Een duivels dilemma

Als grotestadsziekenhuis is het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag gewend aan agressieve patiënten. Maar Ricky Conquet misdroeg zich wel heel erg. De rechter oordeelde dat het ziekenhuis hem niet meer hoeft te dialyseren, ook al gaat hij dood zonder hulp.

Naast het bed van Ricky Conquet stond een plastic bekertje. Hij werd al meer dan een half jaar gedialyseerd in het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag, op dinsdag en op vrijdag, en altijd had hij zijn koffie gekregen in een kopje. Ricky Conquet lag alleen in een tweepersoonskamer. Om de hoek, op de gang, stonden twee politiemannen, twee medewerkers van de beveiligingsdienst en de directeur van het ziekenhuis. Verpleegkundigen hadden een ijzeren linnenkast neergezet voor de ingang van de grote zaal, waar de andere patiënten lagen.

Ricky Conquet (39) is geboren op Curaçao. Toen hij één was, kwam hij met zijn ouders naar Den Haag. Hij heeft nooit op school gezeten. Korte tijd was hij straatveger bij de sociale werkvoorziening, nu werkt hij al jaren niet meer. Hij heeft de ziekte waar zijn moeder aan is overleden. Er vormen zich cysten in zijn nieren.

Na de dialyse kwamen de directeur, de twee beveiligingsmedewerkers en twee artsen zijn kamer in. De directeur las een verklaring voor. Het ziekenhuis zou Ricky Conquet niet meer dialyseren. Hij gaf het papier aan Conquet. Die maakte er een prop van, vertelt internist-nefroloog Johan Rosman, en gooide die op de grond. De politiemannen die op de gang hadden gewacht, brachten hem naar buiten. Johan Rosman: ,,Toen hij langs mij kwam, zei hij: `Met jou reken ik ook nog wel af.'''

Tijdens de dialyse in het Westeinde keek Ricky Conquet meestal televisie. Of hij sliep. Op een vrijdagochtend, begin november vorig jaar, lag hij – zegt hij zelf – te zingen in zijn bed. ,,Ik weet niet meer welke plaat het was.'' Bij de keuken, tegenover zijn kamer, stond een verpleegkundige. ,,Ze zei tegen mij: `hou je bek.' Ze wou de deur dichtdoen. Ik werd kwaad. Toen gooide ik dat kopje. Een heel klein kopje.'' De verpleegkundige zei later tegen de politie dat Conquet die ochtend ,,veel kabaal maakte''. Ze dacht dat hij het tegen zichzelf had, het was in het Papiaments. Ze stond te praten met twee mannen van de arbodienst, maar ze kon hen niet goed verstaan. ,,Ik besloot daarop de schuifdeur dicht te doen'', zei ze tegen de politie. Ze zag dat Conquet een gooibeweging maakte. ,,Ik hoorde een harde klap tegen de deurpost aan.''

Het was geen gewoon kopje, zegt Monique Rakemann, teamleidinggevende op de dialyseafdeling. ,,Het was een zware mok.'' Ricky Conquet bedreigde al maandenlang verpleegkundigen, artsen en patiënten. Hij schreeuwde, schopte tegen de muren. De directeur van Medisch Centrum Haaglanden, waar het Westeinde onderdeel van is, had hem in de zomer gewaarschuwd. Nu vond de directeur dat het genoeg was geweest.

De dinsdag erna kwam Ricky Conquet niet. Op vrijdag was hij er wel. Hij was kwaad, hij wilde niet gedialyseerd worden. Hij bleef maar vijf minuten. Een beveiligingsbeambte deed die dag aangifte bij de politie. Conquet had tegen hem gezegd dat de verpleegkundige voor wie het kopje was bedoeld de volgende keer ,,echt dood'' ging. ,,Als ik haar iets wil aandoen, dan gebruik ik geen kopje, maar dan neem ik een kogel mee.'' De week daarna, op dinsdag, werd hij wel weer gedialyseerd. De directeur kwam naar de afdeling om te zeggen dat het zijn laatste behandeling was geweest in dit ziekenhuis.

In de zomer had Jacques Dijkgraaf, advocaat in Den Haag, voor Ricky Conquet geregeld dat hij zijn zoontje kon ontmoeten. De jongen is twaalf, hij woont in een pleeggezin. Ricky Conquet had hem voor het laatst gezien toen de jongen een baby was. Dijkgraaf: ,,Eind november kwam Ricky opnieuw bij me, hij zei: `Jacques, ik heb een probleem.''' Dijkgraaf belde met het ziekenhuis. Hij begreep dat Conquet lastig was geweest, maar zijn cliënt ging dood als hij langer dan een paar maanden niet werd gedialyseerd. Hij spande een kort geding aan, hij eiste dat Conquet behandeld werd. ,,Wij rekenden erop dat we dit gingen verliezen'', zegt Johan Rosman, internist-nefroloog van het Westeinde. ,,We dachten: de rechter gaat deze man niet ter dood veroordelen.''

Volgens de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst kan een ziekenhuis stoppen met een behandeling als daar ,,gewichtige redenen'' voor zijn. Agressief gedrag is gewichtig, maar het ziekenhuis moet ervoor zorgen dat een andere instelling de patiënt overneemt. Het Westeinde had dat geprobeerd. Johan Rosman had gebeld met collega's in zes ziekenhuizen in de omgeving. Niemand wilde Ricky Conquet hebben. Rosman had e-mails gestuurd naar dialysecentra op Curaçao. ,,Ik dacht, misschien gaat het beter als hij in zijn natuurlijke omgeving zit.'' Op Curaçao was geen plek. De directeur van het ziekenhuis had gebeld met een topambtenaar van het ministerie van Justitie, hij stelde voor dat de man in de Bijlmerbajes of de Scheveningse gevangenis werd behandeld. Hij belde ook met een psychiatrische inrichting. Conquet kon nergens terecht.

Op 5 december deed de rechter uitspraak: het Westeinde hoefde de patiënt niet meer te behandelen. Als het leven van de man in gevaar kwam, als hij bijvoorbeeld in coma raakte, moest hij wel worden opgenomen. Maar die verplichting heeft ieder ziekenhuis.

Het is wel eerder voorgekomen dat een rechter het opzeggen van een behandelingsovereenkomst terecht vond. Maar Johan Legemaate, hoogleraar gezondheidsrecht in Rotterdam, kent geen zaak waarbij het leven van een patiënt direct afhing van de behandeling, en waarin de rechter toch oordeelde dat er met die behandeling gestopt kon worden. ,,Het is een duivels dilemma'', zegt Legemaate. ,,Maar er is een grens aan wat je kunt tolereren. Vooral het argument dat iemand hinder oplevert voor andere patiënten weegt zwaar.'' De advocaat van het ziekenhuis, Ruud Schutte, vond het kort geding ,,treurig''. Hij moest er niet aan denken, zegt hij nu, dat hij tijdens zijn wintersportvakantie had gehoord dat de man was overleden. ,,Het was een doodvonnis'', zegt Jacques Dijkgraaf, advocaat van Ricky Conquet. Maar echt verbaasd was hij niet. ,,Er is de laatste jaren zoveel aandacht voor agressie in de gezondheidszorg. Daar moest een keer `ho' tegen geroepen worden.''

Een tweede kort geding won Dijkgraaf wel. Tegen ziekenhuis Leyenburg, ook in Den Haag. Leyenburg wilde Conquet niet hebben, maar de rechter vond dat het ziekenhuis het eerst maar eens moest proberen met deze patiënt. Vanaf eind december wordt Ricky Conquet gedialyseerd in Leyenburg. Ook daar gaat het niet goed. De beveilingsdienst van het ziekenhuis heeft twee rapporten over hem geschreven. Dijkgraaf: ,,Ricky voltrekt het doodvonnis nu zelf. Hij is een gevaar voor zichzelf.''

Computerspelletjes

Ricky Conquet is mager, niet erg lang. Hij heeft grote vooruitstekende tanden, ingevallen wangen, zwart krullend haar. Hij zit in het kantoor van zijn advocaat. Zijn jas heeft hij aangehouden, hij draagt een rood-blauwe pet met de Amerikaanse vlag erop en de tekst feel free. De psychiater die hem in opdracht van de rechter onderzocht noemt hem in haar rapportage zwakbegaafd. Hij heeft een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een ,,gebrekkige impulscontrole''. Zijn gewetensfunctie is ,,fors gestoord''. Volgens de psychiater heeft hij een hekel aan vrouwen, en hij wordt boos als mensen iets doen wat hij niet wil.

Ricky Conquet verveelt zich, zegt hij. Hij kijkt televisie en doet computerspelletjes. Hij zou graag werken. ,,Maar het is moeilijk als je analfabetisch bent.'' Hij heeft er spijt van dat hij niet naar school wilde vroeger. ,,Maar toen was ik anders. Ik was stout, en moeilijk.'' Hij vindt zichzelf een aardige man. Hij is wel eens kwaad, maar niet iedere dag. ,,Vandaag ben je boos, morgen ben je blij. Dat heeft toch iedereen?''

In april vorig jaar kwam Ricky Conquet voor het eerst op de polikliniek bij internist-nefroloog Johan Rosman. In de wachtkamer ging hij in de buurt van andere patiënten staan, en vlakbij hun gezicht stompte hij met zijn vuist in zijn handpalm. ,,Er waren patiënten die huilend bij mij binnenkwamen'', zegt Johan Rosman. Ricky Conquet had gezegd dat hij ze de volgende keer zou doodschieten. Rosman belde met de uroloog die de man had doorverwezen. Die zei: ,,Doe geen gekke dingen, hij schiet zo uit zijn slof.'' Rosman belde met de huisarts. Die vertelde hoe Conquet zich in zíjn wachtkamer gedroeg. Hij deed alsof zijn hand een pistool was, hij richtte op de andere patiënten, maakte schietgeluiden en vroeg: ,,Wie is als eerste aan de beurt?'' Dan was Ricky Conquet als eerste aan de beurt.

De beveiligingsdienst van het ziekenhuis waarschuwde de politie. Bij de volgende afspraak van Conquet kwamen er vier politiemannen in kogelwerende vesten. Ze fouilleerden hem, hij had geen wapen bij zich. ,,De politie werkte bij hem als een rode lap op een stier'', zegt Johan Rosman. ,,Hij begon te schreeuwen.'' In de spreekkamer werd hij rustig. ,,Hij zei: `Ik heb ADHD. Daarom doe ik zo.''' Rosman vertelde hem dat zijn nieren slecht functioneerden, hij had dialyse nodig. Hij zou dan nog heel lang kunnen leven. De meeste dialyse-patiënten staan op de wachtlijst voor een donornier. Conquet niet. ,,Hij rommelde met zijn medicijnen'', zegt Rosman nu. ,,En als je na een transplantatie twee dagen je medicatie niet neemt, vliegt je nier eruit.''

Ricky Conquet kwam twee keer in de week naar het ziekenhuis. ,,In het begin'', zegt hij, ,,had ik het naar mijn zin. Maar ik kreeg ruzie met een zuster.'' Johan Rosman vond de patiënt ,,wat ongebruikelijk''. ,,Hij riep soms: `Hee ouwe, kom je dat recept nou brengen?''' Het Westeinde is een ziekenhuis in de Haagse binnenstad. ,,We zijn wel wat gewend'', zegt Rosman. ,,We hebben ook weleens een lastige patiënt van een ander ziekenhuis overgenomen. Die hebben we tot zijn overlijden fatsoenlijk kunnen behandelen. We dachten dat het met deze meneer ook wel zou lukken.''

Soms kwam Conquet 's nachts en eiste dat hij gedialyseerd werd. Hij had aanvallen van woede, patiënten werden bang. Rosman: ,,Hij zei tegen mij ook weleens: `Als jij vanavond de parkeergarage uitkomt, knal ik je voor je kop.' Als professional denk je: ach. Zoiets wordt vaker tegen me gezegd. Voor een nierpatiënt van zestig ligt dat anders.'' Als Ricky Conquet kwaad was geweest, kwam hij de keer erna meestal niet. Het dialyse-apparaat was dan wel voor hem klaargemaakt. De behandeling duurde drie uur, maar soms wilde hij eerder losgekoppeld worden. Op 14 augustus vond hij dat dat niet snel genoeg gebeurde. De verpleegkundige naar wie hij later een kopje gooide vertelde erover in haar aangifte bij de politie: ,,Hij trok zelf de naald eruit en het bloed spoot in het rond.''

Ricky Conquet had haar veel verteld over zichzelf. ,,Ik kon'', zegt hij nu, ,,al mijn problemen bij haar kwijt.'' Hij was verdrietig omdat hij niet bij de begrafenis van zijn vader had kunnen zijn, en hij maakte zich zorgen over zijn zoontje. Hij was bang dat het kind dezelfde nieraandoening had als hij. Soms huilde hij. In de zomer moest hij opeens niets meer van de verpleegkundige hebben. ,,Ik haatte haar'', zegt hij nu. Ze had gezegd dat hij doodging als hij niet kwam om gedialyseerd te worden. ,,Dat kon ik niet verwerken.'' Dat ze het goed bedoelde, en dat ze gelijk had – dat interesseert hem niet. ,,Ze had dat niet moeten zeggen.'' Ricky Conquet richtte zijn dreigementen nu vooral op haar. De verpleegkundigen en artsen waren ervan overtuigd dat hij gevaarlijk was. Ze hadden van medewerkers van de beveiligingsdienst gehoord dat Conquet had vastgezeten voor geweldsmisdrijven. Die hadden dat van de politie gehoord. Er waren nog maar drie verpleegkundigen die hem wilden prikken om apparatuur aan te sluiten. Ze plakten het naamplaatje op hun jas af. Hij zei dat hij niet kon lezen, maar ze waren er niet zeker van dat dat zo was.

Gedragsregels

De directeur van het ziekenhuis vond dat het niet zo kon doorgaan. Er is in Nederland een groot tekort aan dialyse-verpleegkundigen, hij was bang dat verpleegkundigen ziek werden. En hij vond dat zijn personeel en de patiënten beschermd moesten worden tegen de terreur van deze man. Op vrijdag 17 augustus kwam hij naar de afdeling om Conquet gedragsregels voor te lezen. Als Conquet zich er niet aan hield, werd hij niet langer in het Westeinde behandeld. Hij mocht alleen nog in het ziekenhuis komen op de ochtenden van zijn dialyse. Hij moest zich melden bij de portier, een veiligheidsbeambte bracht hem naar boven. Als hij patiënten of medewerkers nog een keer bedreigde, werd de politie ingeschakeld. Ricky Conquet zelf dacht dat het beter zou gaan als de verpleegkundige die hij zo ,,haatte'' niet meer aan zijn ,,lijf'' zou zitten. De directeur beloofde dat zij hem niet zou prikken, als dat geregeld kon worden op de afdeling.

Volgens een woordvoerder van Medisch Centrum Haaglanden zei de directeur dat omdat het ziekenhuis ,,zoveel mogelijk aan de wensen van patiënten tegemoet wil komen''. Maar voor Ricky Conquet was dát de afspraak die ze maakten die dag. Hij vindt dat hij terecht kwaad was toen ze begin november de deur van zijn kamer dichtschoof. ,,Ze zou uit mijn buurt blijven.''

De beveiligingsdienst probeerde extra mensen in te huren, speciaal voor Conquet, maar dat lukte niet. Medewerkers maakten overuren en kregen die uitbetaald. Conquet kostte de dienst 3.750 gulden. Bij de ingang van de afdeling werd een deur geplaatst, er kwam toegangscontrole. Medewerkers konden alleen met een pasje op de afdeling komen, patiënten moesten bellen. Die verbouwing, speciaal voor Conquet, kostte bijna 23.000 gulden.

Op 20 november werd de behandelingsovereenkomst opgezegd. Ricky Conquet zegt dat hij er niks van begrijpt. ,,Eerst zeggen ze: als je niet komt, ga je dood, en dan zetten ze me eruit.'' Hij vindt ook dat hij dat kopje niet had moeten gooien. ,,Maar iedereen maakt toch fouten?'' Hij heeft ervan geleerd, zegt hij. ,,Een aap weet in welke boom hij klimt en in deze boom klimt hij nooit meer.'' De beslissing deze patiënt niet meer te behandelen ,,druist in tegen alles wat je als arts wilt'', zegt internist-nefroloog Johan Rosman. ,,Maar hoe ver kan iemand gaan? We zaten er heel erg mee.''

Het Instituut voor Psychotrauma organiseerde in opdracht van het ziekenhuis een bijeenkomst voor verpleegkundigen van de dialyse-afdeling, ze konden er praten over hun ervaringen met Conquet. De meesten waren opgelucht nu hij weg was. Er was er één die zei: ,,Ik zal pas weer rustig naar mijn werk gaan als ik zijn overlijdensadvertentie zie.'' De verpleegkundige naar wie Conquet het kopje gooide durfde wekenlang niet thuis te slapen. Ze werd door de directeur met vakantie gestuurd. Tien dagen zon en strand, op kosten van Medisch Centrum Haaglanden.

Monique Rakemann, teamleidinggevende van de afdeling, vroeg zich na 20 november weleens af of het echt allemaal zo erg was geweest met deze patiënt. Hadden ze zich er misschien te druk over gemaakt? Op 30 november was ze in de rechtszaal voor het kort geding, en ze wist het opeens heel zeker: het was écht zo erg geweest. ,,Hij keek ons woedend aan, hij zei: `Ik krijg jullie nog wel.'''

Het Westeinde won het kort geding. Conquet zou alleen behandeld worden als zijn leven in gevaar kwam. Het ziekenhuis maakte een speciale dialyse-voorziening voor hem op de afdeling spoedeisende hulp. De rechter merkte ,,terzijde'' op dat de inspectie voor de gezondheidszorg zou kunnen bemiddelen tussen de patiënt en een ander ziekenhuis. Dat verbaasde regionaal inspecteur Barend van Beusekom. Bemiddelen is geen taak van de inspectie. Hij vindt ook niet dat het een taak moet worden. ,,Als toezichthouder moet je niet betrokken zijn, en als je bemiddelt, raak je betrokken.''

Omdat de rechter het zei, deed hij het. Hij praatte met de internisten-nefrologen in Den Haag en omgeving, hij stelde ook voor dat de ziekenhuizen Conquet om beurten behandelden. ,,Ik heb geconcludeerd dat er geen bereidheid was'', zegt hij nu. ,,Ik heb tegen de huisarts gezegd dat hij de toestand van de patiënt goed in de gaten moest houden. Noodhulp zou wel gegeven worden.''

Jacques Dijkgraaf, advocaat van Conquet, haalde zijn cliënt thuis op en samen fietsten ze naar het Rode Kruis-ziekenhuis om bloed te laten prikken. Het ging niet goed met Conquet, maar hij hield het nog vol zonder dialyse. Dijkgraaf spande een kort geding aan tegen Leyenburg omdat dat het eerste ziekenhuis was dat schriftelijk meedeelde dat Conquet bij hen niet kon worden behandeld. ,,Ik had die weigering nodig voor de rechter.'' Leyenburg verloor. Volgens de rechter was het niet zeker dat de man zich in een ander ziekenhuis net zo zou misdragen als in het Westeinde.

Afgelopen donderdag was een collega van Van Beusekom in ziekenhuis Leyenburg om over Conquet te praten. Van Beusekom: ,,Ik hoor dat er spanningen zijn.'' Conquet zelf zegt dat hij in Leyenburg één keer kwaad was. Hij zegt dat zijn woede was bedoeld voor een medewerkster van de sociale dienst. Ze wilde hem geen voorschot geven. Hij had een televisie gekocht, zijn geld was op. Het ziekenhuis besloot dat een beveiligingsbeambte tijdens de dialyse bij Conquet blijft. Maar het ziekenhuis heeft de advocaat van Conquet gewaarschuwd dat dat een tijdelijke maatregel is. Als er niks verandert, stopt Leyenburg met behandelen. Advocaat Dijkgraaf denkt dat Leyenburg, net als het Westeinde, verkeerd reageert op zijn cliënt. ,,Ze denken: patiënt is lastig. Bewakers erbij, sloten op de deur. Maar voor deze man werkt dat niet. Hij wordt er agressief van. Ricky heeft iemand nodig die zijn handje vasthoudt.'' Dijkgraaf heeft zelf iemand geregeld, een man die hij kent uit de kerk waar hij bij hoort, het Apostolisch Genootschap. De man werkt bij de beveiliging op Schiphol, hij wilde wel af en toe met Ricky Conquet mee naar de dialyse.

Dijkgraaf zegt dat hij voor cliënten als Conquet advocaat is geworden. ,,Voor zulke mensen kun je daadwerkelijk wat betekenen. Ricky valt tussen wal en schip. Hij heeft géén psychiatrisch etiketje, dus hij wordt niet in een inrichting opgenomen. Maar hij verpest het voor zichzelf. Hij bedenkt hoe het anders moet, maar hij kan het niet uitvoeren.'' Ricky Conquet woont alleen. Dijkgraaf: ,,In zijn huisje staat een stoel, een televisie, een computer, aan de muur hangt een foto van zijn zoon. Hij zit de hele dag over dat zoontje te malen.'' Dijkgraaf vindt dat hij niet hoeft te weten welke strafbare feiten zijn cliënt heeft gepleegd. Conquet zegt dat hij meer dan tien jaar geleden vastzat omdat hij met een geleend pistool op zijn broer had geschoten. ,,Die lag met Ricky's vriendin in bed. Hij schoot mis, hij raakte hem in zijn been. Daar heeft hij nog spijt van, dat hij heeft misgeschoten.''

Inspecteur Van Beusekom heeft de advocaat aangeraden zijn cliënt voor een second opinion naar een andere psychiater te sturen. De psychiater van het Westeinde vond hem ,,wilsbekwaam''. Van Beusekom twijfelt aan dat oordeel. ,,Ik denk dat hij partieel wilsonbekwaam kan worden verklaard. Dan zou je hem, volgens wetgeving die eraan komt, gedwongen kunnen behandelen.''

Internist-nefroloog Johan Rosman van het Westeinde denkt dat de man in een gesloten inrichting hoort. Dan zou hij behandelbaar zijn. Rosman vraagt zich wel af of mensen met `ernstige psychiatrische ziekten' wel gedialyseerd zouden moeten worden. ,,Dat klinkt keihard. Maar er zijn ook andere ziekten die een contra-indicatie zijn voor dialyse. We kunnen nu technisch zoveel. Twintig jaar geleden was deze patiënt zachtjes heengegaan.''