het gevoel dat je schuin achter `je rol' meeloopt en alles wat je zegt en doet bekritiseert. Heel raar. Het is een toelatingsexamen doen en weten dat je beoordeeld wordt als eindexamenkandidaat.

De tafel verplaatsen was toch niet zo'n goed idee achteraf, want vooral Pleuntje, die nogal wat mise-en-scène er omheen heeft, was behoorlijk van slag (even). Maar we gingen scherp van start. Anna-Willa en Pleun zijn als het erop aan komt stoottroepers en David Goddijn, die als derdejaars toneelschoolstudent zijn debuut maakt in het vak, en die de moeilijkste en meeste handelingen moet verrichten (een driegangendiner opdienen, flessen opentrekken, glazen hier en daar en overal inschenken en rondbrengen en dan nog z'n zinnen plaatsen en voor ons een spanningsveld neerleggen), was er helemaal. Hij speelt Felix, de jeugdige kelner, de metafoor van de overgeslagen jeugd van de drie bittere ouderen en ik heb die jongen zien groeien van stotterende, trilhandige slungel tot de zelfverzekerde, charmante jonge God die door Coward is bedoeld. Die knul zet daar een rol neer. Complimenten jongen. De heisa na afloop is vervelend, maar hoort erbij.

Joop en Janine van den Ende hadden cast en productie met aanhang voor een diner (heerlijk heerlijk) uitgenodigd en er werd veel gelachen en niet eens zo veel over toneel gepraat.

En nu gaan we voor de lol spelen.

Bennie was tevreden. En dát telt. Slapen.

Maandag

Heb overal doorheen uitgeslapen en verder bloemen verzorgd, rotzooi opgeruimd en de hele dag aan de telefoon gezeten. Wat een enthousiaste opwinding over de voorstelling en de unanieme goede pers. Rood van oor en schor van stem weer vroeg naar bed.

Dinsdag

Wéér telefoontjes en allemaal van: `Heb je de Volkskrant gelezen, Willem? Je krijgt een liefdesverklaring van Cornald Maas! Pluimen op je hoed en rozen aan je voeten!' Maar wat een giller. Om Coward in onze voorstelling te citeren: `Een perfect staaltje van verbloemde verwensingen.' En niemand die het opvalt. Inderdaad, de complimenten spatten aanvankelijk van de regels, maar dan komt de verdraaiing van de feiten omtrent het conflict om het tv-programma De Plantage (geschiedvervalsing) en de aperte leugen dat ik zou zijn weggebleven van een doorloop, omdat er een journaliste met wie ik een brouille heb bij die doorloop aanwezig zou zijn vanwege haar interview met Ton Lutz. (Aha, riep de graaf, smáád!) Nou, ik wás er hoor en zij ook, te laat voor het eerste bedrijf weliswaar en ik zag haar duidelijk halverwege de zaal onderuit hangen. We dachten allemaal dat ze sliep. Ik wegblijven van een doorloop? Laat me niet lachen.

De eerste voorstelling in Amsterdam gespeeld. Zinderend publiek. Goed luisterend en dan explosief reagerend, dus op vleugels gedragen door de avond gegaan. We zijn allemaal gelukkig. Ton voorlopig voor het laatst aanwezig. Na de voorstelling naar huis gelopen.

Woensdag 23 januari

Geslapen als een os. Laatste dagboekdag.

Het is een egodocument geworden, weet ik. Het wereldleed is deze week aan me voorbijgegaan, sorry. Morgen maar weer 's tv-nieuws kijken en krantje lezen.

Fijn voor Ton dat zijn meesterschap zo is (h)erkend. Beminnelijke, wijze oude vos, we zullen je op tournee missen.

Maar wij, techniek en cast van `Lied in de schemering', gaan nu pas het echte werk doen en reken maar dat er nog heel wat wordt bijgeschaafd en genuanceerd. Let op! En als ik 's avonds thuis kom, heb ik Bennie.