Het gezicht van de vijand

Wie wil weten wat een fundamentalist beweegt, moet ogenschijnlijk onverenigbare impulsen willen accepteren, vindt Corine Vloet. De omstreden film The Believer doet dat.

Van alle verbijsterende feiten over 11 september die in de afgelopen maanden aan het licht zijn gekomen, was misschien wel het moeilijkst verteerbare voor het westen dat de vliegtuigkapers geen arme, achterlijke, analfabete geitenhoeders uit het Kush-gebergte bleken, maar voor het grootste deel welgestelde Arabische jongemannen uit keurige families, die hun opleidingen in het westen hadden gevolgd, en die ook nog eens op vakantie gingen naar Las Vegas kort voordat ze zich te pletter vlogen. We hebben allemaal gebiologeerd zitten staren naar de foto van een jonge Bin Laden en zijn familie op bezoek in Zweden, het hele gezin gekleed in de hipste jaren-zeventigtruitjes. Daarna leek het niet eens meer zo vreemd dat er zich onder de Talibaan-strijders ook een authentieke Californische all-American boy, nogal wat Britten, een handjevol Australiërs, en ja, waarschijnlijk dus ook Nederlanders bevonden.

Wat is er met die jongens gebéurd, vroegen hun ouders, regeringen en de rest van de westerse wereld zich in koor af, terwijl journalisten en deskundigen hun voedingsbodem- en andersoortige theorieën stuk zagen lopen op deze onbegrijpelijke contradictie: hoe kan iemand deel uitmaken van een bepaalde cultuur, met de goede dingen daaruit zijn voordeel doen, en tegelijkertijd die cultuur ook zo diep haten dat het resultaat een verwrongen, zelfdestructief terrorisme is?

Wie zich afvraagt wat er omgaat in de geest van een fundamentalist, zou de komende dagen eens naar het Internationale Filmfestival in Rotterdam moeten gaan. Vanaf morgen draait daar in een programma rond politieke cinema The Believer, van de Amerikaanse regisseur Henry Bean. Bean won met dit regiedebuut vorig jaar de Grand Jury Prize op Sundance, het belangrijkste festival voor alternatieve cinema. Toch wilde geen enkele Amerikaanse distributeur zijn film uitbrengen. En ook in Rotterdam belooft The Believer een van de meer controversiële onderdelen van het festival te worden (de film werd op de valreep toegevoegd aan het programma, en stond een paar weken geleden nog op het `problemenlijstje', aldus een festivalmedewerker).

The Believer vertelt namelijk het verhaal van de gewelddadige skinhead Danny, die joden in elkaar ramt, aanslagen pleegt op synagogen, betrokken raakt bij een highbrow extreem-rechtse politieke beweging en, o ja, zelf ook joods is. Hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, The Believer is gebaseerd op het ware verhaal van Daniel Burros, prominent Ku Klux Klan-lid in New York in de jaren zestig, en joods. Toen een journalist van de New York Times hem ontmaskerde, pleegde hij zelfmoord.

Wat The Believer zo goed maakt, en waarschijnlijk ook zo controversieel, is dat het platte moralisme van vergelijkbare films als American History X totaal ontbreekt. The Believer dwingt tot zelf nadenken, en dat is niet altijd een makkelijke ervaring. Danny (een magistrale rol van de 21-jarige Ryan Gosling) is een adembenemend charismatische, goedgebekte, zelfverzekerde, intellectueel onderlegde jongen, die stoer, nee, dreigend door de stad struint in zijn kistjes, opgerolde broekspijpen, rood T-shirt met hakenkruis, kaalgeschoren kop erboven. Maar terwijl hij een joodse jongen in elkaar slaat, horen we hem bijna wanhopig schreeuwen dat die terúg moet slaan. Hij heeft met de eigenaar van een kosjere deli een verhitte ruzie over de onlogische joodse voedselwetten, alvorens de zaak kort en klein te slaan. In flashbacks zien we hem als briljante leerling op de yeshiva ruziën met klasgenootjes en zijn leraar. Een God die eist dat Abraham zijn enige zoon offert, is niets meer dan een sadistische, verwaande machtswellusteling, stelt Danny overtuigend. De leraar, die geen ondogmatische interpretaties duldt, gooit hem de klas uit.

Voor je het weet, leef je helemaal met deze rabiate neonazi mee en hoop je dat zijn levensgevaarlijke, want veel dommere, kameraden niet achter zijn identiteit komen, dit ondanks de weerzinwekkende dingen die hij doet en uitkraamt (zijn retorische talenten wendt hij nu aan om stellingen als `de moderne wereld is een joodse ziekte' te onderbouwen). Maar dat is alleen mogelijk omdat je onder alle verscheurdheid en zelfhaat de immense liefde voelt die Danny koestert voor zijn geloof. ,,I'm the only one who does believe! That's the problem'', roept hij uit tegen zijn leraar, voordat hij de klas uitstormt. Danny verwerpt de slachtofferrol die de joden volgens hem al te gemakkelijk op zich nemen, de passiviteit waarmee ze de kwellingen ondergaan die of God of de rest van de wereld voor ze in petto heeft. Een vriendinnetje legt de vinger op de zere plek als ze zegt: Ben je daarom soms een nazi geworden, zodat je de hele dag door over joden kan praten?

Zoals elke andere puritein of extremist is Danny geobsedeerd door wat hij verwerpt. Alleen datgene waar we ons het meeste toe voelen aangetrokken, wat ons het diepste kan raken of verleiden, kan zo'n overweldigende haat oproepen. Het zijn ogenschijnlijk onverenigbare impulsen die in ieder mens verscholen zitten, maar die bij Danny, of bijvoorbeeld bij de Arabische vliegtuigkapers, op een krankzinnige manier naar buiten komen. Juist deze waanzin wordt in The Believer messcherp gefileerd.

Wie dat niet ziet, ziet een immorele film die de glamour van het extremisme schildert, en die suggereert dat er iets in het joodse geloof zelf zit wat antisemitisme oproept. De film is rabbijn Abraham Cooper, van het invloedrijke Simon Wiesenthal Centre in Los Angeles, in ieder geval in het verkeerde keelgat geschoten. Hij noemde het `een handboek voor antisemitisme', een mening die hij desgevraagd ook tegenover grote filmdistributeurs en journalisten heeft herhaald.

Nu kan er wel wat op The Believer worden aangemerkt te veel flashbacks bijvoorbeeld maar dat zal niet de reden zijn geweest dat geen distributeur er zijn vingers aan wilde branden. Zelfs een geplande televisievertoning werd na 11 september snel afgeblazen. Ironisch, want daarmee ontzegden de Amerikanen zich een uniek inzicht in wat de fundamentalistische vliegtuigkapers zou kunnen hebben gedreven toen ze zich in de casino's en stripclubs van Las Vegas gingen vermaken, vlak voor hun grote zelfmoordaanval op alles waar Vegas voor staat. Maar misschien moet de Vijand wel vooral geen al te menselijk, herkenbaar gezicht krijgen.