ENORME OVERSTROMING ERODEERDE DE EGYPTISCHE WOESTIJN

Satellietbeelden die de LANDSAT nam van de Westelijke Woestijn in Egypte geven aan dat twee enorme plateaus (van respectievelijk zo'n 20.000 en 2.000 km²) in het geologische verleden door een immense overstroming zijn getroffen (Journal of African Earth Sciences 32). Daarbij zijn in de plateaus, die bestaan uit kalkstenen uit het Eoceen (55 tot 35 miljoen jaar geleden) zeer grote `groeven' geërodeerd. Dat is althans de enige verklaring voor die merkwaardige groeven die de aardwetenschapper I.A. Brookes van de York University in Toronto, heeft kunnen vinden.

De `groeven' die het water in de kalksteen uitsleet komen in tal van afmetingen voor, maar de meest uitgesproken groeven die op de LANDSAT-foto's konden waargenomen waren 1 tot 30 km lang en honderd meter tot een kilometer breed. Alle groeven vertonen dezelfde richting (noordwest-zuidoost). De korte groeven zijn in het algemeen een beetje gebogen, de langere vertonen een meer heen en weer gaande loop, waarbij ze soms in elkaar overgaan. Dit beeld is (zij het op veel kleinere schaal) ook bekend van rivierpatronen waar een onregelmatige aanvoer van water is, met soms plotseling enorme watermassa's die tot ver boven het bestaande ondiepe geulenpatroon uitkomen.

De vergelijking met dergelijke rivieren wordt versterkt door het voorkomen van grote grindmassa's, die gelijkenis vertonen met afzettingen van zulke vlechtende rivieren. Brookes komt tot de conclusie dat er sprake moet zijn geweest van overstromingen. Die moeten dan wel een exceptionele omvang hebben gehad, gezien de afmetingen van de uitgesleten groeven. Waar de enorme watermassa's die voor een dergelijke catastrofale overstroming nodig zijn geweest vandaan kwamen, is niet met zekerheid vast te stellen. Wel is bekend dat het afwateringspatroon in het verleden anders was dan nu.

Op basis van de daarover bekende gegevens komt Brookes tot de hypothese dat er ten zuiden van het gebied een groot meer moet hebben bestaan, dankzij een grote natuurlijke dam. Die dam kan, bijvoorbeeld bij een aardbeving, zijn doorgebroken (het gebied werd 10-15 miljoen jaar geleden opgeheven, wat een bewijs is voor tektonische activiteit die met aardschokken gepaard kan gaan).

Een andere mogelijkheid is dat het water in het meer door voortgaande toevoer van rivierwater bleef stijgen, totdat de dam overliep, waarna binnen zeer korte tijd een steeds diepere geul in de dam werd uitgesleten (zoals dat ook bij het vollopen van de Middellandse Zee gebeurde), waardoor een enorme vloedgolf kon ontstaan. Op basis van andere geologische gegevens moet deze catastrofale overstroming tussen 24 en 7 miljoen jaar geleden hebben plaatsgevonden.