Hogeschool zoekt het in de beperking

Op de hogescholen verandert met de invoering van de bachelor/masterstructuur niet zoveel. ,,Het bachelorprogramma is een formele aanpassing.''

In de kantine van de Faculteit voor Economie en Management van de Hogeschool van Utrecht (HvU) is het doodstil. Het is tentamenperiode. Studenten zitten met een kop koffie over hun studieboeken gebogen. Ze trekken hun wenkbrauwen op bij het begrip `bama'. Alleen bij Ilona Mastwijk (20) gaat een lichtje op. De derdejaars studente commerciële economie leest Trajectum, het krantje van de hogeschool. `Protesten tegen bachelor en master', luidt de kop op de voorpagina deze week.

Ilona is niet onder de indruk. ,,Ik kan me niet voorstellen dat er veel gaat veranderen door bama. Voor mij in ieder geval niet.'' Nadat ze het artikel in Trajectum nog eens heeft doorgelezen, kan Ilona één voordeel noemen van `bama'. ,,Voor iemand die in het buitenland wil gaan werken kan het best handig zijn om een bachelor- of masteropleiding te hebben, zodat duidelijk is wat voor een opleiding je hebt gedaan.''

Het is niet gek dat Ilona zo weinig weet van de `bama-structuur'. Vanaf komend studiejaar wordt dit model op alle hogescholen en universiteiten ingevoerd, maar voor hogescholen verandert er betrekkelijk weinig. De bachelorfase is gelijk aan het vierjarige hbo-programma, dus hoeven de hogescholen niets aan hun programma te veranderen. Alleen heten afgestudeerden in de toekomst `bachelor'. Op universiteiten zijn de veranderingen veel groter – zij moeten al hun onderwijsprogramma's opdelen in een breed driejarig bachelorprogramma en een meer specialistisch één- of tweejarig masterprogramma.

,,Voor hogescholen is het bachelorprogramma een formele aanpassing'', zegt bestuursvoorzitter N. Verbraak van Fontys Hogescholen. Zijn collega W. Breebaart van de Haagse Hogeschool: ,,We willen het bachelorprogramma in de toekomst wel wat breder en algemener maken. Maar dat is een proces dat jaren duurt.''

Lastiger hebben de hogescholen het met de masteropleidingen. Anders dan de universiteiten krijgen de hogescholen daarvoor geen geld van minister Hermans (Onderwijs). Een hbo-bachelor, zo redeneert de minister, is een einddiploma, terwijl hij graag zou zien dat studenten na hun universitaire bachelor doorstuderen.

Hogescholen mógen dus wel een master starten, maar de studenten – of hun werkgever – moeten die zelf betalen. ,,En dan moet die opleiding aantrekkelijk zijn voor bedrijven om hun werknemers heen te sturen'', zegt Breebaart. ,,Wij hebben momenteel drie masters in de economische hoek die zo'n 15.000 euro per jaar kosten.''

De hogescholen hebben wel plannen om masteropleidingen op te zetten, maar houden het aantal beperkt. ,,We hebben bijna dertig opleidingen'', zegt bestuursvoorzitter H. van Kessel van de HES in Amsterdam. ,,Het is ondenkbaar dat we op elk bachelorprogramma een masteropleiding zetten.''

Het liefst zou Van Kessel al zijn bacheloropleidingen samenvoegen tot vier of vijf studierichtingen en die combineren met vier of vijf masters. ,,Maar uit concurrentieoverwegingen kunnen we al die studierichtingen niet opheffen. Met het brede aanbod trekken we juist studenten.''

Bestuursvoorzitter J. Elbers van de Hogeschool INHOLLAND, ontstaan na een recente fusie van vijf hogescholen, wil zeven of acht masters bieden. ,,Dat oogt beperkt, maar alleen dan kan je kwaliteit leveren.''

Hogescholen zoeken daarnaast samenwerking met universiteiten zodat afgestudeerde hbo'ers daar een bekostigde masteropleiding kunnen volgen. ,,Het is een creatieve oplossing'', zegt de Amsterdamse bestuursvoorzitter Van Kessel.

Hij is, net als alle hogeschoolbestuurders, ongelukkig met het besluit van de minister alleen universitaire masters te bekostigen. Hij vindt het een ,,heel kunstmatig onderscheid.' ,,Dan kun je beter álle de masters niet bekostigen'', vindt Van Kessel. ,,Dat is dan eerlijker.''

Voordat ze over het bama-model in het hogeschoolkrantje las, had economiestudente Ilona via een medestudent al eens gehoord over het nieuwe systeem. Details wist ze niet niet. Dat komt overeen met de conclusie uit onderzoek van Trajectum naar de bekendheid van `bama' onder HvU-studenten. Zestig procent kon niet uitleggen wat het begrip inhoudt en de overige veertig procent had er nog nooit van gehoord.

m.m.v. José Ritsema