Guantánamo Bay

Meestal kijk je maar een paar seconden naar een nieuwsfoto. Van de foto van uit Afghanistan naar Guantánamo Bay overgevlogen gevangenen kon ik mijn blik maar moeilijk losmaken. Waren dat mensen? Je ziet geknielde gestalten in feloranje pakken zoals astronauten dragen. Waren de terroristen astronauten? Er is niets menselijks aan hen te herkennen. Geknield en geketend – dat is de gevangene als abstractie, de symbolische gevangene van alle tijden, de van zijn individualiteit ontdane onderworpene – maar deze huiveringwekkende stripfiguren of poppetjes uit een eng computerspel waren ook nog eens van hun zintuigen beroofd, dat kon je duidelijk uit de foto opmaken. Hun hoofden waren zodanig ingepakt dat horen en zien hun vergaan was: de ogen afgedekt, de oren dichtgestopt. Men zegt, maar dat kon je niet zien achter de futuristische maskers, dat hun hoofd- en baardhaar is afgeschoren. Volgens de Amerikaanse autoriteiten zou dit om hygiënische redenen zijn gebeurd, maar het is ook een vorm van vernedering en in dit geval een religieuze belediging. Ik zeg niet dat de gevangenen fysiek zijn gemarteld, maar wel dat zij waren ontmenselijkt, wat de kwintessens is van elke marteling.

Interessant is dat Terry Waite, die als gezant van de aartsbisschop van Canterbury van 1987 tot 1991 door terroristen in Beiroet gevangen is gehouden, bij dit beeld uit Guantánamo een schok van herkenning kreeg. ,,I have been there'', schreef hij in The Guardian. ,,Omdat ik in zeer vergelijkbare omstandigheden werd vastgehouden, ben ik ontzet over de manier waarop wij – landen die onszelf beschaafd noemen – deze gevangenen behandelen. Is dit gerechtigheid of wraak?''

Nu is het een bekend feit dat het Amerikaanse gevangenissysteem, ook als het de behandeling van gewone misdadigers betreft, niet bepaald zachtzinnig is; men kent er nog de chain gangs (aan elkaar geketende, doorgaans zwarte, dwangarbeiders); de opeenhopingen van grote aantallen gestoorde geweldplegers maken de strafinrichtingen tot een hel op aarde. Vanouds hebben uit de maatschappij gebannen of door diezelfde maatschappij als waardeloos weggeworpen mensen nauwelijks aanspraak op een menswaardige behandeling. Het zijn toch maar losers.

Ik herinner me een reportage van Ernest Hemingway: Who killed the vets? (Wie vermoordde de veteranen?) Hij beschreef het tragische lot van oudgedienden uit het eigen Amerikaanse leger, waar niemand raad mee had geweten na hun demobilisatie en die in uniformen en met medailles en al eenvoudig waren gedumpt op een van de Keys, een kaal eilandje bij Florida, en die men vervolgens vergeten was. Iemand had ze daar gedachteloos neergezet, midden in het seizoen van de hurricanes, de orkanen die de Keys jaarlijks teisteren. Ze waren verzopen als ratten. Er kraaide verder geen haan naar, alleen Hemingway, die vroeg: wie is hiervoor aansprakelijk? Maar hij heeft nooit antwoord gekregen.

In dit verhaal ging het om eigen mensen, nu zijn het de vijanden die ver van het Amerikaanse vasteland worden weggeborgen. Vijanden is niet eens het juiste woord, verdachten ook niet, krijgsgevangenen evenmin: het zijn symbolische representanten van de Vijand. Wie suggereert dat deze `ondieren' krachtens het Amerikaanse recht, de conventies van Genève of de internationale minimumstandaard ook rechten hebben toont zich ,,soft on terrorism'' en is al bijna een collaborateur met de Vijand.

Ik ben de eerste niet die in de Amerikaanse houding een wrange tegenstrijdigheid ziet, maar er kan niet genoeg op worden gewezen. Terry Waite, die in dit geval met uitzonderlijk gezag spreekt, schreef: ,,Ik ben niet soft on terrorism – daarvoor heb ik er te veel mee van doen gehad – maar ik ben er hartstochtelijk van overtuigd dat we de rechtsnormen in acht moeten nemen. Ik vrees dat, tenzij met kracht wordt opgetreden voor rechtvaardige en eerlijke procedures, de gevolgen voor de VS op lange termijn catastrofaal zullen zijn. Als de VS hun eigen regels maken, hebben ze straks geen morele autoriteit tegenover andere landen, mochten deze proberen om Amerikaanse en Europese verdachten te berechten, te veroordelen en mogelijk te executeren. Als we toestaan dat dit doorgaat, hebben we moreel geen poot om op te staan.''

Europese bondgenoten van de VS, waaronder Nederland, vrezen met reden dat Washington zich bezondigt aan ondermijning van het internationale recht en daarmee van de morele geloofwaardigheid van de strijd tegen het internationale terrorisme. Amerika bijt zichzelf in de staart. Men kan niet à la carte uit het internationale recht kiezen wat toevallig in de eigen kraam te pas komt en tegelijk weigeren zichzelf te onderwerpen aan regels, verdragsnormen en instellingen waarvan de VS vrezen dat hun handelingsvrijheid erdoor wordt ingeperkt.

In alle toonaarden klinkt nu de vraag: hoe valt de legitimatie van de strijd tegen het terrorisme te rijmen met de weigering zelf de mensenrechten van gevangenen te respecteren en het internationale recht toe te passen? De weerzinwekkende misdaden van de fundamentalistische terroristen rechtvaardigen niet dat we de andere kant op kijken: de claim van de VS zelf dat zij de beschaving verdedigen komt hiermee in het geding. Aan Bush moet de vraag gesteld worden: gaat het jullie alleen maar om militaire superioriteit en nieuwe mega-uitgaven voor de wapenindustrie, waar Nederland met het JSF-project miljarden aan mag meebetalen, of gaat het om de superioriteit van de waarden die op 11 september zo schandelijk werden geschonden?

Iemand noemde mij spottend ,,de Pasionaria van het Pentagon'' (René Zwaap in De Groene Amsterdammer) omdat ik partij heb gekozen in de strijd tegen het terrorisme, zoals Dolores Ibarurri (la Pasionaria, de hartstochtelijke) partij koos tegen het Franco-fascisme. Ik wist niet of ik deze grap als compliment of als belediging moest opvatten of er schouderophalend aan voorbij moest gaan. De legendarische antifasciste Ibarruri eindigde als een verstokte staliniste.

De door Zwaap ironisch bedoelde vergelijking impliceert: partij kiezen betekent altijd medeplichtigheid aan de wandaden van machthebbers en leidt tot onverschilligheid jegens tot rechtelozen gedegradeerde tegenstanders. Ik weiger deze conclusie te trekken. Maar ik geef toe: de tegenstrijdigheid in de Amerikaanse doelstellingen en gedragingen – mensenrechten verdedigen en mensenrechten minachten, zelfverdediging en barbaarse machtsuitoefening – is om wanhopig van te worden.